Uit beeld in de kerk
Met belangstelling las ik het artikel van de heer D. van Dijk, gemeenteadviseur van de Protestantse Kerk, in De Waarheidsvriend van 14 mei over de zogenaamde tussengeneratie van 25 tot 45 jaar bij wie de kerk uit beeld dreigt te raken. Spontaan kwam in mij op aandacht te vragen voor een andere categorie mensen in de kerk die tussen de wielen dreigt te geraken. Ik doe aan de strekking van het artikel van Van Dijk niets af of toe. Maar om de mogelijk hier en daar postvattende gedachte weg te nemen dat dit de enige groep binnen de kerk is die buiten beeld raakt, vestig ik bij dezen ook eens de aandacht op een andere groep die binnen de kerk in problemen verkeert. Om meteen concreet te zijn: met die groep bedoel ik veel ouderen.
In tal van kerkelijke gemeenten zijn vernieuwingen en veranderingen in de eredienst, met name in de liturgie, aan de orde van de dag. In van oudsher door een gereformeerde prediking getypeerde gemeenten wordt de Dordtse liturgie aan wat heet de hedendaagse tijd aangepast. Het motief daarvoor is veelal dat we een beetje met de tijd mee moeten en dat een uiterste inspanning geleverd moet worden om jongeren te behouden voor de kerk. Dat lijkt ogenschijnlijk een redelijk motief, ofschoon het de vraag is of jongeren zitten te wachten op Schriftuurlijk verantwoorde gezangen, psalmen in de nieuwe berijming en bijbels geïnspireerde liederen. Het zou interessant zijn hiernaar eens onderzoek te doen, waarbij het mij niet zou verbazen als de uitkomst anders is dan de voorstanders van liturgische vernieuwingen veronderstellen.
Het is niet ondenkbaar dat voor veel jongeren – die in deze tijd vaak behoorlijk opgeleid zijn – de aantrekkelijkheid van deze vernieuwingen snel vergaat. Er zijn er die dat volstrekt onbelangrijk vinden en de voorkeur geven aan een goed voorbereide en met een doorleefde passie uitgesproken preek.
En wat moeten we als de vernieuwingen hun glans verliezen? Wederom vernieuwen? Waar komen we dan op den duur terecht?
Een andere groep binnen de kerk – en naar hen gaat in deze bijdrage de belangstelling uit – betreft de ouderen. Soms bestaat de indruk dat, omdat ze niet zo ‘reageerderig’ zijn, over hun mening gemakkelijk heen gewalst kan worden. Er is geen oog voor de bij deze groep aanwezige ingehouden weerzin tegen allerlei nieuwigheden.
Er zijn er die veel binnen de kerk hebben meegemaakt. Ze zijn er gedoopt, hebben er belijdenis gedaan, zijn er getrouwd, hebben kinderen gekregen en die weer laten dopen. Sommigen hebben ambten bekleed. Ze hebben de kerkvereniging in 2004 met gemengde gevoelens meegemaakt en gezien hoe als gevolg daarvan soms dwars door families heen velen een ander kerkelijk onderdak hebben gezocht. Ook zagen ze hoe weer anderen hun toevlucht zochten bij soms wonderlijke evangelische groeperingen. Desalniettemin bleven ze trouw in de kerk waarbinnen ze groot werden.
Ik heb mensen ontmoet die onomwonden te kennen gaven zich niet meer thuis te voelen in hun eigen kerk. Is dat niet triest? Loopt de kerk niet het risico juist deze mensen na allen die de kerk de rug toegekeerd hebben nu ook over de rand te duwen? Kan dat de bedoeling zijn van liturgische vernieuwingen?
Een aangelegen punt is de prediking, die in bepaalde situaties binnen de invloedsfeer lijkt te komen van liturgische vernieuwingen. Niet zelden wordt die uitermate vlak, omdat de doorleefdheid daarin gaat ontbreken en verschuift naar een vorm van Schriftbeschouwing. Steeds minder wordt de mensen nog voorgehouden dat er maar twee wegen zijn, namelijk de weg tot eeuwig behoud en de weg die leidt naar het eeuwig verderf. Kerkgangers gaan in toenemende mate niet alleen de begrippen zonde en genade missen, maar ook de leerdiensten. Zeer kennelijk moet een prediker vooral een beminnelijke en vriendelijke indruk maken en geen pijn veroorzaken.
Zou er een verband bestaan tussen liturgische vernieuwingen en de strekking van de prediking? Wie onderzoekt dat eens? En wie betrekt in zo’n onderzoek eens de vraag waarom het bevindelijk element in de prediking steeds minder wordt waargenomen? Het resultaat is nu namelijk dat in toenemende mate vlakke preken, soms zeer gestyleerd en als opstellen voorgelezen, worden gehoord, die mensen een geruststellend gevoel bezorgen als het om hun staat voor de eeuwigheid gaat. Moet niet onder alle omstandigheden de aandacht steeds uitgaan naar wat God van ons vraagt, ook in de prediking? En zou het ook geen aanbeveling verdienen de zogenaamde leerdiensten de plaats te geven die zij verdienen?
Misschien is er geen weg terug meer en rest slechts gebed bij predikanten en gemeenteleden om getrouwheid aan Gods Woord. Moge de Heere door Zijn Woord en Geest ons leiden in de waarheid.
A.C.Ph. Hardonk uit Barneveld was gedurende vele jaren bestuurslid en penningmeester van de GZB.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's