De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gave van God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gave van God

Onze omgang met seksualiteit [3]

7 minuten leestijd

Voor velen geldt de kerk vandaag als de grote vijand van de seksualiteit. De kerkgeschiedenis is een geschiedenis van onderdrukking, in dit geval van het lichamelijke.

Veel mensen hebben daarbij de klok horen luiden en beschouwen de kritische houding van de kerk als een erfenis van Augustinus. Maar de werkelijke gang van zaken is gecompliceerder. De negatieve opvatting van de seksualiteit is een erfenis van de late Oudheid in meer algemene zin. Ze is weliswaar in veel opzichten door de ‘sluis’ van Augustinus bij ons binnengekomen, maar het is wel opvallend dat deze kerkvader zelf zich juist veel moeite heeft gegeven een positieve, schepselmatige seksualiteitsopvatting te ontwikkelen.
Hoe zit het met de ‘antieke’ erfenis? De klassieke cultuur is wel van andere culturen onderscheiden met de betiteling proseksueel: er zijn geen beperkingen aan het seksueel gedrag. Inderdaad was seksualiteit in die cultuur alom zichtbaar aanwezig, tot in zijn grofste vormen toe. We zouden dit met ons huidige cultuurpanorama kunnen vergelijken; dat is ongetwijfeld ook proseksueel te noemen. Maar er is één verschil: de antieke seksualiteit heeft een godsdienstig karakter, zij hangt ten nauwste samen met de goddelijkheid van de natuur, die in de seksualiteit beleefd en vereerd wordt. In vele cultussen is daarom sprake van een expliciet seksueel element.
Beslissend voor de latere Europese ontwikkeling is echter dat de invloedrijke moraalleer van de late Oudheid (bv. van de stoïcijnen) met alle mogelijke middelen probeert de slavernij van het ‘vlees’ te overwinnen. Zij wordt tot hater van al het lichamelijke met zijn onbeheersbare passies. Ascetisme en lichaamsverloochening worden de grote drijvende krachten van de heersende filosofieën. De geest wordt de beslissende factor die het lichaam moet onderwerpen. Hier is niet alleen sprake van een moraalleer, maar van een allesomvattende werkelijkheidsopvatting: de hogere wereld van de geest staat lijnrecht tegenover de lagere, zondige wereld van het vlees.

Goede schepping
Het is tegen deze achtergrond dat we Augustinus’ theorieën moeten begrijpen. De kerkvader is zich sterk bewust van het feit dat God de mens niet slecht geschapen kan hebben en dat dus het lichaam met al zijn functies in principe goed is. Hij ontwikkelt daarom een leer over ‘het goed van het huwelijk’ en sluit de seksualiteit daarbij duidelijk in. Maar omdat wij ook in seksueel opzicht in een zondige staat leven, worden er rond die seksualiteit scherpe grenzen getrokken. Zo komt het dan toch, ook al weet de bisschop over de liefde tussen man en vrouw veel schoons te vertellen, tot een naar ons oordeel wat magere seksualiteitsopvatting.
Maar het blijft van belang dat zij in principe van een goede schepping uitgaat. Dat is ook het geval in de Middeleeuwen. Opvallend is bijvoorbeeld dat Thomas van Aquino, de grootste theoloog van de Middeleeuwen, erkent dat ook de seksuele lust door God geschapen is. Als alles maar in de goede orde geschiedt.

Geen minderwaardigheid
In de hervormingstijd beginnen andere opvattingen door te dringen. Dat komt overal tot uiting, bijvoorbeeld in maatschappelijk opzicht in de nieuwe burgerlijke cultuur. Er ontwikkelt zich een opvatting die het huwelijk ziet als een waardige levensstaat en dat geldt ook voor het seksuele leven.
Naar mijn mening wordt dat nergens zo goed zichtbaar als in de gereformeerde wereld. Calvijn ziet in de seksualiteit onverbloemd een gave (en opdracht) Gods, waarvan aards geluk en genieting (zeker: ook zorgen en moeiten) kenmerken zijn. Hier is absoluut geen sprake van de minderwaardigheid van het lichaam. Oorzaak van een liederlijke seksualiteitsbeleving is het feit dat de mens geen maat weet te houden. Het zijn de ongereguleerde driften, die het bestaan dreigen te overspoelen als een woeste rivier. Calvijn ontwikkelt als sociaal hervormer (!) als eerste een opvatting van seksuele gelijkheid tussen man en vrouw (binnen het huwelijk). Ook spreekt hij met groot medegevoel over het lot van door hun man verlaten vrouwen.
Kortom, Calvijn ziet in de seksualiteit een scheppingsgegeven waarmee in wezen niets mis is, en hij spreekt zelfs nogal kritisch over een ascetisme dat zich daarboven meent te moeten verheffen - de monnikenmoraal.

