Als het geld er niet is
Impressie van de protestantse synode
Definitief rapport, zo stond er op de voorkant van 'De hand aan de ploeg', het laatste rapport van de commissie Veerman, die lijnen heeft uitgezet voor de toekomstige structuur van onze kerk. Na drie dagdelen werd het rapport in hoofdlijnen aanvaard.
Ergens in het debat vroeg ds. L. Plug (classis Gouda) of predikanten naast de verplichte permanente scholing wel een postmasteropleiding (nodig om in hoogste traktementsschaal te komen) konden doen ‘als het geld er niet is’. Deze laatste zes woordjes bleven bij mij hangen. De directe aanleiding voor de bezinning die vrijdag jl. weer niet definitief werd afgerond, lag in de problematiek van kleine gemeenten in relatie tot het nieuwe traktementstelsel, dat met de vorming van de Protestantse Kerk ingevoerd werd. De toen ingestelde brede studiecommissie zou ook onderzoek doen naar de toekomst van de predikant en de positie van de kerkelijk werker. Zo raakten diverse op zichzelf al gecompliceerde vragen nauw verweven. Zou prof.dr. C.P. Veerman de synode een begaanbaar pad kunnen wijzen?
Zeer betamelijk
In november had onze oud-minister de synode nog gezegd: ‘Het staat u vrij met iets beters te komen, maar weet dat onze commissie pas na tientallen vergaderingen tot deze doorwrochte visie voor onze tijd gekomen is.’ Over de verdubbeling van de bijdrage per lid voor de solidariteitskas zei Veerman toen: ‘Van € 5,00 naar € 10,00 is in deze tijd zeer betamelijk, dat is toch geen bedrag! En al dit geld komt de gemeente weer ten goede, niet de landelijke kerk.’
Vijf maanden later bleek deze verhoging voor veel synodeleden toch een niet te nemen hobbel. Oud.kerkrentmeester J.P. Karstens (classis Leiden) stelde voor niet tot de verhoging te besluiten, omdat de gemeenten moeten betalen voor leden die zelf niet bijdragen. ‘In Katwijk aan Zee betaalt een kwart van de leden niet, wat de gemeente
€ 7000,00 extra zal kosten, terwijl de protestantse gemeente Leiden € 15.000,00 extra moet betalen en opnieuw in de rode cijfers komt. Voor Den Haag gaat het om € 40.000,00 extra, een halve predikantsplaats.’ Karstens wilde eerst onderzoek hoeveel er nodig is.
Geen nieuwe ambtstheologie
Dit voorbeeld illustreert de wijze waarop de synode en de commissie Veerman elkaar als het ware gevangen hielden. Veerman trok grote lijnen en wilde niet ingaan op details: ‘We moeten ruimte laten aan de praktijk, aan groeiend inzicht. Maar, de problematiek is dwingend, want elke dag is er ledenverlies.’ Hij gaf aan geen andere weg te zien dan zijn rapport wijst: ‘Alle inspiratie is eindig, ook de onze. Aan u, synode, om te besluiten.’
En dát wilde de synode nu alleen als ze gedetailleerder wist wat de besluiten in de praktijk betekenen, zodat er naast de geuite waardering voor ‘De hand aan de ploeg’ enorm veel (kritische) vragen kwamen.
De scriba van de kerk, dr. A.J. Plaisier, poogde in zijn inleidende woorden eventuele onrust weg te nemen. ‘Dit rapport wil de kerk niet op haar kop zetten, maar zal aansluiten bij bestaand beleid. Denkt u niet dat predikanten van bovenaf in een teamverband worden gestopt, want teamverbanden ontstaan vanuit de gemeenten. Er wordt ook geen nieuwe ambtstheologie ingevoerd: de predikant blijft dienaar van het Woord.’
Dr. P.J. Visser sprak als voorzitter van de Raad van Advies voor het Gereformeerd Belijden voor het eerst, omdat er stemmen klonken dat de RAGB meer gehoord moet worden. Hij benadrukte dat de predikant allereerst door Christus geroepen is. Zijn vraag bij het rapport was vooral of de ambtelijke herverkaveling en de specialistische professionalisering tot (ongewenst) effect konden hebben dat het ‘herderen van de kudde’ onder druk zou komen te staan.
Armlastige gemeenten
Oud. mevr. S. Hiebsch (lutherse synode) voerde het woord namens de commissie van rapport, een commissie van synodeleden die zich vooraf samen over een rapport buigt. Ze vroeg waarom, nu de synode inzake negen hoofdlijnen moet besluiten, niet verwoord is dat eerder al besloten is dat het ambt van predikant alleen open staat voor hen die een academische opleiding afgerond hebben. Met haar commissie uitte ze zich kritisch over het ontbreken van veel informatie: ‘De synode kan de consequenties niet overzien. Het thema loopbaanontwikkeling is niet goed uitgewerkt, over de kosten van de postmasteropleiding voor predikanten is niets gezegd, evenals over het evaluatiegesprek na één jaar met de basispredikant, over het afschaffen van het studieverlof en de structuren voor permanente educatie.’
