Nog niet vergeten theoloog
Van Rhijn zocht naar band met Christus in verleden
De oudere generatie theologen en historici spreekt met groot ontzag over Maarten van Rhijn, Utrechts kerkhistoricus en vertegenwoordiger van de ethische theologie. Wat mis je als je na 1958, het jaar van Van Rhijns emeritaat, in Utrecht studeerde?
Tegen zijn student Willem Aalders zei Maarten van Rhijn: ‘Aalders, kom een middag alleen op mijn studeerkamer zitten, ik moet toch college geven. Kijk eens wat rond in mijn boekerij en ga daar vrij in grasduinen.’ Dr. W. Aalders, die in 2005 overleed, oriënteerde zich op deze wijze in de theologische wereld waarin zijn leermeester Van Rhijn leefde. ‘De kring van ethische theologen, Chantepie, Gunning, de gebroeders Jonker, dat was de kring waarin ik heb leren ademen in de studeerkamer van Van Rhijn. Voor mij was dat een geweldige rijkdom.’
Meetlat
Van Rhijn publiceerde vooral over historische figuren uit de kerk- en dogmengeschiedenis, maar hij wist ze ook tot leven te wekken in zijn colleges en te verbinden met zijn studenten. De vaderlandse kerkgeschiedenis van de negentiende eeuw had de bijzondere interesse van Van Rhijn. Zijn biografie over leermeester prof.dr. A.J.Th. Jonker (1851-1928) illustreert dat.
Het ging Maarten van Rhijn in zijn geschiedbeoefening vooral om een typisch ethisch gegeven, namelijk de schildering van de levende relatie tussen de historische figuren en Jezus Christus oftewel een blik in levens van mensen die ‘gepakt’ waren door Christus.
Luther vormde voor hem het scharnier in de kerk- en dogmengeschiedenis. Van Rhijn heeft zich nadrukkelijk beziggehouden met de studie van het thema van de rechtvaardigheidsleer, omdat deze volgens hem de kern van de bijbelse boodschap blootlegt. Luther fungeerde voor hem als uitvalsbasis en meetlat ten opzichte van andere theologen, zoals Karl Barth.
Rome
Een ander aspect van zijn werk betrof het onderwerp Rome. Van Rhijn is een voorloper van de oecumene tussen Rome en de Reformatie genoemd, in een tijd waarin een herbezinning nog niet op gang was gekomen. Hij behandelde Rome in zijn colleges met respect en onderwees zijn studenten in de rooms-katholieke spiritualiteit. Als protestant bestreed hij het pauselijke gezag op basis van argumenten ontleend aan de Bijbel. Over de latere pausen was Van Rhijn positief. De uitspraken van de concilies van Trente en Vaticanum I werden tekst voor tekst in het Latijn nauwkeurig gelezen en vertaald. Hij probeerde de concilieteksten te verbinden met het bijbelse geloof. Verder gaf hij aan wat de Reformatie tegenover deze concilieteksten kon stellen.
Wat bij Van Rhijn opviel was zijn ‘persoonlijke vroomheid en een geloofsgetuigenis zonder tromgeroffel’, aldus dr. G. Puchinger. Tijdens zijn colleges stond hij niet, maar zat hij, net als zijn leermeester prof.dr. Is. van Dijk, achter de katheder. Van Rhijn onderbrak eens plotseling zijn betoog voor studenten met de woorden ‘Dank u, Heer’.
Nieuwe Testament
Als theoloog heeft hij zich ook nauwgezet beziggehouden met het Nieuwe Testament. Grote bekendheid kreeg zijn Gedachten en Gestalten uit de Evangeliën, waarin hij verschillende gedeelten uit de evangeliën behandelt. Predikanten en studenten gebruikten de boeken tot jaren na het overlijden van de auteur. In de drie delen stonden Jezus Christus en Zijn discipelen centraal. De ontmoetingen van Jezus met Zijn tijdgenoten hadden Van Rhijn in zijn werk als pastor en opleider van studenten geïnspireerd. Hij heeft met zijn uitleg de lezers willen tonen wie Jezus was en wat Zijn betekenis is.
Een groot aantal aspecten van Jezus’ leven heeft hij behandeld en verklaard. Ik licht er een achttal uit.
Spelende wijze
Van Rhijn maakt ten eerste duidelijk dat Jezus Zijn tijdgenoten op hun geweten aansprak. Als voorbeeld wijst hij op de ontmoeting tussen Jezus en de farizeeën en wetgeleerden op de sabbat. Jezus geneest zieken op de sabbat, waarover Hij werd aangesproken, maar Jezus confronteerde Zijn omgeving met gewetensvragen: ‘Wie van u?’ of ‘Welk mens?’ In deze context: ‘Stel dat u maar één schaap hebt en dat valt op sabbat in een kuil, wie van u zou het niet vastgrijpen en het er weer uit halen?’
