De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Theoloog op de kansel?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Theoloog op de kansel?

7 minuten leestijd

Wie de kerkelijke pers van de laatste maanden heeft bijgehouden, weet dat de synode van de Protestantse Kerk in Nederland onlangs het rapport-Veerman De hand aan de ploeg op de agenda heeft gehad. Daarin waren negen richtlijnen vervat voor de kerk. Hoe kan een krimpende kerk blijven functioneren? Een van de belangrijkste punten in het genoemde rapport ging over de vraag of hbo’ers toegelaten mogen worden tot het ambt van predikant.
Critici van dit onderdeel uit het rapport vreesden uitholling van het ambt van predikant. Uiteindelijk besloot de synode dat onder bepaalde voorwaarden en na een selectieprocedure hbo-opgeleide theologen tot het ambt van predikant kunnen worden toegelaten. In het Reformatorisch Dagblad en Nederlands Dagblad gaf dr. J. Hoek een nadere toelichting op dit besluit. Het zal geen sluiproute naar het predikantschap inhouden. Ik citeer: ‘Niemand gaat naar het hbo met de vooropgezette bedoeling om hbo-predikant te worden. Dat is nù niet het geval, maar dat zal het ook in de toekomst niet zijn.’ Ik vond dit citaat in een artikel van dr. Hans Schaeffer in De Reformatie (23 mei) waar boven staat De dominee als theoloog. In de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, aldus Schaeffer, moeten predikanten theologie hebben gestudeerd aan een universiteit. Dat staat in deze kerken zelfs in de kerkorde.
Welke argumenten liggen ten grondslag aan de eis om een universitaire studie te handhaven? Om die vraag te beantwoorden wil hij niet slechts kijken naar de formele opleidingskant, dus het typisch universitaire, maar ook naar de geestelijke kant van het ambt van predikant. Maarten Luther heeft zich in zijn leven grondig bezonnen op deze vragen, aldus Schaeffer. Luther, zelf academisch theoloog en hoogleraar Oude Testament, stelde niet zozeer de vraag: wat heb je allemaal geleerd, maar wie ben je voor Gods aangezicht? Wat maakt een christen tot theoloog?
Luther geeft dan zes antwoorden, waarbij opvalt dat vier van de zes kenmerken van toepassing zijn op elke christen.
Je bent iemand die van Gods genade (1) weet in je leven.
Je kent aanvechting (2) maar weet tegelijk
ook van de ervaring (3) met heel je leven bij God te horen.  En verder: in het heden van Gods genade
leer je de gelegenheid (4) aangrijpen je leven in Gods dienst te stellen. En pas dan, aldus Schaeffer, komt het specifieke van de beroepstheoloog in beeld:
ik moet de Schrift zorgvuldig kunnen lezen (5)
en in verband met andere wetenschappen (6) brengen.
Het kenmerkende van het theoloog zijn, zit hem volgens Luther dus niet in het universitaire op zich. Iedere kerkganger die zondag in de kerk zit, zal dat beamen. De kerken zitten niet te wachten op intellectualiteit op zich. Wat hebben ze wel nodig? Dat zijn voorgangers die zich heel existentieel geraakt weten door God. Die gelóven in de boodschap van redding door Christus. Die van het woord genade de diepe en geestelijke kant persoonlijk kennen. Waarbij ze zoeken naar antwoorden op de vragen waarvoor christenen in 2009 staan. Omdat ze zelf proberen alles wat dit leven op ons af laat komen in verband met God te brengen. Zowel de grote problemen als klimaatverandering, duurzaamheid, de PVV van Geert Wilders – maar evengoed de persoonlijke ervaringen van ziekte, gebrokenheid, het halen van je middelbare schooldiploma of een kind wiens cavia dood gaat.
Een theoloog weet namelijk dat al die ervaringen ons iets zeggen. Het zijn als het ware stemmen die naast Gods stem klinken. In het Dienstboek van de PKN staat dit gebed om verlichting door de Heilige Geest: ‘Breng alle andere stemmen in ons tot zwijgen, opdat wij alleen uw Woord horen’. Andere stemmen die ons aanvechten en ons willen afleiden van het grote en eerste gebod om God lief te hebben boven alles.


