Verkoop van een redder
Bijbeltekst begrepen
De tien broers van Jozef hebben een advocaat gevonden. Een Joodse uitlegger vecht de gangbare aanklacht aan dat de mannen hun jongere broer hebben verkocht. Volgens hem hebben Midianietische kooplieden Jozef uit de put gehaald en verkocht aan Ismaëlietische collega's.
Wie Genesis 37:28 er op na leest, raakt aan het twijfelen. Komen daar twee handelskaravanen langs of zie ik dubbel? Laten we een reconstructie maken. Terwijl de zonen van Jakob hun brood zitten te eten, zien zij in de verte een reisgezelschap van Ismaëlieten aankomen (vs.25). Ze bespreken het plan van Juda om Jozef aan deze handelaren te verkopen (vs.26-27). Even later blijken er (ook? ) Midianietische kooplieden voorbij te trekken (vs.28). Volgens de Joodse uitlegger zijn zij het die het slachtoffer uit de kuil omhoog trekken en hem verkopen aan de Ismaëlieten. Als Ruben op een zeker moment gaat kijken, is Jozef verdwenen (vs.29). Snel keert hij terug naar zijn broers om hen van zijn ontdekking op de hoogte te brengen (vs.30).
Belangrijke vraag is of er één of twee groepen handelaren bij de verkoop zijn betrokken. Calvijn vermeldt de opvatting van sommigen dat Jozef op die plaats twee keer is verkocht. Hij zou direct zijn doorverkocht van de ene handelsonderneming aan de andere. Want als afstammelingen van twee verschillende zonen van Abraham zijn de Midianieten onderscheiden van de Ismaëlieten. Zelf denkt Calvijn dat de Ismaëlieten Jozef hebben gekocht nadat de Midianieten de koop hadden afgeslagen.
Wie verder leest dan het 28e vers lang is, moet op deze voorstelling terugkomen. Want in Genesis 37:36 zijn het toch de Midianieten die Jozef in Egypte verkopen aan Potifar. Maar als Genesis 39:1 dit gegeven ophaalt, dan zijn het weer de Ismaëlieten. Ik concludeer dat in deze geschiedenis beide aanduidingen door elkaar worden gebruikt. Zoiets gebeurt ook in Richteren 8:22-26. Gideon heeft de Midianieten verslagen en in vers 24 staat dat het Ismaëlieten waren. De twee termen zijn blijkbaar uitwisselbaar of overlappen elkaar.
Van oorsprong betreft het twee onderscheiden volksstammen. Ze hadden in Abraham echter dezelfde stamvader en hadden veel gemeen in hun levenswijze. Daardoor kon de buitenwereld beide volken misschien niet goed uit elkaar houden en werden hun namen op een zeker moment door elkaar gebruikt.
Broers
We stellen het beeld scherp. Bij de verkoop van Jozef is slechts één karavaan handelaren betrokken, die nu eens Midianieten en dan weer Ismaëlieten heten. Zij zijn in Dothan de kopers en pas in Egypte de verkopers. De broers die het plan hadden gesmeed (vs.26-27), hebben dit ook uitgevoerd (vs.28). Om de een of andere reden was Ruben bij dit misdrijf niet aanwezig. Wanneer hij bij de put komt, is het kwaad reeds geschied.
Jaren later houdt Jozef zijn broers nog steeds verantwoordelijk voor dit kwaad. Tegelijkertijd is hij er de leiding van God in gaan zien (Gen. 45:4-5). De Heere heeft hem vooruit gezonden om zijn broers in het leven te kunnen behouden. Die bijzondere positie was hem in twee dromen geopenbaard. Maar zij hebben hun redder veracht en verkocht.
In Handelingen 7 herinnert Stefanus aan deze geschiedenis (vs.9). Hij zet haar op één lijn met de geschiedenis van Mozes. God zou door zijn hand verlossing geven, maar zijn volksgenoten hebben hem niet geaccepteerd (vs.25-29). ‘Deze Mozes, die zij afgewezen hadden, (…) heeft God tot een overste en verlosser gezonden.’ (vs.35) In Jozef en Mozes herkennen we de weg van Christus. De grote Redder is door Zijn broeders en volksgenoten niet erkend, maar veracht en verworpen. Zo gaat het steeds weer. Daarom moet Stefanus zeggen: ‘Gij wederstaat altijd de Heilige Geest.’ (vs.51-52)
Levensbelang
De broers komen tot erkenning van hun zonde (Gen. 44:16; 50:15-17). Laten wij de misdaad niet op anderen schuiven. Hoe reageert Jozef ? Hij wreekt zich niet. Ondanks al het ondervonden leed toont hij een hartelijke liefde voor zijn broers. Jozef mag het zaad van Jakob in het leven behouden.
In deze geschiedenis openbaart Gods Geest hetzelfde evangelie als in het Nieuwe Testament. Gods Zoon is voor ons mensen geworden als een Broeder. Jezus is de aangewezen Verlosser. Maar in onze hang aan de wereld verkochten wij deze Zaligmaker. Nu is het van levensbelang om daarvan terug te keren en voor Hem neer te buigen. Nadat de Joden in Jeruzalem hun Redder hadden gekruisigd, bood de Heere hen toch weer genade aan. Hij is gezonden om zondaren in het leven te behouden en dat doet Hij met liefde. Christus wil nog steeds onze Broer zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's