De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vijfhonderd broeders

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijfhonderd broeders

Meditatie: 1 Korinthe 15:6

4 minuten leestijd

Paulus noemt verschillende getuigen van de opstanding. Zijn opsomming is echter niet compleet. De ontmoeting van de Heere Jezus met de vrouwen noemt hij niet, hij beperkt zich tot de kroongetuigen.

'Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van wie het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.'

De groep van vijfhonderd broeders die door Paulus in vers 6 wordt genoemd, moet dan ook gezien worden als de vertegenwoordiging van de kerk. Waaraan moeten wij bij deze ontmoeting denken? In de evangeliën wordt ons er niets over verteld. Gaat het wellicht om de verschijning in Galilea die door de Heere Jezus was aangekondigd? Voordat Hij gevangen genomen werd, zei Hij tegen Zijn discipelen dat ze allemaal aan Hem geërgerd zouden worden, de Herder zou geslagen worden en de schapen zouden verstrooid worden. ‘Maar’, zei Hij erbij, ‘nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea’ (Matth. 26:32). Nadat de Heere Jezus is opgestaan uit de dood, moeten de vrouwen deze woorden bij de discipelen in herinnering roepen: ‘En gaat haastig heen en zegt Zijn discipelen dat Hij opgestaan is van de doden; en ziet, Hij gaat u voor naar Galilea, daar zult gij Hem zien. Ziet, ik heb het ulieden gezegd’ (Matth. 28:7).

Geen loze praat
Het kan bij deze bijzondere ontmoeting met meer dan vijfhonderd broeders ook om een ontmoeting in of dichtbij Jeruzalem zijn gegaan. Lukas zou daar dan aan het begin van het boek Handelingen (1:3) aan gerefereerd kunnen hebben. In Jeruzalem waren na de Hemelvaart van de Heere Jezus in elk geval honderdtwintig mensen bijeen. Waar het dan ook geweest is, de Heere Jezus is aan meer dan vijfhonderd broeders verschenen. Het gaat dus om een opzienbarende verschijning. Het is alsof Paulus met de aanhaling van deze gebeurtenis zeggen wil dat het dus onmogelijk is om de opstanding te ontkennen. Met een of twee getuigen kun je twijfels hebben, maar als het nu om maar liefst vijfhonderd broeders gaat! Het is écht gebeurd. Het getuigenis van de opstanding van de Heere Jezus is dus geen ijdel geklap, geen loze praat. Het is het waar: de Heere Jezus is waarlijk opgestaan.
Bij deze gebeurtenis gaat het dus niet om een serie afzonderlijke ontmoetingen. Deze mensen hebben de Heere Jezus in één keer ontmoet. Daaruit blijkt dat het aantal volgelingen van de Heere Jezus groter was dan vaak verondersteld wordt.

Omstandigheden
Het gaat hierbij om mensen die in de Heere Jezus hun Heere en Heiland hebben ontmoet. Mensen die niet meer zonder de Zaligmaker door het leven kunnen. Het is altijd een wonder als mensen niet meer om de Zaligmaker heen kunnen. Ze ontdekken dat de zaligheid hen door de Heere Jezus Christus geschonken moet worden. Ze kunnen niet anders dan het met de Heere Jezus wagen. Gold het toen, ook nu geldt dat wie het met de Heere Jezus waagt nooit beschaamd uitkomt.
Deze vijfhonderd gelovigen ontvangen bevestiging van hun geloof in de verschijning van de Heere Jezus. Ook zij zullen, net als de discipelen en de vrouwen, na Jezus’ dood ontredderd geweest zijn. Ook zij zullen niet aan Christus’ voorzegging van Zijn opstanding hebben gedacht. Ook zij lieten zich beheersen door de omstandigheden en die schenen hen tegen te zijn.
De Heere Jezus staat echter boven de omstandigheden. Hij heeft alle macht. Hij breekt door de doodsmachten heen. Hij staat op uit de dood. Als de opgestane Levensvorst treedt Hij de Zijnen tegemoet. Hij zoekt hen op en spreekt hen aan. Wat een wonder. Wat een zorg van de grote Herder voor Zijn schapen. Wat een ontferming en wat een genade. Hij laat de Zijnen niet aan hun lot over. Hij voedt hun geloof met Zichzelf.
De ontmoeting moet een onuitwisbare indruk hebben gemaakt op deze mensen. Paulus gaat er dan ook van uit dat zij zich deze gebeurtenis zullen herinneren. De Korinthiërs kunnen navraag doen bij degenen die erbij waren. De meesten van hen zijn nog in leven. Sommigen van hen zijn echter al ontslapen. Hun lichaam werd begraven en wacht op de dag van de opstanding, de dag waarop ziel en lichaam verenigd worden. Het is alsof Paulus de Korinthiërs erop wijzen wil dat er ook voor de gelovigen die sterven vóór de wederkomst van Christus hoop en verwachting is. Wie tijdens zijn leven sterft aan zichzelf, zal leven. 'Die zijn leven liefheeft, zal het verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren tot het eeuwige leven' (Joh. 12:25).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vijfhonderd broeders

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's