Knevel blikt terug en getuigt
In de Stille Week kreeg EO-presentator Andries Knevel ruimschoots de gelegenheid een toelichting te geven bij wat er is gebeurd sinds hij op 3 februari openlijk afstand nam van het klassieke creationisme: de aarde is in zesmaal 24 uur geschapen en is dus 6000 jaar oud. In de op de Witte Donderdag verschenen aflevering van het weekblad Vrij Nederland staat een uitvoerig interview met hem te lezen. En op de avond van de Goede Vrijdag kreeg hij in het tv-programma Pauw en Witteman gelegenheid zijn standpunt nog weer eens toe te lichten en tegelijk voluit het feit van de lichamelijke opstanding van Christus te verdedigen. En op de Stille Zaterdag gaf hij in de Volkskrant op de opiniepagina een gedegen en goed onderbouwde visie op de opstanding van Christus onder het opschrift ‘De Heer is waarlijk opgestaan’.
Ik citeer eerst uit het interview met hem in het weekblad Vrij Nederland. Het gaat dan over de reacties die hij ontving op het bewuste tv-programma. Welke waren de ergste? wordt hem dan gevraagd.
‘Er zijn door sommigen uit de achterban heel erge dingen over mij gezegd en geschreven. Ik heb het niet allemaal gelezen. Bewust niet. Dat durfde ik niet goed. Ik heb wel een spijtverklaring laten opnemen in ‘Visie’ (het programmablad van de EO). Ik had er de avond van de uitzending al verschrikkelijk spijt van. Ik zag mezelf en dacht: wat is dit slecht, jongen. Die verklaring was een blunder. Ik had een uur genuanceerd zitten praten, maar daar bleef door die verklaring niks hangen. Tja, de macht van het beeld, hè.’
Hoe kan zo’n ervaren televisiemaker zich daar zo in vergissen?
‘Hoe moet ik dat nou uitleggen? De keeper heeft negenentachtig minuten vlekkeloos gespeeld. De ene na de andere fantastische redding. En net die allerlaatste minuut glipt er een knullig rollertje door zijn handen. Wat is dat dan? Onoplettendheid? Vermoeidheid?’
Daar moet Van der Sar echt niet mee aankomen.
‘Zo is het. Daarom heb ik mijn excuses aangeboden. Niet om tactische redenen, maar omdat ik het zo voelde.’
Wat speet u dan precies? Dat u die mensen had geschokt of wat u had gezegd?
‘Het spijt me intens dat ik ze geschokt heb. Ik neem geen afstand van wat ik over het ontstaan van de aarde gezegd heb. Hooguit van de gebruikte woordkeuze. Mijn bedoeling was goed: ik wilde laten zien dat er geen conflict is tussen geloof en wetenschap. Je kunt gelovig zijn en ook prima bèta-wetenschapper. Dat raakt elkaar natuurlijk wel op een aantal punten. Hoe oud is de aarde, hoe oud is het heelal? Dat zijn belangrijke vragen. Maar ik had de achterban niet nodeloos moeten kwetsen. Ik had de discussie veel tactvoller op gang moeten brengen.’
Waarom dacht u niet: dat is dan maar jammer dat sommigen gekwetst zijn? Je kunt niet iedereen naar de mond praten.
‘Weet je, ik werk hier eenendertig jaar. Ik voel me geweldig verbonden met de achterban. Ik vind het zo naar dat ik die mensen onrustig heb gemaakt. Ik ben mijn doel – een open discussie over dit onderwerp – totaal voorbij geschoten. Daarmee heb ik het voor de EO voor maanden verknoeid. Ik moet mij voor lopig buiten de discussie houden. Ik ben aangeschoten wild.’ Tegelijkertijd was hij teleurgesteld in de achterban, erkent hij. ‘Ik heb mij jarenlang in het publieke debat ingezet voor het geloof. Ik heb geprobeerd troostrijke programma’s te maken. Dan maak je één grote fout en … BOING! Dat ik daar zo hard op werd afgerekend viel me toch ook behoorlijk tegen.’ Ik kan me die teleurstelling heel goed voorstellen. Sommige reacties waren ook buiten proporties. Als zou hij ineens van het geloof zijn afgevallen. ‘We zullen voor je bidden, Andries.’ Wie al wat langer meeloopt in het orthodoxe kamp van de christelijke gemeente, weet dat de marges smal zijn.
Je hebt niet veel ruimte om af te wijken van het algemeen aanvaarde concept van geloven. Nuances in denken en geloven worden al snel voor ontsporingen gehouden. Velen worden daarbij ook nauwelijks gehinderd door enige kennis van zaken. Misschien is dat ook wel de achtergrond van de klacht die Knevel in het nu volgende citaat uit: ik had meer openlijke steun verwacht van hen van wie ik weet dat ze het met me eens zijn.