Het is terecht, vindt Schaeffer, als Luther schrijft dat elke christen in zekere zin ‘theoloog’ is.
Maar in een snelle, drukke cultuur waarin de kerkleden vaak enorm belast worden door werkdruk, gezinsomstandigheden en persoonlijke moeite; een cultuur bovendien waarin weliswaar ‘religie’ en ‘spiritualiteit’ in zijn, maar deze lang niet altijd met de God van de Bijbel verbonden worden; een cultuur ten slotte die voor het eerst sinds eeuwen zo overduidelijk niet-christelijk is – in zo’n cultuur zitten de kerken te wachten op theologen. Christenen die zich jaren lang speciaal getraind hebben om de gemeente hierin te dienen. Die jarenlange training vereist diepgang en bezonnenheid, breedte en scherpzinnigheid aan de opleidingskant, en inzet en volharding bij de leerlingen.
Waarom moeten predikanten theoloog zijn? Omdat ze in de volle breedte en diepte zich het benodigde instrumentarium eigengemaakt moeten hebben om de gemeente te dienen. Of beter gezegd: om haar voor te gaan in het dienen van God. Die in de hele liturgie (votum, gebed, preek, liedkeus, zegen) de stem van God willen laten klinken omdat wij die stem moeten horen om gered te worden. De intensieve training die daarvoor nodig is, kan vooralsnog toch echt het beste binnen de huidige universitaire context geboden worden. Waarbij de praktijkelementen gelukkig nu veel meer plaats krijgen dan vroeger. Want echt trainen doe je in de praktijk.

Ten slotte, in het tijdschrift In de Waagschaal (16 mei) reageert ook dr. A.A. Spijkerboer op de gevoerde discussie in de synode. Hij schrijft een artikel onder het opschrift Waar het echt op aankomt. Hij noemt dan vijf punten en ik citeer het eerste aandachtspunt en het slot van zijn bijdrage.
Wat staat ons nu te doen? Het enige wat er echt toe doet is dat we Jezus Christus belijden ten overstaan van de machten die deze tijd beheersen. En die machten zijn heus niet alleen in de samenleving bezig, ze doen in het geniep ook een greep naar de keel van de kerk. (Duidelijk aanwijsbaar zijn ze niet en ik denk aan de machten waar Paulus het in Efeziërs 6:12 over heeft.) Ik probeer machten aan te wijzen die ook in de kerk trachten ons bij Jezus Christus vandaan te halen.

Noordmans ontwierp in 1946 een herderlijk schrijven dat de generale synode niet heeft kunnen of willen gebruiken. Het staat in zijn Verzamelde Werken, VI, blz. 509-510.
Ik citeer: ‘Er was niet alleen in de oorlog, maar er is ook in het gewone leven een op de voorgrond komen van het menselijk lichaam, dat gelijke tred houdt met de uitholling van het innerlijk en de ontzieling van gehele standen en groepen van ons volk. Soms schijnt het alsof de menselijke ziel haar zetel verplaatst heeft naar de huid.’ Noordmans zou achterover slaan van verbazing als hij kon zien wat er in onze tijd aan huid is te bezichtigen. Heel treffend vind ik die ‘uitholling van het innerlijk’ en die ‘verplaatsing van de zetel van de ziel naar de huid’. Noordmans vindt het allemaal ‘in strijd met de ingetogenheid, die de christelijke levensvorm behoort te kenmerken’. (…)
Wanneer wij een belijdende kerk willen zijn is het enige waar het op aankomt dat we het evangelie in onze eigen tijd preken en vanuit dat evangelie leven. Je kunt dan van het rapport Veerman gebruik maken voor zover het bij dit belijden helpt. Wat niet ter zake is (er schijnt zelfs iets in te staan over een ‘loopbaanregeling’!) kun je links laten liggen. We moeten ons ook niet blind staren op getallen. Martin Niemöller streed na de oorlog een eenzame strijd om het Duitse volk duidelijk te maken dat wie oprecht schuld belijdt bij een genadige God uitkomt. Hij zei eens: ‘Als er in Sodom tien rechtvaardigen waren geweest zou de hele stad gespaard gebleven zijn’. Heus de engelen in de hemel hebben hun eigen telraam.

En zo blijft er een indringende roeping ook voor een kerk die krimpt in ledental. De kwantiteit is niet doorslaggevend maar de kwaliteit. Juist ook die van de voorgangers van de gemeente. Wetenschappelijke, zeker maar niet minder geestelijke en bezielde kwaliteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Theoloog op de kansel?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's