De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boek van Gods zorg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boek van Gods zorg

Prof.dr. G. van den Brink geeft college over NGB [3]

7 minuten leestijd

Wanneer we aan de hand van artikel 3 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis de eigen theologie en geloofsbeleving van opsteller Guido de Bres op het spoor proberen te komen, is dat minder moeilijk dan bij artikel 1.

Artikel 3 is naar we mogen aannemen door De Bres zelf ‘bedacht’. In elk geval heeft hij het niet, zoals artikel 1, grotendeels overgenomen uit de Franse Geloofsbelijdenis. Wel kunnen we zeggen dat de inhoud van artikel 3 geheel in de geest is van zijn zeer gerespecteerde leermeester Calvijn. In die zin is ook dit artikel niet origineel.
Wanneer we echter ook hier de close reading-methode toepassen, en dus nauwkeurig letten op de formuleringen die De Bres gebruikt, vallen ons toch wel enkele bijzonderheden op. Met name twee zinswendingen in artikel 3 hebben in dit verband de aandacht getrokken. Het zijn dan ook die beide zegswijzen waarop we nader willen ingaan.

Onderscheid
Allereerst is het opvallend dat De Bres het Woord van God niet zonder meer gelijkstelt met de Bijbel. Hij maakt namelijk een opvallend onderscheid tussen het gesproken en het geschreven Woord van God. Volgens een later toegevoegd opschrift zou artikel 3 handelen ‘over het geschreven Woord Gods’, maar die titel dekt de lading niet volledig. Het is namelijk juist het gesproken Woord Gods dat voorop staat. Mensen, gedreven door de Heilige Geest, hebben het Woord van God gesproken.
Letterlijk schrijft De Bres dat deze mensen door de Geest ‘geduwd’ werden. Hij verwijst in dit verband naar 2 Petrus 1:21, en heeft evenals de schrijver van dat vers kennelijk vooral gedacht aan het spreken van de bijbelse profeten. Die werden er door de Geest toe aangezet om de woorden die God hun ingaf door te geven. Pas daarna, zo gaat De Bres verder, heeft God Zijn knechten opdracht gegeven deze godsspraken op schrift te stellen.
Het is dus volgens artikel 3 vooral het gesproken Woord van God dat geïnspireerd is door de Heilige Geest. Wij verbinden de inspiratie intuïtief vaak met het schrijven van de Bijbel, maar De Bres spreekt de tweede Petrusbrief na, waarin het gericht is het (al dan niet in trance) spreken van een profetische boodschap.
Pas in tweede instantie stelt De Bres in artikel de zogeheten inscripturatie, het op schrift stellen, aan de orde. Over hoe dat eraan toeging is hij opvallend nuchter: God heeft Zijn knechten geboden de rediger ces oracles par escrits. Dat is zoiets als: om die godsspraken te redigeren in geschriften. God heeft daarbij Zelf het voorbeeld gegeven door de twee tafels van de wet eigenhandig te beschrijven. Vervolgens hebben profeten en apostelen het ook zo gedaan met de boodschap die hen was toevertrouwd.

Menselijke gestalte
De Bres kent dus niet wat we noemen een ‘mechanische inspiratieleer’, alsof God de Bijbel tot in de punten en de komma’s gedicteerd zou hebben aan de bijbelschrijvers. Dat beeld komt pas in een latere fase van het gereformeerde protestantisme op. Nee, volgens artikel 3 was het de taak van de bijbelschrijvers om het gesproken Woord van God te ‘redigeren’.
De Bijbel is voor de christen niet een verzameling tijdloze waarheden die rechtstreeks uit de hemel kwam vallen, maar een boek waarin je in menselijke gestalte nog altijd de levende stem van God kunt horen. Dat mensen het Woord van God op schrift gesteld hebben, is aan alles te merken – maar het gaat in de Bijbel om het Woord van God! En omdat dat vandaag slechts in de Bijbel te horen valt, is de Bijbel voor ons onmisbaar, en noemen we haar Heilige Schrift.

