Burcht of reddingsboot
Geloof en karakter [2]
Afhankelijke mensen vormen de betrokken kern van de christelijke gemeente. Maar zonder zelfstandige gelovigen zou het in de kerk te kritiekloos, soft worden. Wat typeert de psychologische persoonlijkheidstypen die elke gemeente kent?
Zelfstandige mensen, het eerste type, geloven op een verstandelijke, rationele manier. Bij hen zullen niet gauw de tranen over de wangen lopen bij het aanhoren van de zondagse preek. Ze hebben liever een nuchtere manier van geloven. Ze hebben weinig behoefte om het geloof samen met anderen te beleven. Deze mensen zijn dikwijls op het intellectuele niveau geïnteresseerd in geloofsvraagstukken. Er zitten daarom theologen onder dit type mensen. Ze gaan zelfstandig om met de kerkelijke tradities en zullen zich niet door emoties laten leiden bij het handhaven of afschaffen ervan.
Dit kan gevolgen hebben naar twee kanten toe. De ene is dat de moderne theologie, die gebroken heeft met het bevindelijke (= gevoelsmatige) bijbelgetrouwe geloof, bij deze mensen daarom nogal eens aanslaat. De andere kant is dat zelfstandige mensen geloof en leven goed kunnen scheiden – soms te goed –, ook de orthodoxe mensen. Op het verstandsniveau handhaven ze hun geloofsovertuiging, ze beleven daar misschien zelf niet zoveel van, en gaan intussen in wereld en werkkring hun eigen gang, die vrij los staat van hun geloofsopvatting. Hoe verrichten zelfstandige mensen kerkenwerk? Zij kiezen zelf wat ze willen of kunnen. Ze selecteren zelf uit het aanbod van werkzaamheden. Ze doen als hun dat beter lijkt vervolgens zonder problemen ook afstand van hun taken. Ze bekijken goed of dat nodig is voor henzelf, het gezin of hun baan. Wat ze doen, doen ze meestal goed, bijvoorbeeld leidinggeven.
Pastorale gaven
Afhankelijke mensen beleven alles in relaties, ook het geloof. Mensen spelen er voor hen daarom een grote rol in, door geloofsgesprekken en kringwerk bijvoorbeeld. In hun eentje hebben deze mensen moeite om gelovig te blijven, maar in het contact met anderen bloeit hun geloof op. Zij zijn ook aan te spreken op de persoonlijke relatie met God. Het geloof is voor hen een emotionele zaak. Wat ze geloven, willen ze ook beleven. Bovendien proberen ze de eisen van het geloof ook in praktijk te brengen, verantwoordelijk als ze zich voelen.
Het zijn mensen die moeilijk los kunnen komen van wat de ouders hun hebben meegegeven. Daarom zullen ze de kerk van hun jeugd niet gauw verlaten. Als ze actief zijn in de gemeente ligt hun voorkeur bij het werken met mensen. Ze hebben pastorale gaven.
Deze mensen vragen veel van zichzelf. Zij denken dat anderen en ook God dat hen opleggen. Opofferingsgezind gaan ze door het leven. Ze denken zelf niet echt kritisch, of houden hun kritiek voor zich. Ze willen anderen nooit kwetsen. De troost van het evangelie is soms moeilijk te aanvaarden voor deze mensen, omdat zij regelmatig tobben met schuldgevoelens. Ze durven dikwijls niet zoveel ruimte voor zichzelf te vragen. Dat anderen er mogen zijn, staat voor hen vast. Of ze er zelf mogen zijn en voor zichzelf mogen opkomen, vragen ze zich af.
Opofferingsgezind
Hoe verrichten afhankelijke mensen kerkenwerk? Ze zijn zo mogelijk altijd present. Zij zijn de enthousiaste kern van de christelijke gemeente. Meestal hebben ze meerdere taken na elkaar en soms een paar tegelijk. Deze mensen zijn ook trouw. Niet aan het baantje maar aan de mensen. Daarom zullen ze niet aan zichzelf denken en altijd bereid zijn tot helpen wanneer dat nodig is. De meest vervelende klusjes knappen ze op. Het gaat de verkeerde kant op als ze, net als Martha, het werk halfhartig gaan doen en klagerig worden. Ze gaan zich reddend slachtoffer voelen. ‘Waarom moeten ze mij altijd vragen?’ Vergeten wordt dan dat het probleem niet is dat altijd dezelfde mensen ergens voor gevraagd worden, maar dat altijd dezelfde mensen ja zeggen, zelfs als ze eigenlijk nee bedoelen.
