De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods zorg voor Hongarije

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods zorg voor Hongarije

Tweetalig gesprek over werk van predikanten

7 minuten leestijd

Lieve broeders, ik ga versterkt terug naar mijn gemeente. Voor ds. István Thuróczy lijdt het geen twijfel of de vijfdaagse ontmoeting in Hongarije met predikanten van de Gereformeerde Bond stimulerend was.

De 58-jarige ds. Thuróczy heeft veel meegemaakt. Toen hij vijf jaar was, vielen de Russen Hongarije binnen en volgde een dertigjarige periode van communistische overheersing, die de Hongaarse Reformatus-kerk terugwierp op niets anders dan het beloftewoord dat 'niets de gemeente van Christus kan scheiden van Zijn liefde – geen verdrukking en benauwdheid, geen honger en gevaar.'
We lopen met István – blijmoedig christen en gedreven predikant – onder een hete zon over glooiend terrein buiten het stadje Récks. Hier bevond zich tussen 1950 en 1953 een van de honderd bolsjewistische vernietigingskampen, hier bevond zich het verschríkkelijkste kamp. Zeventienhonderd mensen kwamen er om, al zijn er nog altijd geen preciese aantallen bekend, omdat de begraafplaats nooit gevonden is. Wie werden er door de Russen opgepakt? Politiemensen uit de jaren dertig en veertig, gevaarlijke intellectuelen, oude boeren en kerkmensen. ‘In die jaren bekommerde alleen God zich over de inwoners van dit kamp,’ zegt ds. Thuróczy. Zijn ogen zijn vochtig.

Geschiedenis
Het Hongaarse volk heeft als slachtoffer van internationale politiek veel geleden. Neem alleen maar de twintigste eeuw. Na de Eerste Wereldoorlog voerde men een wanhopige strijd om gebieden met een Hongaarse bevolking te behouden, maar de grote mogendheden besloten bij het Trianonverdrag in Versailles dat het koninkrijk Hongarije achtenzestig procent van zijn grondgebied en zestig procent van zijn inwoners verloor. Nazi- Duitsland leek in 1941 de beste partner om het onrecht te herstellen, maar in 1944 viel Hitler alsnog Boedapest aan. Binnen een jaar werden vrijwel alle Hongaarse Joden afgevoerd. En na de oorlog was het land decennialang een communistische satellietstaat.
De Wende van 1989 is ook voor de Hongaars Hervormde Kerk nog geen gesloten boek. Omdat de kerkleiding gemene zaak met de communistische overheid maakte, hadden predikanten en gemeenten van twee kanten wat te duchten. Nog altijd is niet duidelijk wie er ‘goed’ en ‘fout’ was – wat de onderlinge onzekerheid bevordert. Twintig jaar na de komst van de democratie kent de Reformatuskerk haar eigen vragen. Hoe om te gaan met de secularisatie? Hoe een middelbare generatie te bereiken, die zelf als kind het evangelie niet gehoord heeft? Vooral ook: hoe de gemeente op te bouwen, als er nauwelijks kerkenraadsleden en andere vrijwilligers zijn en de dominee ervaart er vrijwel alleen voor te staan? En hoe houd je moed als het dorp en de kerk ontvolken?

Dagelijks werk van dominee
István Szabo, een halfjaar geleden herkozen als bisschop van Boedapest, was helder toen dr.ir. J. van der Graaf en ondergetekende hem vorig jaar vroegen waarmee we de kerk in zijn land konden dienen.
De predikanten hebben de toegang tot academische publicaties en zijn daarom niet gediend met een conferentie over specifieke wetenschappelijke thema’s.
De bisschop pleitte voor een basale ontmoeting en bezinning tussen Hongaarse en Nederlandse dominees over het werk van de predikant. Daarbij dacht hij aan het diaconaat – ‘nog niet gezien als wezenlijk voor de kerk, ook omdat er geen geld is’ – en aan de missionaire roeping van de gemeente. Hoe komt het dat er geen twee kerkdiensten op zondag zijn, dat slechts tien tot vijftien procent van de gemeente de eredienst bezoekt? We besloten in te zetten op het uitwisselen van ervaringen, de praktijk van het predikantschap centraal te stellen.