Opkomen
Dit alles is goed af te lezen aan de calvinistische samenlevingen van de volgende eeuw. Wie nog vastzit aan de genoemde oppervlakkige oordelen over de geschiedenis van het christendom, wrijft zich de ogen uit als hij kennisneemt van de openhartige en genuanceerde beschrijvingen in bijvoorbeeld de zeventiende-eeuwse huisboeken en de opvattingen binnen het gereformeerde puritanisme, ook in ons land. We kunnen in het algemeen stellen dat de kerk hier voor het huwelijk als instituut is opgekomen, maar niet dat zij de seksualiteit zwart wilde maken.
Zelfs de lectuur van latere negentiende-eeuwse ethische handboeken - dus de periode van de victoriaanse discriminering van de seksualiteit! - laat zien dat de theologen heel wat genuanceerder dachten dan mensen meestal menen. Wel vormt de kerk het kader waarin de algemeen aanvaarde moraal haar beschermster vond - maar de bron ervan is eigenlijk niet kerkelijk.

Victoriaans
Waar is dan toch die radicaal negatieve beoordeling, die angst zelfs voor alle seksualiteit, in onze cultuur vandaan gekomen? Ze zijn een vrucht van een merkwaardige combinatie van rationalistische gezondheidsleer en romantische liefdesidealisering in de achttiende en negentiende eeuw. Aan het idee dat de mens zijn lichaam moet leren beheersen en rein houden heeft allereerst de Verlichting een grote bijdrage geleverd. De dramatisering van bijvoorbeeld de masturbatie, die voor de negentiende eeuw zo kenmerkend geworden is, stamt van achttiende-eeuwse artsen en filosofen. Daar kwam in de negentiende eeuw de idealisering van het huwelijk bij. Hier wordt de liefde als een soort eeuwigheidsmoment, als ideale lichamelijke vereniging van twee verwante zielen beschouwd.
Dat klinkt bij romantische poëten prachtig, maar de combinatie van beide heeft in feite op de natuurlijke seksualiteitsbeleving een zeer negatieve uitwerking gehad, in de zin dat het de bekende ‘victoriaanse’ tweedeling van een officiële bovenwereld van ideale huwelijken en een officieuze benedenwereld van ongebreidelde prostitutie in het leven riep.
Samen met de idee van volledige lichamelijke reinheid riep deze opvatting een cultuur in het leven die zelfs het noemen van het lichamelijke ‘vies’ vond en het lichaam radicaal in een kwaad daglicht stelde – behalve, raadselachtig genoeg, in de beeldende kunsten, zoals blijkt uit het beeldhouwwerk aan de grote, officiële gebouwen. Van hieruit gezien was de zogenaamde seksuele emancipatie een harde noodzaak.

Weggevallen
De twintigste eeuw brengt deze emancipatie als een proces dat van eerst kleine groepen van kunstenaars, vervolgens seksuologen en journalisten zich in de westerse cultuur als een algemeen aanvaard gegeven verbreidt. Dat binnen deze ontwikkeling een forse radicalisering plaatsgreep, kunnen we ons goed voorstellen als we de destijds (omstreeks 1930) befaamde publicatie van Th.H. van de Velde Het volkomen huwelijk vergelijken met moderne seksuele voorlichtingsprogramma’s op bijvoorbeeld televisie. Terwijl het aan gedetailleerdheid en openhartigheid bij een man als Van de Velde aan niets ontbreekt, valt in de moderne programmatuur op dat hier iedere binding van huwelijk en seksualiteit is weggevallen.
Dat laatste was uiteraard niet de lijn van de kerken. In 1952 deed de hervormde synode het behartigenswaardige herderlijk schrijven Het huwelijk het licht zien, waarin de seksualiteit als elementair gegeven van het mensenbestaan werd verdedigd (met als implicatie een pleidooi voor het goed recht van voorbehoedsmiddelen), maar dan wel strikt als relationeel gegeven en niet als enkel lustbeleving.
De Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming werd in die dagen niet moe de lust als uiteindelijk beginsel van de seksualiteit te verdedigen. De gevolgen van deze beperkte opvatting zijn verwoestend geweest - al heeft deze vereniging ongetwijfeld ook goed werk verricht, maar theoretisch stond zij zwak.

Subliem
Het verband tussen huwelijk en seksualiteit goed aan te geven is nog niet zo eenvoudig. Een weg terug naar het in een negatief daglicht zetten van de seksualiteit is allerminst gewenst. De christelijke ethiek zal echter op zijn minst een relationele opvatting van de seksualiteit moeten blijven verdedigen.
Zij belichaamt een werkelijkheid waarin de mens zich verenigt met één bepaalde ander en waarin algehele overgave en zorgzame, tedere trouw beslissend zijn. Daarmee krijgt zij de ruimte om in het mens-zijn een sublieme vorm van blijvende levensgenieting en levensvreugde te brengen.
Van een duurzaam levensgeluk blijft echter in de huidige praktijk niet zo heel veel over. Kerk en theologie mogen het zich tot hun taak rekenen niet alleen de zo verschraalde en uitgeholde huwelijksopvatting nieuw leven in te blazen, maar in het bijzonder ook de verdediging op zich te nemen van de bedreigde menselijke seksualiteit als bron van duurzame levensvreugde. In tegenstelling tot haar vermeende negatieve rol in het verleden zou zij dan in de merkwaardige positie komen te verkeren van verdedigster van de bedreigde seksualiteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gave van God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's