Ds. J.C. Oosterwijk (classis Heerenveen) hekelde de betrokkenheid van veel predikanten bij de werkgemeenschap: ‘Solisme, haantjesgedrag en modalitair moddergooien. De predikant moet zich ontworstelen aan de idee dat hij in de eigen gemeente zijn ongekende gang kan gaan.’ Hij bepleitte handhaving van sancties als predikanten de werkgemeenschap niet bezoeken.
Ds. R. Kloosterziel (classis no-Groningen) wilde zelfs niet op hoofdlijnen besluiten. ‘Hoeveel tijd zal er overblijven voor pastoraat en preken?’ Oud. H. van der Meer (lutherse synode) zei dat het uitoefenen van ambtswerkzaamheden niet altijd moet leiden tot een staan in het ambt.
Mevr. ds. K. van den Broeke (classis Goes) zei dat kleine gemeenten vol zorg zijn over de voorgestelde verdubbeling van de bijdragen aan de solidariteitskas.
Oud. mevr. D. Heesen-Sondern (classis Winterswijk) sloot hierbij aan. ‘Laten we niet te gemakkelijk besluiten en de gemeenten met problemen opzadelen.’
Oud. P. van den Boogaart (classis Barendrecht) waardeerde het rapport, maar vroeg of samenwerking met álle gemeenten wel mogelijk is.
Ds. J. Ariesen (classis Franeker) wilde niet spreken over kleine, maar over armlastige gemeenten. Hij pleitte ervoor de gemeenten te leren met elkaar solidair te zijn.
Oud. G.G. van Dijk (classis Rotterdam) stelde de vraag of we anderen de verantwoordelijkheid durven te geven om met de hoofdlijnen van het rapport aan de slag te gaan.
Ds. W.G. Sonnenberg (als visitator-generaal adviseur van de synode) zei de discussie te ervaren als een ideaalbeeld, alsof er geen problemen zijn. ‘Dominees houden niet van elkaar. Sinds 2001 zijn er tachtig losmakingen, sinds 2004 35 losmakingen in de kerk geweest. Mijn leeftijdgenoten (ds. Sonnenberg is van 1948, red.) zijn vaak moe, zitten als angstige musjes in de pastorie: Wie pakt mij nu weer? Ik constateer veel kritiek op het rapport, maar hoor weinig oplossingen.’
Zekerheid? Vertrouwen!
En toen, na deze sprekersronde leek het fout te gaan met dit rapport – onder meer om redenen die oud. Van Dijk en ds. Sonnenberg noemden.
Prof. Veerman gaf opnieuw grote lijnen aan en verwoordde dat op sommige plaatsen de nood buitengewoon hoog is. ‘Als ons zekerheid ontvalt, komt het aan op vertrouwen en loyaliteit.’
En dr. A.J. Plaisier verwoordde concreet dat vanaf 2011 veel kleine gemeenten in de problemen zullen komen: ‘Daarom moeten we nu solidair zijn, om straks voor hen wat te kunnen doen. Hij onderstreepte dat de predikant generalist zal blijven, maar dat de dominees wel meer op elkaar aangewezen zullen zijn. En, is de predikant bereid gehoor te geven als de landelijke kerk een beroep op hem doet?’
De kortsluiting ontstond omdat diverse synodeleden tóch concrete antwoorden wilden horen.
Oud. Hiebsch zei zich ruim twee weken in de vragen verdiept te hebben en als er geen antwoord komt, ‘had ik in die tijd beter Luther kunnen lezen. Tussen de regels dreigen allerlei details te worden vastgelegd.’
Toen moest prof. Veerman over zijn irritatie heenstappen, omdat het leek of de synode zijn gevoel voor urgentie niet overnam en op zijn visie reageerde met allerlei kleinere vragen. Hij maakte zijn excuses erover dat niet alle vragen beantwoord waren, waarna zijn stuurgroep ruim anderhalf uur deze vragen langsliep, voordat de synode besloot het rapport op hoofdlijnen te aanvaarden, waarbij op de nodige onderdelen nader onderzoek nodig is.
Vast staat wel dat de bijdrage aan de solidariteitskas naar € 7,50 per belijdend lid verhoogd wordt, waardoor er in elk geval enige miljoenen beschikbaar komen voor steun aan armlastige gemeenten en dat de hbo-theoloog in bijzondere omstandigheden na een aanvullende opleiding predikant kan worden.
Nadere opdrachten
Nu de hoofdlijn van het rapport aanvaard is, blijven er diverse opdrachten van de synode voor nader onderzoek liggen – werk voor de dienstenorganisatie en/of de beleidscommissie Predikanten. Na drie jaar bezinning is het laatste woord nog altijd niet gesproken. Ondertussen zal het winst zijn als gemeenten er kerkbreed van doordrongen zijn hoe de situatie van de kerk in ons land is, opdat we niet alleen roeien met de voorhanden zijnde riemen, maar vooral gebruik maken van de geschonken wapens, waarvan het gebed voor de kerk niet de minste is.
Meer nieuws over de synodevergadering op pag. 16.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's