Jagen naar vruchten
Over elk thema een Hongaarse en een Nederlandse spreker – deze formule hielden we alledrie conferentiedagen vast. En tussendoor, van zaterdagavond tot zondagavond, waren onze landgenoten te gast in een Hongaarse gemeente, waar als bewijs van gastvrijheid en teken van verbondenheid de kansel voor hen open stond. Achteraf door iedereen als hoogtepunt beleefd. Wie gewend is aan vele tientallen of enkele honderden kerkgangers, leeft mee met zijn collega die al jarenlang voor ongeveer twintig oudere mensen preekt – terwijl de enige kinderen in de kerk die van de dominee zijn. Dan, na de dienst, ontstaan gesprekken van hart tot hart over de opbouw van de gemeente. Ds. A.J. Mensink preekt over Paulus’ blijdschap over wat hij van Epafras hoorde (Kol. 1) en spoorde zijn collega en de gemeente aan tot volharding, te jagen naar vruchten op het evangelie. Ds. T. Jacobs preekt over 2 Korinthe 3: 17 (‘waar de Geest des Heeren is, daar is vrijheid’) en legt de gemeente Zsámbék het verschil tussen bijbelse vrijheid en de westerse omgang met vrijheid uit. In de dienst zijn bijna honderd mensen, waarvoor de predikant, ds. Lajos Matyo, heel dankbaar is. ‘Toen ik hier vijf jaar geleden begon, kwamen er zondags nog veertien mensen, vooral door onderlinge conflicten.’
Zelf trek ik op zondag onder meer op met ds. Károly Mikesi, die me verrast als ik aan het einde zijn mailadres vraag. ‘Dat is predestinatio@....hu.’ Waarom? Omdat ik sterk geloof in Gods verkiezing!’

Ontvangen en delen
Het luisteren naar de Nederlandse preken stimuleert en bindt samen. Want wij brengen geen boodschap, maar delen wat we zelf ontvangen hebben, in het besef dat ‘onze preken’ en de inzet van trouwe ambtsdragers de secularisatie evenmin kunnen keren. Daarom kunnen ds. G. van Meijeren en zijn collega Andras Harmathy het deze dagen zo goed met elkaar vinden: ze raken nauwelijks uitgepraat over hoe het katholiek-gereformeerde geloof in Christus in elke cultuur ingang vindt en wat dat betekent voor de weerbarstige context van de 21e eeuw.
Tijdens onze meerdaagse ontmoeting wisselen lezingen en wandelgangen elkaar af – en beide hebben we nodig. We denken een dagdeel na over Calvijns visie op gemeente-opbouw, over de missionaire roeping van de kerk in een postmoderne samenleving, over de spiritualiteit van de Heidelberger, over knelpunten in het pastoraat en over de bijbelse vroomheid – en we praten na, met altijd kersen, koekjes en Hongaarse wijnen binnen handbereik. De Hongaren genieten ervan hoe de Nederlanders ‘alles’ op tafel leggen, elkaar in de discussie niet sparen, wat ze zelf vanwege hun geschiedenis niet gewend zijn. De Nederlanders vragen zich soms af waarom de Hongaren zo stil zijn en zijn later verrast over de creatieve manier waarop ze het gehoorde willen gaan toepassen.

Ruïnes van de kerk
Wij leren van hun bescheidenheid, hun veelvuldige excuses en niet gespeelde ootmoedige houding. ‘Toen onze kerk in het verleden meer naar de overheid dan naar Schrift luisterde, ging het mis’, zegt ds. Ferenc Fodor in zijn lezing. ‘En als wij het pastorale werk wat beter deden, kon de overheid niet zoveel schade aanrichten.’ De Hongaren mogen moed vatten dat de Nederlandse kerk ook haar gebrokenheid kent, gemeente onder het kruis is, zich zeer moet verootmoedigen vanwege een historie vol scheuringen.
Ds. Laszó Lévente Balogh is in een van de dagopeningen vanuit de laatste verzen van Ezechiël 42 kritisch naar zijn eigen jongere generatie. ‘We hebben voldoende mogelijkheden, maar zijn vaak oppervlakkig met het Woord bezig. De heilige God wil ons geven tussen de ruïnes van de kerk op Hem te zien.’

Preken, totdat Hij komt
De laatste avond in de vallende schemer blikken we terug. ‘We hebben het nodig elkaar te versterken, voor elkaar te bidden’, zegt ds. Marianne Beregszászi. ‘Ik zou nog graag horen hoe jullie omgaan met geloofsopvoeding, met samenwonen voor het huwelijk.’ Ds. Andras Harmathy vindt dat zijn Hongaarse collega’s door het onderlinge gesprek leren met elkaar te discussiëren, terwijl het romantische beeld van ds. Balogh over Nederland is bijgesteld. ‘Ook jullie kennen angsten, onzekerheden.’ Dan staat ds. István Thuróczy op. ‘Deze week moet ik nog vier preken voorbereiden, twee voor bij het afscheid van schoolkinderen. Ik wil niet anders dan preken, totdat Hij komt, omdat zoveel christenen ingeslapen zijn. Maar door de Geest ben ik in deze ontmoeting versterkt voor het pastorale werk.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gods zorg voor Hongarije

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's