De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verlangen naar meer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verlangen naar meer

Gave van Eersteling nog maar fractie van wat komt

6 minuten leestijd

Paulus schrijft aan de christenen in Rome dat ze de eerstelingen van de Geest hebben. In nagenoeg alle handschriften staat het er in het enkelvoud: eersteling. Zoals Hij onderpand en zegel wordt genoemd, zo heet de Heilige Geest ook eersteling.

Christus, de Heere, ontrukt mensen aan de satan. Dat doet Hij door de Heilige Geest. Deze brengt mensen tot geloof, waardoor zij overgezet worden uit de duisternis in het licht. Op dat geloof schenkt de Heere Jezus de Heilige Geest Zelf in het hart. Deze gave van de Heilige Geest, die alle gelovigen ontvangen, wordt in Romeinen 8:23 ‘eersteling’ genoemd.
Dat doet ons denken aan het Oude Testament, waar meer dan eens van de eerstelingen sprake is, bijvoorbeeld in Leviticus 23 en Deuteronomium 18 en 26. De eerstelingen van de oogst zijn enkele broden, gebakken van het koren dat als eerste van het land is binnengehaald. De broden worden de HEERE geheiligd in de tempel.
De eerstelingen geven aan dat het begin van de oogst er is. Dat het gewas de periode van zaaien tot oogsten is doorgekomen. Droogte, onkruid of insectenplagen hebben het niet getroffen. Het is tot rijping gekomen. De eerstelingen betekenen dat de rest van de oogst er ook aan komt.
De hele oogst zal binnengehaald worden. Deze zal uit veel meer bestaan dan het kleine beetje dat gebruikt is voor de broden der eerstelingen. Ze zal er het honderd- of duizendvoudige van zijn. De eerstelingen zijn nog maar een fractie van het geheel. Een handvol van de hele hoop, een bekertje uit de oceaan.

Meer van hetzelfde
Als dat begrip eersteling wordt toegepast op de Heilige Geest, dan houdt dat dus in dat de Heilige Geest in het hart van de gelovigen slechts een fractie is van wat de hemel zelf, of de volkomen zaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, zal zijn. De Heilige Geest Zelf is een ontzaglijk rijk geschenk en een onzegbaar grote gave, maar tegelijk nog maar een eersteling, zo weinig in vergelijking met wat wacht. Daarvan is de Heilige Geest dan ook de garantie – wat het begrip onderpand nog veel duidelijker uitdrukt –, maar vooral een handvol, een bekertje. Er wacht nog zoveel meer van hetzelfde.
Inderdaad, van hetzelfde, want de eerstelingen zijn van hetzelfde gewas als de volle oogst. Wat de volle oogst is die de gelovigen wacht? Zou het niet vreugde zijn? Vreugde in God, verwondering in het Lam, de Heere Jezus. Heilige vreugde, verwonderde vreugde en op God gerichte vreugde. Daarvan is de hemel vol, dat is de volle oogst die wacht op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Van deze oogst is de Heilige Geest in het hart van de gelovigen het beginsel, een fractie. De Heilige Geest brengt iets van de hemelse vreugde in de harten. Vreugde die heilig is en die heilig maakt. Vreugde die verwondering is.
Vreugde die op God gericht is, die uit God en Zijn welbehagen en Zijn Zoon ontspringt en zich weer op Hem richt. Deze vreugde is al zo rijk en veelvuldig dat het meervoud ‘eerstelingen’ overigens goed te plaatsen is. En tegelijkertijd is het dus nog maar een fractie van de volle oogst.

