Niet oudheid maar waarheid
Toespraak scriba van de synode
Synodescriba dr. A.J. Plaisier sprak op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond een groetwoord.
Graag wil ik u van harte groeten namens het moderamen van de Generale Synode. U bent een oude Bond in een nog jonge kerk. U bestaat 103 jaar, de Protestantse Kerk net vijf jaar. Omdat de Gereformeerde Bond in 1909 een doorstart heeft gemaakt, viert u vandaag ook een beetje uw honderdjarige bestaan. In de jonge kerk staat u voor dezelfde zaak als waar u voor stond in de Nederlandse Hervormde Kerk, zoals het in 1909 is geformuleerd: (vrij vertaald) de betekenis van het gereformeerd belijden voor de kerk van nu.
Belijdende kerk
Met uw drive staat u niet als een vreemde eend in de bijt van de kerk. Onze kerk is een belijdende kerk. Zij doet dat in gemeenschap met het belijden van het voorgeslacht, waaronder het gereformeerde een markante plaats inneemt. Je zou dat ‘in gemeenschap met het belijden van het voorgeslacht’ wat populair democratie kunnen noemen, maar dan strenger genomen dan in de politiek: ook het voorgeslacht spreekt mee. We zijn tenslotte een kerk van alle tijden en plaatsen. U geeft aan dat vooral de stem die zijn neerslag vindt in de gereformeerde belijdenisgeschriften, het waard is beluisterd te worden.
Dat aspect ‘van alle tijden en plaatsen’ mag wel onderstreept worden. We zijn in ons verlangen ruimdenkend te zijn, soms erg provinciaal. We stellen ons dan wel open voor de eigen cultuur, maar sluiten ons af van de kerk van alle tijden en van alle plaatsen. De winst van de culturele openheid valt dan weg tegen het verlies aan katholiciteit. Dat leidt tot substantieverlies.
Geestelijke nood
Er is vandaag een behoefte aan ervaring. Aan God nu. Aan geestelijk leven nu. Aan christelijk leven nu. Tegelijkertijd is er de realiteit van een leven dat welhaast afgesneden lijkt van de bronnen van de eeuwigheid. We leven, om met een bekende filosoof te spreken, in een ‘immanent frame’. Dat geeft ademnood, geestelijke nood. Die nood lossen we niet op door Jezus Christus op te geven als het vleesgeworden woord en te zwemmen in de wijde wateren van de geest. Die lossen we ook niet op door de Bijbel te relativeren en uiteen te laten vallen in een verzameling heterogene boeken en boekjes. Evenmin door de kerk te laten verdampen en het heil vooral buiten de kerk te zoeken. Die wordt tenslotte ook niet overwonnen door de traditie bij het oud vuil te zetten.
Dat bent u zeker niet van plan. Wie geen verleden heeft, heeft ook geen toekomst. U ziet de gereformeerde traditie als bij uitstek een ‘geleider’ van het eeuwige leven. Christus, naar de Schriften, in de ruimte van de kerk, maar met het gereformeerd belijden als de geleiders, als de draden, waardoor de stroom van de Geest loopt. Beproefde draden. Waardoor bij mensen in het verleden al menig lampje is gaat branden en waar ook nu nog vele lampjes op branden.
Dienstbaar aan
Het gaat echter niet om de draden, maar om wat ze geleiden. En soms moeten de leidingen wel eens wat anders in het gebouw gelegd worden. Ze zijn er niet voor bedoeld om in het cement van een vorm, een orde, te worden gefixeerd. Ze liggen in een vorm, een cultuur, een kerkelijke cultuur, maar naar hun wezen losjes. Ze kunnen verlegd worden of in andere vormen neergelegd. Soms moet er wel eens een draadje bij worden gelegd.
We hebben in onze kerk in ieder geval stevige lutherse bedrading ernaast gelegd. Er lopen tegenwoordig wat evangelische draadjes, wat warrig en ze liggen er soms wat amateuristisch, maar ook daar branden lampjes op, jonge lampjes en zullen wij ze dan de draden doorsnijden? En andersom: sommige draden, die vaak voor kortsluiting hebben gezorgd, kunnen wel wat achter in het gebouw gelegd worden, waar ze eventueel kunnen worden gerepareerd, om waar nodig weer te kunnen functioneren.
Want het bijzondere van het gereformeerde belijden is nu juist dat het dienstbaar is aan de viva vox evangelica. Ze drukken ons niet terug op een kerkelijk verleden.
Immers, niet de oudheid geeft de doorslag, maar de waarheid. Er is een besef in het gereformeerd belijden dat deze waarheid werkt en wat doet met mensen. God is niet een afgeleide uit een boek of een theologie, een dogma of een kerkorde, Hij is de Levende. En als Levende maakt Hij levend. Hij roept wat niet is en doet opstaan uit de dood. Hij doet dat ook in tijden van geestelijke ademnood.
Ik wens u toe op uw weg deze gereformeerde traditie op eigentijdse wijze vruchtbaar te mogen maken, tot opbouw van onze kerk en tot welzijn van onze tijdgenoten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's