De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

3 minuten leestijd

In De Hervormde Vrouw, periodiek van de hervormde vrouwenbond, schrijft organist D. Sanderman uit Rijssen over muziek in de eredienst. Twee fragmenten:

• Na Datheen (1566) zijn er nog meer dan dertig andere psalmberijmingen gemaakt. De bekendste is die van Marnix van St. Aldegonde (1580). Maar in de kerk bleef men Datheen zingen. In sommige regio’s nam men de vrijheid om achter de psalmen nog een aantal gezangen toe te voegen, niet alleen de bekende cantica (de lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon), maar ook liederen als ‘Nu bidden wij de Heilige Geest’ of ‘Christus is opgestanden’. De Synode van Dordrecht (1618/19) bepaalde dat de gezangen uit de kerk moesten worden verwijderd, met uitzondering van de onder ons bekende ‘enige gezangen’. De vooraanstaande theoloog Gisbertus Voetius kon zich wel vinden in de koers om vooral de Psalmen van David te zingen, maar hij veroordeelde het zingen van andere liederen niet. Gezangen die de Schrift weerspreken wijst hij vanzelfsprekend af, maar nergens is vastgesteld dat je uitsluitend mag zingen wat rechtstreeks uit de Bijbel afkomstig is, volgens Voetius.

• Na meer dan tweehonderd jaar komt er in 1773 eindelijk een nieuwe psalmberijming samengesteld uit het werk van verschillende dichters, onder wie de remonstrantse Lucretia van der Merken. Op haar naam staat zelfs een van de meest geliefde psalmen: “’t Hijgend Hert der jacht ontkomen”! Regelmatig komt in de berijming van 1773 de deugd ter sprake, een typisch achttiende-eeuws begrip. God wordt aangeduid met Oppervoogd, Opperheer, Wezen, Opperwezen, volzalig Wezen, allemaal woorden die in geen enkele bijbelvertaling voorkomen. De berijming van 1773 ademt de geest van die tijd, de tijd van de Verlichting. In Nederland heeft men de psalmen tot ver in de zeventiende eeuw gewoon op volgorde gezongen, dus zonder enige relatie met kerkelijk jaar of preektekst. Pas in de negentiende eeuw wordt het overal gebruikelijk dat de predikant passende ‘versjes’ uitzoekt bij de preek. Zo ontstaat een praktijk waarin men slechts een beperkt deel van het psalmboek kent en gebruikt.

In Trouw schrijft de Joodse emeritus hoogleraar psychiatrie Herman M. van Praag het artikel Haat behoeft een motief  (3 april). Daarin betoogt hij dat afkeer van de huidige staat Israël de inwoners van de staat betreft. ‘De Jodenstaat wordt gehaat.

In 1948 werd de staat Israël opgericht. De (westerse) wereld keek aanvankelijk verbaasd en met bewondering toe. Wat een prestatie! Er leek een andere Jood te zijn verrezen; zelfbewust en zelfverzekerd, weerbaar, tegelijk landbouwer en krijger die, schop in de hand en geweer over de schouder, zijn lot in eigen hand nam en niet langer afwachtte wat anderen voor hem in petto hadden. Hij spreidde bravoure ten toon, panache. Wat een verschil met de oude Jood; de vermolmde boekenwurm, de geldfanaat, de gewiekste maar onbetrouwbare handelspartner, de carnavaleske figuur met lange lokken, zwarte jas en hoed of bontmuts, die meent dat deze uitdossing God behaagt.
De Israëliër leek alles te hebben wat de oude Jood geacht werd te missen. Hij wekte een golf van sympathie op. En Israël werd de lieveling van de westerse wereld. Het Westen keek ernaar zoals een oudoom naar zijn pasgeboren achterneefje kijkt: wat een schattig kind. Zo weerloos, zo klein nog, en het kijkt al zo helder uit zijn oogjes. En merkwaardig, het lijkt helemaal niet op zijn ouders. Maar al gauw bleek de liefde niet diep te gaan en vluchtig te zijn. Het was apenliefde. Israël werd het mikpunt van multipele beschuldigingen, kolonialisme, racisme, expansionisme, mensenrechtenschending, nazisme en wat al niet. De aanvankelijke lieveling werd door de wereldgemeenschap misvormd tot een zwart schaap met nog maar weinig witte plekjes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's