Zuchten
De vreugde zou nog zoveel rijker, voller, zuiverder, heiliger kunnen. Dat leert de Heilige Geest beseffen, daar leert Hij naar uitzien. Vandaar dat in Romeinen 8, de enige plaats waar over de eersteling(en) van de Geest gesproken wordt, verbonden wordt met het zuchten van de gelovigen. Een zuchten dat in Romeinen 8 driemaal voorkomt, namelijk met betrekking tot de schepping (vs. 22), tot de Heilige Geest Zelf (vs. 26) en dus ook tot de gelovigen. Het is een zuchten van verlangen. Van een op de proef gesteld verlangen, omdat het wachten al zo lang duurt. Van een intens verlangen, dat in het vorige vers vergeleken wordt met het verlangend zuchten van een vrouw tijdens de barensweeën naar de geboorte van het kind. Paulus schrijft dus: zo zuchten de gelovigen naar de volle oogst van vreugde. Zo vurig en hartgrondig verlangen zij daarnaar.
Dat is een indringende vraag aan ons. Verlangen wij naar meer? Dat meer zal ook zijn: naar zuiverder en heiliger. Dat geeft dus een wezenstrek aan van het leven des geloofs. Verlangen naar meer. Niet naar anders, want de oogst is van dezelfde aard als de eerstelingen, maar naar meer. Meer vreugde in God en Christus in Zijn heiligheid, Zijn verwondering, Zijn op God gericht zijn.
Romeinen 8 noemt deze volheid de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Aanneming betekent de thuiskomst van de aangenomen kinderen. Ze mogen eindelijk hun Vader zien, van Wie zij zoveel hebben gehoord en gekregen. De verlossing van het lichaam betekent dat het lichaam verlost wordt van de zonden en de zondige aard. Alles wat de volle vreugde nu nog in de weg staat is dan opgeheven en voorbij.
Zo thuisgekomen bij de Vader en verlost van de zondige aarde zal er louter vreugde zijn. Niet meer getemperd, verontreinigd en gedempt, maar voluit opengesprongen, in al zijn glans. De momenten hier op aarde dat we het dichtst bij de HEERE mogen zijn en Hem het meest nabij ontmoeten in Christus, maar dan ongehinderd door aanvechting, ongetemperd door afstand, ongeremd door het voorbijgaande. En dan nog oneindig maal rijker en voller en zuiverder.
Als je alles in je leven opstapelt en verzamelt wat de Heere aan vreugde in Hem geschonken heeft, dan is dat alles bij elkaar nog maar een fractie van wat Hij heeft weggelegd. Vreemd toch eigenlijk om daar niet naar te verlangen.

Zelfgenoegzaam
Dat houdt in dat de grote vijand van het geloofsleven op aarde in dit licht is: zelfgenoegzaamheid, voldaanheid. Alsof we alles al weten en hebben en ten volle ervaren. Dat het wel goed is zo en zo altijd mag blijven. Het zuchtend verlangen is ondergesneeuwd en ten onder gehouden door …, ja door wat niet allemaal?
Door aardsgezindheid en opgaan in de aardse dingen? Door gebrek aan zondekennis en - smart? Door gebrek aan lijden aan het onvolkomene van het geloofsleven? Door de vanzelfsprekendheid waarmee de grote schatten van Gods rijk in ontvangst genomen worden, alsof we die horen te ontvangen en ze natuurlijk bij ons passen? Door nalatigheid in de overdenking van het toekomende leven? Door nonchalance ten opzichte van de overgebleven zonden en zondige aard die in ons blijft?
En door nog veel meer misschien. In elk geval: een (geloofs)leven dat niet vurig verlangt naar meer, naar meer vreugde, is ziek en onder de maat.

Niet kunnen wachten
De Heilige Geest als eersteling geeft aan dat het leven van het geloof een leven is dat verlangt naar meer. Dat beseft dat er nog zoveel meer en voller wacht. Vandaar dat de catechismus het heeft over ‘hoe langer hoe meer’ en over het ‘beginsel’ van de eeuwige vreugde dat ik nu al in mijn hart gevoel en dat aangeeft dat ik hiernamaals volkomen zaligheid bezitten zal, zoals in geen mensenhart is opgekomen.
Kennen we het verlangen naar dat meer, naar dat volle en volkomen? Van het mogen en moeten wachten, zodat je soms bijna niet langer meer wachten kunt. Zou het niet nodig zijn dat wij op het Pinksterfeest door de Heilige Geest vervuld worden? Om deze zaken te mogen doorleven, zodat deze springlevend aan de oppervlakte komen, als de stuwende en trekkende kracht naar de volheid die wacht?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Verlangen naar meer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's