Hij kreeg niet alleen hoon over zich heen, haast Knevel zich te verklaren. Zo was het nou ook weer niet. De allereerste opbeurende reactie kwam van Jan Marijnissen. Knevel is er zichtbaar trots op. ‘Jan mailde iets als: ‘Andries, dapper dat je het gezegd hebt. Er zal heel wat over je heen komen. Dat heb ik ook wel eens meegemaakt. Hou je taai.’ Dat vond ik erg leuk. Jan en ik hebben een héél goede band. En ik kreeg aardige reacties van anderen. Huub Oosterhuis stuurde een hartverwarmend berichtje. Dat deed me goed.’
Voor Huub Oosterhuis staat niet eens onomstotelijk vast dat Jezus echt bestaan heeft.
Merkbaar geschrokken: ‘Oh, maar in dat kamp wil ik beslist niet getrokken worden.’
Misschien is dit wel het begin van het hellende vlak, van de algehele afbrokkeling.
Ferm: ‘Nee! Geen sprake van. Het geloof is voor mij een schitterend mozaïek. Als je een paar steentjes omdraait blijft het nog steeds even prachtig. Het is geen Domino Day, waarbij steentjes alleen maar kunnen omvallen.’
Vanaf nu moet u natuurlijk op eieren lopen.
‘Ik moet voorzichtig zijn met de dingen die ik heb gezegd. Ik heb bewust twee maanden mijn mond gehouden.’ (...)
Er zullen in die achterban wel meer mensen denken zoals u. Waarom hebben die u niet openlijk gesteund?
‘Ik heb inderdaad niet al te veel steun gehad van mensen die het met me eens zijn. Wel via de mail, maar niet in het openbaar. Dat vond ik wel jammer, maar ik kon er weinig aan doen. Waarschijnlijk waren ze toch behoorlijk geschrokken van de reacties.’
Ik noemde al het artikel in de Volkskrant (11 april). Knevels stelling is: ‘De opstanding van Jezus uit de dood is geen theologische constructie van teleurgestelde leerlingen, of een louter spirituele ervaring, maar een werkelijk in de geschiedenis en tijd gebeurd historisch feit.’ Grondig gefundeerd en met een keur aan argumenten laat Knevel zien dat orthodoxe christenen die in de lichamelijke opstanding van Christus geloven geen fabeltjes aanhangen of hun verstand op nul zetten en vervolgens blindelings verhaaltjes van overspannen volgelingen van Jezus geloven, maar dat hun geloof authentieke papieren heeft in de geschiedenis kort na Jezus’ dood en opstanding. Ik citeer het slot uit Knevels verdediging van de opstanding:
Het christelijk geloof is iets anders dan het aannemen van historisch betrouwbare feiten. Feiten verwarmen je hart niet. Feiten hebben betekenis nodig. En aan de andere kant: een geloof zonder historische basis glipt op den duur als zand tussen je vingers weg. Ik werd gisteravond niet ontroerd door een feit, maar wel door een persoon. De persoon Jezus die zich zo met mijn leven vereenzelvigde, dat hij in mijn lijden en pijn binnenkwam om mijn leven, met alle zonde en schuld, met zich te dragen aan het kruis.
En morgen zal ik niet juichen omdat ik de feiten op een rijtje heb gezet, maar omdat ik met mijn hele hart geloof dat God zijn Zoon heeft opgewekt, waardoor er hoop is voor mijzelf en deze hele wereld.
Pasen betekent niet dat Jezus spiritueel in mijn gedachten is opgestaan, waardoor ik het in mijn eentje goed heb, maar dat deze wereld er voor God toe doet. Dat Hij deze wereld niet in de steek laat, maar er intens bij betrokken is. Jezus is lichamelijk opgestaan in onze tijd en ruimte, in deze aardse werkelijkheid en dat betekent dat het christelijk geloof goed nieuws is voor een wereld vol onrechtvaardigheid, geweld en pijn. Ik zie er soms niet veel van, maar dat heeft meer te maken met ons in gebreke blijven, dan met de inzet van God.
En dus groeten miljoenen christenen elkaar morgen met de woorden: ‘De Heer is waarlijk opgestaan!’
Laat Knevel een fout hebben begaan in de presentatie van zijn ideeën over schepping en evolutie, hij is intussen wel iemand die in de media altijd zijn mannetje staat als het gaat om de verdediging van het christelijk geloof. Als het waar is wat ds. G. de Fijter onlangs zei in een interview in het Nederlands Dagblad (11 april) dat zijn Protestantse Kerk in Nederland er nog altijd niet echt in geslaagd is om via de media haar stem te laten horen, dan moeten we zuinig zijn op mensen die vanuit een heldere christelijke geloofsovertuiging dat wel weten te doen. Wie Knevel op de Goede Vrijdag bij Pauw en Witteman stellig en overtuigd het klassieke geloof in de lichamelijke opstanding van Christus zag en hoorde verdedigen, dient hem daar erkentelijk voor te zijn. Wie van ons zou het hem nadoen, zo we daar ooit voor zouden worden uitgenodigd? En wie zou in de Volkskrant zoveel ruimte krijgen om Christus’ opstanding toe te lichten en vooral met verve te verdedigen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's