Het tweede betreft het gegeven dat Jezus aan Zijn discipelen of andere mensen het geloof nooit heeft opgedrongen. Jezus forceerde niet, dwong niets af, maar respecteerde Zijn medemensen.
De wijze waarop de discipelen Zijn optreden en uitleg interpreteerden valt als derde aspect te noemen. De discipelen en andere tijdgenoten begrepen niet zoveel van Jezus. Met respect en geduld voor Zijn volgelingen en omstanders heeft Jezus Zich door middel van beelden en gelijkenissen verstaanbaar proberen te maken. Jezus hanteerde Zijn plastische weergave van de werkelijkheid als middel om Zijn discipelen op spelende wijze bewust te laten worden Wie Hij was en wat de essentie van Zijn aanwezigheid bij hen was.
Juk
Van Rhijn laat verder de bewogenheid van Christus zien. Jezus was gegrepen door de mensen die naar Hem waren toegekomen en zag ze als schapen zonder een ontfermende herder. Hij huilde toen een weduwe haar gestorven zoon moest begraven en barstte in tranen uit over het toekomstig lot van de stad Jeruzalem.
Een vijfde aspect betreft de vraag hoe Jezus Zijn eigen leven heeft ervaren. Zijn korte leven was voor Jezus een langdurig juk. Nadat Hij door Zijn Vader verheerlijkt was op de berg, vroeg Hij zich af hoelang het nog zou duren. De oorzaken van de neerslachtigheid van Jezus zoekt Van Rhijn niet alleen bij het structurele onbegrip en de onwetendheid van Zijn discipelen of de vele verzoekingen van de satan. De vrijwel ondraagbare opdracht van Zijn Vader trok een zware wissel op de gemoedstoestand van Jezus. Hij had het vooruitzicht te moeten wachten op het moment van Zijn doodsvonnis. ‘Mijn uur is nog niet gekomen.’ Jezus was Zich ten volle bewust van Zijn lot en opdracht.
Streepje van kennen
Het zesde aspect gaat over de betekenis van Jezus. Van Rhijn is uitgesproken in zijn opvatting over Jezus. Zonder Christus bevonden mensen zich op een dwaalspoor. Ze waren ‘dood’ en ‘verloren’. De profeten uit het Oude Testament zeiden: ‘Het woord van God is tot mij gekomen’, maar Jezus zei: ‘Ik ben gekomen.’ Van Rhijn verklaart dat Jezus was gekomen om de mensen te zoeken die verloren waren oftewel gescheiden van God. Jezus zocht verloren mensen met het doel hen te redden van de ondergang en te verzoenen met God. Van Rhijn legt ook een duidelijke nadruk op het geloofskarakter. Op de vraag van de discipelen wie nu de belangrijkste persoon zou zijn in het koninkrijk van de hemel, plaatste Jezus een kind in het midden van de kring met de ‘bonkige vissers’. Jezus hield Zijn volgelingen voor dat zij de houding moesten aannemen van een onschuldig kind. ‘Ons kennen van God is een streepje van kennen getrokken door een oceaan van onkunde.’ Van Rhijn pleit voor een ‘diepzinnige religieuze naïviteit’, wat hij ook terugvond bij intellectuelen als Augustinus en Thomas van Aquino. Geloven als een kind behelsde een relatie tussen God en mens, waarin kinderlijk vertrouwen, geleerde onwetendheid, ootmoed, verwondering en verwachting van groot belang zijn. Deze houding opende de hemelpoort voor mensen.
Revolutionair
Net als Kierkegaard en zijn leermeester Jonker toont Van Rhijn, ten slotte, de paradox van het evangelie aan. Jezus was geen zoetsappig en softe figuur, maar een steen des aanstoots. Hij prikkelde niet alleen mensen, maar ergerde hen ook. Volgens Van Rhijn zette Jezus de wereld op zijn kop, in die zin was Hij revolutionair. Volwassen rationele mensen hebben normaal gesproken geen enkele behoefte om met kinderen of schapen te worden geassocieerd. Jezus draaide alles om. Als je het leven wilde winnen, dan moest je het eerst verliezen. De laatsten worden de eersten en de eersten de laatsten.
Het is niet gemakkelijk de betekenis van Van Rhijn met een enkel woord te duiden. Hij was een ethisch theoloog die geen school wenste te maken, maar wel het beste van de ethische richting heeft uit- en overgedragen aan een omgeving die hoofdzakelijk bestond uit studenten. Van Rhijn heeft een langdurige bijdrage geleverd aan de geestelijk vorming van vele toekomstige predikanten. In zijn persoon heeft de ethische zijde van het Réveil uit de negentiende eeuw een waardevolle uitloper gehad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's