Beréatheologen in Putten
Commentaar en prediking [1]
Een bijeenkomst van Beréatheologen. Met deze typering opende ds. H.J. Lam de studiedag Commentaren en prediking van de Gereformeerde Bond in Putten vorige week – naar Handelingen 17:11. Een dag waarop deelnemers niet slechts tal van handenschuddende collega's ontmoetten.
De vroege christenen van Berea, ‘die het Woord ontvingen met alle toegenegenheid (bereidwilligheid, HSV) en dagelijks de Schriften onderzochten om te zien of deze dingen alzo waren’, zetten de toon voor de studiedag. Een dag die je als predikant bezoekt om handvatten aangereikt te krijgen voor het wekelijks terugkerende fenomeen van de prediking. Niet consumerend, maar met verlangen iets te proeven van die Beréamentaliteit in de lezingen van de commentaarschrijvers van het Commentaar op het Nieuwe Testament (CNT). De mentale Bereaspiritualiteit die de sprekers lieten horen was meer dan aanstekelijk.
Antwoord
Eerste inleider was prof.dr. J. van Bruggen, de erudiete vrijgemaakte emeritus uit Kampen, die zich deze dag vrijgemaakt had van zijn kerkelijke omgeving en met veel verve in protestants bondsgezelschap verkeerde. Zijn gloedvolle betoog, ondersteund door powerpoint, gaf veel informatie over zijn specialiteit: de evangeliën.
Wat me weer opnieuw duidelijk werd: Jezus Christus is niet los verkrijgbaar. Hij is in Zijn Zelfopenbaring Gods Zoon. In Zijn Zoon is God, de Vader in ons midden als vervulling van oudtestamentische beloften.
Wat mij persoonlijk vooral raakte was: Laat in de zondagse verkondiging vanuit de tekst uit het evangelie ‘het evangelie’ horen! Isoleer een tekst niet van het grote geheel. Van harte mee eens. Maar toch een vraag. De boodschap van Jezus is veelomvattend en divers. Bijvoorbeeld, moeten we, na de boeteprediking van Johannes de Doper, alles wat het evangelie ons laat zien, plaatsen in het bevrijdende verlossingskader van kruis en opstanding of mag je bijvoorbeeld de Bergrede lezen zoals het er letterlijk staat? Wordt ze dan niet te moralistisch en te activistisch, gaat het dan wel echt om bevrijding? Waar zit de hermeneutische sleutel?
De ontvouwende manier van spreken van onze vrijgemaakte broeder zette me zo aan het denken, dat ik me na zijn lezing samen met een andere broeder afvroeg of hij wel antwoord gegeven had op zijn beginvraag: ‘Commentaren: hulp of sta-in-de-weg?’ Het verging me zoals die hoorder in de kerk die onder de preek bleef stilstaan bij het gegevene en tot schrik de dominee plotsklaps amen hoorde zeggen en wellicht het een en ander had gemist.
Barbaren
Classicus dr. J. van Eck onderzocht vanuit de context van de klassieke oudheid ‘de Schriften, om te zien of deze dingen alzo waren’. Nadat deze commentator op het boek Handelingen ons op de telkens weer terugkerende processen in het wereldgebeuren had gewezen, waarin zowel in de tijd van Handelingen als nu Christus’ boodschap wordt verkondigd en ook zijn verlossende werk doet, maakte de auteur met ons enkele diepteboringen. Een daarvan was in Handelingen 28, waar Lukas ons de ontmoeting van Paulus met de barbaroi op Malta verhaalt. Dr. Van Eck wees erop dat Lukas deze barbaren meer dan gewone mensenliefde toeschrijft, maar hiermee impliciet de Griekse gecultiveerde beschaving te kijk zet, waarin zo hoog werd opgegeven van philanthropia. Met de Beréatheologen dus naar de barbaren op Malta, een wonderlijke reis.
Onze regiocollega uit het rijk bewaterde Reeuwijk, dr. T.E. van Spanje, wilde ons leren ‘preken als pastor’. Wat mij bij bleef is zijn bestudering van de specifiek historische context, met het onderscheid tussen meaning en significance. De levendige diepgaande historische exegese vond ik zo dichtbij komen, dat de applicatie (toepassing) geen sprong van bijna tweeduizend jaar meer was, maar een vloeiende lijn naar ons zijn hier. De barbaren van dr. Van Eck komen dan bij ons langs alsof ze tijdgenoten zijn. Ik dacht: ‘zo moet het, dát is het!’ Als commentaren ons in dit vloeiende proces begeleiden, zijn ze goud waard.
Geëmotioneerd
Veel geleerd, geïnspireerd, aan het denken gezet. Kortom, het smaakte naar meer. In de forumdiscussie kwam de applicatie, de toepassing. Een geëmotioneerde reactie van dr. Van Bruggen op de historischkritische methode was me uit het hart gegrepen.
Toch komen bij mij vragen boven. We leven als kerk en theologie na de Verlichting, het modernisme is inmiddels grotendeels vervangen en opgevuld met het postmodernisme. Daar zijn we – dominees en gemeente – door beïnvloed en is dat verkeerd? En mogen we, exegetisch gezien, gebruikmaken van (sommige) vondsten uit de historische kritiek? Welke wel en welke niet? Uiteraard houden we vast aan de diepe beleving van de openbaring Gods door de Schriften. Maar we kunnen toch niet terug in een theologisch reservaat van voor de Verlichting?
Op deze dag was daar overigens geen sprake van, maar soms heb ik het idee dat we zo’n reservaat-imago koesteren en dat we ons op academisch niveau laten neerzetten als naïeve theologen. Ik proef de pijn in de reactie van dr. Van Bruggen in dezen, hem treft geen blaam, maar ons?
Hart
Hoe komt het toch dat ik met herkenning een collega aan het forum hoorde zeggen dat de gemeente met grote instemming de catechismuspreken beluistert, maar een historische diepgaande exegese van de tekst in de morgendienst maar zo-zo vindt. Te meer een onderwerp om er op terug te komen. Aan wie ligt dit? Aan ons als dienaren van het Woord of aan de gemeente? Of aan beide? Wil de gemeente slechts bevestigd worden in de dingen die ze al weet en gaan wij als dienaren daarin mee? Impliciet daarin vrij baan gevend aan de evangelische en moderne theologie? Zonder het Beréaverlangen om telkens opnieuw te zien of deze dingen alzo waren? Is alles al gezegd en praten we slechts na? Is het sola scriptura wellicht vervangen door een sola confessio? Nee toch? Het tweede moet toch uit het eerste voortkomen? Gedegen gereformeerde exegese door de Verlichting heen en niet erachter terug, vraagt om verdere doordenking. Moge deze dag het startschot zijn, tot voeding voor onze wekelijkse worsteling om het hart van de tekst te ontdekken, met daarin het hart van de Heere in de boodschap die Hij voor ons heeft, zoekend naar het hart van de gemeente. ‘Och schonk Gij mij de hulp van Uwe Geest’, om werkelijk Beréatheoloog te mogen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's