Zorg
In een tweede zinswending die opvalt in artikel 3 spitst De Bres dit bijzondere karakter van de Bijbel nog wat verder toe. Hij zegt namelijk dat we de Bijbel hebben ontvangen ‘door een bijzondere zorg die onze God heeft voor ons en ons heil’.
Op dit punt moeten we zelfs achter de allereerste Nederlandse vertaling terugvragen om het eigen taalregister van De Bres op het spoor te komen. Want De Bres sprak in het Frans inderdaad heel warm en persoonlijk over ‘onze God’. Opnieuw zien we dat God voor De Bres geen onbewogen gestalte is, maar Iemand die vol zorg is over ons mensen. Gods bijzondere zorg betreft ons salut, dat wil zeggen: onze zaligheid, ons behoud, ons ultieme geluk. Welnu, door die zorg gedreven heeft God ons de Bijbel gegeven.
Dus met het oog daarop moeten we de Bijbel lezen. Met het oog op het Woord waarin God aan ons bekendmaakt ‘zoveel als ons nodig is in dit leven, tot Zijn eer, en tot zaligheid der zijnen’ (artikel 2). Iets anders moeten we er dan ook niet in zoeken, tekent dr. J. Koopmans hierbij aan. ‘Het doel is (…) dat wij tot de zaligheid zullen komen. Dát staat in de Bijbel (…). Wij zullen in de Bijbel geen geologie aantreffen; we zullen er een volkomen verouderd wereldbeeld vinden; de geschiedschrijving van de Bijbel is naar modern-wetenschappelijke maatstaven niet beter en niet slechter dan die van Herodotus of Livius’ (twee antieke geschiedschrijvers die het in hun tijd goed deden, maar die vanzelfsprekend niet in de schoenen kunnen staan van hedendaagse historici).

Oprekken
Op deze manier lijkt Koopmans de nuance die De Bres aanbrengt tussen het Woord van God enerzijds en de Heilige Schrift anderzijds nogal op te rekken. Hij doet dat in het verlengde van wat Karl Barth heeft voorgesteld. Barth wees erop dat toen de bijbelschrijvers in aanraking kwamen met de openbaring van God, zij niet meteen de wijsheid van Salomo in pacht kregen. Zij kregen geen onfeilbare kennis van alles in hemel en op aarde. In wat ze deden, zeiden en ook in wat ze opschreven bleven het feilbare en ook feilende mensen. We moeten ons hun werk daarom niet te docetisch, te bovenaards voorstellen. Want het waren en bleven kinderen van hun tijd.
Ze kenden bijvoorbeeld niet zo’n scherp onderscheid als wij tussen geschiedenis enerzijds en mythen en legenden anderzijds. Ze gebruikten in alle opzichten de taal en voorstellingen van hun tijd. En we moeten er volgens Barth ook niet voor terugschrikken om ruiterlijk te erkennen dat er nogal wat tegenstrijdigheden voorkomen in hun werk.
En toch bezit de Bijbel, zo vervolgt Barth, de hoogste autoriteit. Want het bijzondere is dat God het werk van de bijbelschrijvers nog altijd gebruikt om ons aan te spreken. Hij maakt in Zijn soevereine vrijmacht de tekst van de Bijbel tot Zijn Woord, waar en wanneer Hij maar wil. En telkens als dat gebeurt weten we ons aangesproken en geraakt door Gods oordeel en genade. Dan vallen alle tegenstrijdigheden weg en doet een verouderd wereldbeeld er niet meer toe, want wij horen en zien niemand dan Jezus alleen. Hij is het levende Woord bij uitstek, en om Hem gaat het in de Bijbel, zo zegt Barth Luther na.

Eerlijkheid
Deze barthiaanse wijze van omgaan met De Bres’ nuance tussen het Woord van God en de Bijbel heeft aantrekkelijke kanten. Van hieruit laten bijvoorbeeld de problemen die zich momenteel in christelijke kring voordoen rondom schepping en/of evolutie zonder al te veel moeite oplossen. En wel zonder dat het ons in het vrijzinnige kamp brengt, want door het accent op het Woord Gods wordt vastgehouden aan de kernen van het reformatorisch belijden: het sola gratia, sola fide, solus Christus, en ook nog wel aan het sola Scriptura. De Schrift is immers de enige plek waar God Zich laat kennen.
Toch gebiedt de eerlijkheid om te erkennen dat we op deze wijze veel verder gaan dan De Bres voor ogen stond met artikel 3. De Bres zelf schrijft immers in artikel 5 dat we zonder enige twijfeling ‘alles’ – dus niet maar sommige dingen – geloven wat in de Bijbel begrepen is. Op dit vijfde artikel van de NGB willen we daarom in onze volgende bijdrage nader ingaan. Van artikel 3 houden we vast dat het in de Bijbel ten diepste gaat om het levende Woord dat God gesproken heeft en nog spreekt tot ons behoud.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boek van Gods zorg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's