De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van mij gezien

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van mij gezien

Meditatie: 1 Korinthe 15:8

4 minuten leestijd

Verschillende getuigen van de opstanding somt Paulus op. Eerst noemt hij Céfas en de twaalven. Vervolgens vijfhonderd gelovigen. Daarna Jakobus. Aan het eind van de opsomming noemt Paulus zichzelf. Ook aan hem is de Heere Jezus verschenen.

'En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.'

Het is alsof Paulus zijn adem even inhoudt als hij zichzelf de laatste getuige van de opstanding van Christus noemt. Wat nu komt, was door niemand verwacht. Het lag niet voor de hand dat de Heere Jezus Zich ook aan Paulus zou tonen. De andere getuigen die door Paulus opsomt, hebben de Heere Jezus persoonlijk gekend. Tijdens Zijn omwandeling op aarde kwamen zij met Hem in aanraking. Na Zijn opstanding, voordat Hij naar de hemel ging, zocht Hij hen op. Daarmee bevestigde de Heere Jezus Wie Hij is. Hij is de Vorst van het Leven. Hij is de Koning der verschrikking de baas. Hij bevestigde daarmee hun geloof. De Zijnen hebben niet voor niets in Hem geloofd. Ze zijn Hem niet voor niets gevolgd.

Toeschouwer
Maar als het nu over Paulus gaat, dan gaan deze dingen niet op. Pas na Pinksteren lezen we over Saulus van Tarsen, die later Paulus wordt genoemd. Hij was toeschouwer bij de steniging van Stefanus. Hij paste op de kleding van degenen die deze diaken stenigden. Paulus had een behagen in zijn dood. Na Stefanus’ dood ontpopt farizeeër Paulus zich als een vervolger van de gemeente van Jezus Christus. Er moet dus wel wat met Paulus gebeurd zijn, anders zou hij ten eerste niet zo gepassioneerd over de opstanding van de Heere Jezus spreken en ten tweede zou hij zichzelf niet als getuige van die opstanding presenteren.
God heeft ingegrepen in zijn leven. Trouwens, dat is de enige manier waardoor mensen tot geloof komen. Het maakt niet uit of we keurig nette kerkmensen zijn of duidelijke tegenstanders van God en Zijn Christus. Geloofsovergave zit ons niet in het bloed, daar is genade voor nodig. Alleen door Gods genade krijgen we zicht op Christus en Zijn offer. Alleen door genade zien we Hem als de Opgestane. Paulus leert van genade te leven. Leerden wij het ook al? Zonder God en zonder Zijn genade wordt het niets. Laat dat ons op de knieën brengen, biddend om genade.

Verlangen
Paulus leert de Heere Jezus op een heel bijzondere manier kennen. Terwijl hij op weg is naar Damascus om de volgelingen van Jezus op te sporen en gevangen te nemen, houdt de Heere Jezus Hem staande. De opgestane en ten hemelgevaren Zaligmaker verschijnt aan Paulus. Het gaat daarbij niet om een visionaire, maar om een werkelijke verschijning. De Heere Jezus toont Zich aan Paulus om hem in te winnen voor Zijn dienst. Daarmee gaat er een streep door alles van Paulus. De Heere Jezus wordt hem alles. Hij verlangt er daarom ook naar zijn leven in dienst van zijn Heere te stellen. Wie zelf leeft van Gods genade wil aan anderen die genade bekendmaken. Paulus mag dat op een heel bijzondere manier doen. Hij wordt door de Heere in dienst genomen als apostel.
Als Paulus dat op zich laat inwerken, kan hij zich daar alleen maar over verwonderen. Hij verwondert zich erover dat hij zijn eigen naam aan het eind van de rij opstandingsgetuigen mag schrijven: ‘En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene gezien.’ Dat is een opmerkelijke uitdrukking. Wat bedoelt Paulus precies? Vergelijkt hij zichzelf met een misdracht, een ontijdig geborene, of bedoelt Paulus wat anders? Bedoelt Paulus te zeggen dat hij als de nageboorte moet worden gezien (dr. J. van Bruggen)?

Nakomertje
De lijst van verschijningen is eigenlijk af. Jezus is verschenen aan al de apostelen. Jezus voegt er echter nog één verschijning aan toe. Een verschijning aan Paulus. Een verschijning die Paulus’ redding inhoudt, zijn behoud. Paulus is het nakomertje in de rij van hen aan wie de Heere Jezus Zich toonde. Ook Paulus is erbij, als een ontijdig geborene. Naarmate Paulus daar dieper over nadenkt, stijgt de verwondering. Hij is ook aan mij verschenen, óók aan mij. Paulus heeft niets om zich op te verheffen. Trouwens, dat heeft niemand die Jezus’ verschijning lief kreeg. Als de Zaligmaker je leven binnenkomt, als de Geest je ogen geeft om Hem te zien, dan kun je je alleen verwonderen. Door die verwondering wordt het verlangen gevoed naar de grote dag waarop alle ogen de opgestane Zaligmaker zullen zien. Weten we wat onze toekomst is?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Van mij gezien

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's