Een menselijke factor
Bijbeltekst begrepen
Wie oog heeft voor genealogie in de Bijbel, stuit in 2 Kronieken 22:2 op een probleem. Koning Ahazia is volgens deze tekst 42 jaar oud als hij koning wordt. Een paar verzen eerder (21:20) staat dat zijn vader stierf toen Ahazia 40 jaar oud was.
Een leeftijd van min-twee jaar brengt ons uiteindelijk bij de vraag naar de juistheid van de grondtekst. Is deze soms niet onfeilbaar?
Wanneer wij de tekst heel letterlijk vertalen vanuit het Hebreeuws staat er het volgende: ‘Zoon van veertig en twee jaar Achazja bij zijn koning zijn en jaar één hij regeerde …’ De Septuaginta, de oudste Griekse vertaling van het Oude Testament, heeft hier twintig jaar staan. Vergelijken we de tekst met 2 Koningen 8:26, dan blijkt daar te staat dat hij 22 jaar oud is bij zijn aantreden als koning. Al deze verschillende leeftijden komen we ook tegen in de vertalingen. Het is inmiddels wel duidelijk dat het hier niet gaat om een vertaalmoeilijkheid, maar om de grondtekst zelf. Wij hebben hier te maken met een fout in de grondtekst en de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit niet de enige is.
Overgeschreven
Toen ik theologie ging studeren was ik ingenomen met de twee boeken Biblia Hebraica Stuttgartensia (Oude Testament) en Novum Testamentum Graece (Nieuwe Testament). Dat ik dat straks kan lezen, was mijn eerste gedachte. En toen ik het dan eindelijk stapje bij stapje dat gaan lezen, was ik verbaasd over de noten onderaan de bladzijden van deze twee boeken. Bij de vakken exegese Oude Testament en Nieuwe Testament leerden we het kritisch apparaat – die noten dus – ook lezen. Wetenschappers doen hun uiterste best om de originele grondtekst zo goed mogelijk te achterhalen. Dé grondtekst hebben wij niet. Wat wij hebben zijn handschriften. De Bijbel is eeuwen lang overgeschreven om door te geven. En wanneer wij al die gevonden handschriften met elkaar vergelijken, blijken ze niet allemaal hetzelfde te zijn. Er zijn verschillen.
Verschillen
Hoe kunnen we deze verschillen historisch verklaren? Een fout kan ontstaan zijn bij de (eerste) auteur. Hij maakte een vergissing. Het merendeel van de fouten/verschillen is gelegen in de procedure van het overschrijven. Daarbij worden onherroepelijk fouten gemaakt (verschrijvingen, woord(en) vergeten). Daarbij komt dat overschrijvers zich soms gerechtigd voelden om wijzigingen of aanvullingen in de tekst aan te brengen. Als zich dit alles door de eeuwen heen herhaalt, krijg je op den duur meerdere verschillen tussen de handschriften.
Dankzij het tekstkritisch (niet te verwarren met historisch-kritisch!) onderzoek, hebben wij nu een beter inzicht gekregen in de grondtekst dan bijvoorbeeld ten tijde van de statenvertalers. Ik zou het daarom ook toejuichen als de HSV hier rekening mee houdt en op de een of andere wijze aangeeft dat een bepaald stukje tekst waarschijnlijk een latere toevoeging is of een verschrijving.
Samenvattend kunnen we dus zeggen dat ‘de’ grondtekst een aantal onjuistheden bevat, hetzij door de eerste auteur gemaakt, hetzij door latere overschrijvers veroorzaakt. Ik wil hierbij wel opmerken dat de verschillen niet verontrustend groot zijn. Nee, de zeer grote mate van overeenstemming van handschriften laat zien hoe betrouwbaar de (grond)tekst is en blijft. De bijbelse boodschap van hoop en redding is op geen enkele wijze in het geding.
Geen schrijfmachines
Wel ligt hier de vraag hoe wij dit theologisch moeten duiden. Als bovenstaande juist is – en dat is zo – wat zegt dat dan over de onfeilbaarheid van Gods Woord? Met onfeilbaarheid (inerrancy) wordt bedoeld dat de oorspronkelijke tekst van de Bijbel totaal geen fouten bevat – een opvatting uit Amerika overgekomen in de twintigste eeuw. De grote vraag is nu of dit wel een reformatorische opvatting is.
Mijn inziens valt deze visie van onfeilbaarheid van Gods Woord onder de mechanische inspiratieleer. Als ik daarentegen luister naar bijvoorbeeld artikel 3 tot en met 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, dan kom ik daar het woord onfeilbaar niet tegen. De NGB leert ons een organische inspiratie. De bijbelschrijvers waren geen schrijfmachines (mechanische inspiratieleer), maar levende mensen in dienst van God. De Heilige Geest, de eigenlijke Auteur van de Bijbel, spreekt op een zodanige wijze dat mensen aan het woord zijn. En alleen zo doen wij recht aan de goddelijke en menselijke factor in de Bijbel. Daarom is het beter om te spreken over de volkomenheid van de Heilige Schrift. ‘Wij geloven dat deze Heilige Schrift de wil van God volkomen bevat en voldoende leert al wat de mens moet geloven om behouden te worden.’
‘Hij (Joram) was twee en dertig jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde acht jaren te Jeruzalem; en hij ging heen zonder begeerd te zijn; en zij begroeven hem in de stad van David.’ 2 Kron. 21:20
‘Twee en veertig jaar was Ahazia oud, toen hij koning werd …’ 2 Kron. 22:2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's