Conservatieve factor
Het derde persoonlijkheidstype, de onveranderlijke mensen, houdt van vaste gewoonten, ook in het geloofsleven. Ze slaan de zondagse samenkomsten niet over, lezen altijd een vast aantal keren per dag uit de Bijbel en missen geen van de godsdienstige plichten, die ze zelf eenmaal geleerd en aanvaard hebben. Ze hechten aan tradities en zijn bang voor veranderingen. Dat betekent dat ze in de kerk een conservatieve factor zijn, die vernieuwingen doorgaans tegenhouden. Dat doen ze niet om dwars te liggen, maar uit (on)bewuste angst voor chaos. Zij voelen zich veilig bij het oude vertrouwde. Komen er ondanks hun aanwezigheid toch vernieuwingen, dan zullen ze protesteren en zich er slechts met moeite bij neerleggen. De moderne theologie vindt bij deze mensen daarom minder aanhang, tenzij ze daarbij zijn opgevoed. Ongeacht welke opvattingen ze verdedigen, ze zullen dat altijd op een enigszins eigenwijze manier doen. Geloven in God valt voor hen soms samen met: alles bij het oude laten en de regels van kerk en geloof handhaven. Op bewaren gerichte mensen hebben iets onverzettelijks en hebben moeite om zich echt in te leven in andere mensen. Gevoelens zijn onzekere factoren en daarom een beetje bedreigend. Daarom zal pastoraal werk niet hun grootste gave zijn. Dingen uitleggen, ordenen, doceren en dergelijke gaat meestal beter. Hoe doen onveranderlijke mensen het kerkenwerk? Deze mensen zijn trouw in het volbrengen van hun taak. Daarvan hebben gemeentes dus veel plezier. Ze zijn zo trouw, niet omdat ze zoveel van mensen houden maar uit plichtsbesef. Dat ze niet zozeer op mensen gericht zijn, blijkt van tijd tot tijd uit hun soms bazige optreden. Ze kunnen zelfs aan hun taak vastroesten. Veertig jaar of nog langer zijn ze secretaris, organist of koster. Ze vinden hun taak belangrijk en voeren die nauwgezet uit. Dat is hun bescherming tegen al te veel werkdruk. Hun tijd is met hun ene taak al zo gevuld dat ze gemakkelijk ander werk van zich afhouden. Ze moeten bovendien niet te veel aan hun hoofd hebben. dan verliezen ze hun overzicht. Dit zijn ook de mensen die soms met enige druk uit hun functie verwijderd worden. Uit zichzelf blijven ze te lang zitten. Hun onttroning kunnen ze nooit vergeten. Het kan hun oude dag vergallen.
Wispelturig
Veranderlijke mensen hebben een wispelturige manier van geloven. Trouw en ontrouw in de manier van geloven en in het kerkbezoek wisselen elkaar af, evenals de verstandelijke en de emotionele manier van het geloof beleven. Als teveel van hen gevraagd wordt aan godsdienstige plichten haken ze liever af. Het moet allemaal een beetje vrijwillig blijven. Het dwangmatige en starre in het rechtzinnige geloof stoot hen af. Ze hebben een hekel aan een strakke orde van dienst en willen daarin graag experimenteren. Deze mensen denken nogal eens het in een andere groep of kerk beter te kunnen vinden dan in die van de opvoeding. Vaak is hun keuze dan nog tijdelijk. Ze veranderen ongetwijfeld nog wel eens van gemeente.
Zijn ze vurige gelovigen, dan zijn ze ook goede zendelingen – in het oerwoud of een achterbuurt, niet op een rustige plek – en evangelisten. Enthousiast, fantasierijk en moedig doen ze hun werk – en stoten hun hoofd zo menigmaal. Ze vechten zich erdoorheen. Een zekere zucht naar avontuur, ijdelheid en soms ook opdringerigheid kan hen hierbij niet ontzegd worden. Ze zijn graag zelf aan het woord. Als hun geloof gestempeld wordt door hun negatieve eigenschappen, zijn ze dweperig en fanatiek en lijkt hun manier van geloven op een vroom toneelstuk. Ze zijn dan erg vatbaar voor geloven in een roes, zo mogelijk in een massa mensen. Daarna volgt nog wel eens een kater.
In het kerkenwerk kun je genieten van het enthousiasme van deze mensen. Helaas kun je soms niet op hen bouwen. Het ene jaar zijn ze vurig enthousiast voor een taak in de gemeente, het andere jaar zie je hen niet meer. Ze missen soms een beleidslijn en trouw. Ze houden van variatie. Ze lijken het meest op een strovuurtje. Het is makkelijk aan te steken, brandt goed, laait hoog op en is zo weer uit. Ze kunnen ook de mooiste plannen opperen, maar lang niet altijd komt er iets van terecht.
Eén schuitje
Zelfstandige mensen hebben moeite met de emoties van het geloven en liefhebben en gaan verstandelijk en zelfstandig om met het al dan niet aanvaarden van Gods geboden. Afhankelijke mensen hebben niet zoveel moeite met het liefdegebod en de eis om trouw te zijn. Onveranderlijke mensen, hebben, plichtsgetrouw als ze zijn, geen moeite met geboden. Zij hebben wel moeite om echte liefde weg te schenken. Veranderlijke mensen hebben zowel moeite met geboden, als met trouw zijn in het liefhebben. Dus bij hen gaat bij uitstek op dat de eis van het evangelie niet naar de mens is. Dat kan zwaar voor hen zijn.
Het zou goed zijn als kennis van de soorten christenen, met hun plussen en minnen, tot meer acceptatie leidt. Laten we van elkaar aanvaarden dat we niet alleen verschillend zijn wat betreft persoonlijkheden maar (dus!) ook in de manier waarop we geloven. In Gods gemeente hebben we elkaar allemaal nodig.
Zonder zelfstandige gelovigen zou het in de kerk te kritiekloos, soft worden. Er zou te weinig goed doordachte visie zijn. We zouden elkaar weinig te leren hebben.
Zonder afhankelijke gelovigen zou het er te kil en liefdeloos worden. Onderling pastoraat zou niet leven.
Zonder op bewaren gerichte gelovigen zouden we ons uitleveren aan de tijdgeest en veel goeds kwijtraken. We zouden het zicht op de traditie verliezen.
Zonder op veranderen gerichte gelovigen zou de kerk een gesloten burcht worden in plaats van een reddingsboot voor de wereld. Er zou te weinig beweging en vernieuwing zijn. Ik weet dat niet iedereen deze visie wil overnemen. Onveranderlijke gelovigen en veranderlijke gelovigen bijvoorbeeld – zij willen helemaal niet in één schuitje zitten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's