Kalm, geleerd, wijs
Bij het heengaan van prof.dr. Tóth Kálmán
Op 30 maart is op de leeftijd van bijna 92 jaar een geliefde, onvergetelijke vriend van ons heengegaan: de Hongaarse oudtestamenticus prof.dr. Tóth Kálmán, voor sommigen bekend als Kálmán bácsi. Bácsi betekent in het Hongaars zoveel als eerbiedwaardige oom.
Tóth Kálmán – in Hongarije gaat de achternaam voorop – studeerde in zijn jonge jaren theologie in Boedapest en verwierf in Utrecht een beurs om daar zijn studie voort te zetten. Hij zat er samen met W.L.Tukker – toen nog geen predikant – in de collegebanken, hetgeen resulteerde in een vriendschap voor het leven.
Aardig om te vermelden is het merkwaardige feit dat Kálmán er tegelijk met nog een andere Hongaar studeerde, die toevallig dezelfde in Hongarije gangbare voornaam had. Nu was die jongen jammer genoeg vroeg kaal, dus werd hij de ‘kale man’ genoemd. En omdat het gedrag van onze oom Kálmán van zichtbare kalmte blijk gaf, heette hij onder de studenten, om hem van zijn gelijknamige landgenoot te onderscheiden, al gauw de ‘kalme man’. En dat wás hij.
Zijn ambtelijke loopbaan begon hij als predikant in een dorpje op het Hongaarse platteland. Hij nam er zowel de plaats in van een herder als van een leraar. Van meet aan was hem de gave geschonken om niet alleen pastor maar ook doctor te zijn. Zijn studiezin resulteerde dan ook in een dissertatie, en wel op het gebied van het Oude Testament. In 1957, dus kort na de dramatische Opstand, benoemde de Hongaarse kerk hem tot hoogleraar Oude Testament aan de theologische academie van Boedapest. In later stadium maakte hij zich onder meer verdienstelijk door de vertaling van diverse Calvijncommentaren op de kleine profeten. De kennis die hij zich van het Hebreeuws en van de bijbelse theologie had eigen gemaakt, was werkelijk van hoog niveau. Niet zonder reden viel hem meer dan eens de eer te beurt om gastcolleges te verzorgen aan onze Nederlandse universiteiten en verwierf hij een eredoctoraat aan de Roemeense faculteit van Kolozsvár. Het bijzondere was echter dat de geleerdheid die hij uitstraalde, gepaard ging met een patriarchale wijsheid – vrucht van de vreze des Heeren.
Verschijning
Als hoogleraar heeft hij veertig jaar lang tal van aanstaande predikanten theologisch opgeleid en bovendien als een vader begeleid, hierin bijgestaan door zijn toegewijde vrouw, voor ingewijden onze onvergetelijke Vilma néni, tante Vilma. Heel wat studenten leerden trouwens van hem niet alleen Hebreeuws, maar ook Nederlands, ter voorbereiding op een een- of tweejarig studieverblijf aan onze Utrechtse universiteit. Steevast vroeg ik, toen ik zelf in Utrecht werkte, bij hun aankomst natuurlijk of ze professor Tóth ook kenden. En dan volgde er onveranderlijk een enthousiast verhaal.
Zijn contacten met Holland waren velerlei. Met name dr. Hebe Kohlbrugge, prof.dr. H.W. de Knijff en dr.ir. J. van der Graaf behoorden tot zijn intieme vriendenkring. Maar ook persoonlijk bewaar ik onuitwisbare herinneringen aan hem en zijn vrouw. Jaren achtereen kwamen zij in de zomervakantie samen naar Delft. Eigenlijk moet ik niet schrijven dat ze kwámen, maar dat ze werden gehaald en ook weer thuisgebracht, namelijk door de Delftse familie Van Groningen, bij wie ze wekenlang te gast waren. De conversatie met oom Kálmán was telkens weer een belevenis. Weinig mensen heb ik gekend die zo’n eruditie, bezonnenheid en helderheid aan de dag legden als deze statige hoogleraar, of het nu zijn vakgebied betrof of de cultuurgeschiedenis in het algemeen. Hij was een rijzige verschijning, tegen wie je opkeek, zonder dat hij je ooit het gevoel gaf op je neer te kijken. Als een bijzondere eer heb ik het indertijd ervaren dat hij zitting wilde nemen in de beoordelingscommissie van mijn proefschrift en dat hij zich ook tijdens de promotieplechtigheid niet onbetuigd liet.
Van horen zeggen
Bij hen wederkerig te gast zijn was een waar genot, even afgedacht van het onophoudelijke lawaai dat vanuit de krioelende straten van Boedapest door de kieren van hun bescheiden flatje binnendrong. Je werd er niet alleen met veelsoortige Hongaarse lekkernijen overladen, maar ook verrijkt met veelkleurige Hongaarse wetenswaardigheden. Overigens drukte oom Kálmán zich met name vóór de Wende bedachtzaam uit zodra je politieke informatie wilde hebben. De enige keer dat hij wat openhartiger reageerde, was toen ik hem vroeg hoeveel Russische militairen er in Hongarije rondliepen. Het laconieke – en destijds niet ongevaarlijke – antwoord luidde: ‘Te veel’.
Het leven van oom Kálmán en tante Vilma, met hun drie kinderen, is vol moeite geweest. Op zijn zachtst uigedrukt: weelde kenden ze alleen van horen zeggen. Het communistische regime legde een langdurige en zware druk op hun bestaan. Maar wat ons telkens weer trof was de gelijkmoedigheid waarmee zij zich in de situatie schikten. Om nog maar te zwijgen van hun onbaatzuchtigheid, goedgeefsheid en tevredenheid. Ter illustratie: toen oom Kálmán ooit werd gevraagd of er nu niet iets was wat men uit Nederland voor hem zou kunnen meebrengen, dacht hij even na en zei: ‘Ja, graag een rolletje doorzichtig plakband, en als het kan ook een fineliner waarmee ik de Hebreeuwse vocaaltekens nauwkeurig aan kan brengen. Voor het overige hebben we alles wat voor het leven noodzakelijk is.’ Dit laatste zinnetje typeerde hem ten voeten uit.
Thuisgekomen
Vijf maanden geleden moest hij afscheid nemen van zijn vrouw. We zijn samen met de familie Van Groningen naar Boedapest gereisd om de begrafenis bij te wonen en vooral ook om oom Kálmán te bezoeken. Hij was al zo zwak dat hij niet meer mee kon naar de begraafplaats. Toen we na onze gebeden afscheid van hem namen, hadden we sterk het gevoel dat dit voor het laatst was.
Maar wat heet ‘voor het laatst’? We wisten en weten dat ons leven ligt geborgen in Hem die de Eerste en ook de Laatste is. Bij Hem is onze geliefde oom Kálmán thuisgekomen, verenigd met allen die ons zijn voorgegaan, thuis in de eeuwige sabbat, die ons verworven is door Hem Die een dode is geweest en leeft in eeuwigheid.
Juist op het moment dat we op de hoogte werden gebracht van oom Kálmáns heengaan, had ik een fragment uit Augustinus’ preken onder ogen. Zou het toeval zijn? Het waren de volgende woorden: ‘Alle dingen vervliegen. En jij? Wil je staande blijven? Alleen het Woord des Heeren blijft in eeuwigheid. Blijf daarom in Zijn Woord, dan blijf je in eeuwigheid.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's