Doorstart van de kerk
Tien vragen aan Handboek over gemeentestichting
In het Handboek voor missionaire gemeentevorming belichten vier auteurs elk bepaalde aspecten van kerkplanting, ook wel gemeentestichting genoemd.
Het gaat de auteurs (Gerrit Noort, Stefan Paas, Henk de Roest en Sake Stoppels) om de vorming van nieuwe gemeenten/kerken, die min of meer op zelfstandige wijze een weg zoeken om bepaalde doelgroepen in onze samenleving met het evangelie te bereiken. Deze initiatieven vinden dus niet plaats vanuit een bestaande gemeente, maar door een nieuw gevormde gemeenten. Dit verschijnsel, dat elders in de wereld, bijvoorbeeld in Amerika en Engeland al langer bekend is, is zich nu ook bezig te ontwikkelen in ons land.
Deze nieuwe vormen van gemeente-zijn vinden vooral plaats in verstedelijkte gebieden. Ze worden gedragen door een sterk missionair besef om met het evangelie de mens van vandaag te bereiken. Het boek is een handboek, geschikt om te bestuderen. Het heeft dan ook didactisch bezien een sterke opzet, biedt veel informatie en geeft blijk van deskundigheid van de auteurs.
Historische informatie
Elk van de auteurs heeft ook een eigen insteek. Dat geeft aan het geheel een genuanceerd beeld. Ik heb respect voor dit waardevolle boek. Het stelt moedig, creatief, maar ook kwetsbaar dingen aan de orde, die vandaag aan de dag gebeuren. Het geheel bestaat, na een Woord vooraf, uit vier delen en telt 25 hoofdstukken, waarna een register van namen en personen volgt. Alles helder en heel toegankelijk.
Deel I biedt historische informatie over kerkplanting, vanaf de stichting van gemeenten in het Nieuwe Testament tot en met vorming van gemeenten in Nederland als zendingsland na de Tweede Wereldoorlog.
In deel II worden tien nieuwe gemeenten geschreven, die soms op elkaar lijken, maar ook weer sterk van elkaar kunnen verschillen. Zo is er in Amsterdam vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken een nieuwe kerk, namelijk Via Nova ontstaan, die zich speciaal richt op hoger opgeleide jonge stedelingen. Tegelijk wordt de gemeente Oase in Soest beschreven als een voorbeeld van post-evangelicale ‘emerging church’.
Dan volgt in deel III een reflectie en analyse, waarin onder andere ingegaan wordt op motieven voor gemeentestichting.
Het laatste vierde deel gaat over beleid en randvoorwaarden. Gepleit wordt voor een specialisatie kerkplanting in de predikantsopleidingen.
Eigentijdse manier
Zoals gezegd heb ik veel waardering voor de inhoud van dit boek en met name voor de passie om in onze tijd het evangelie op een eigentijdse manier dicht bij de hedendaagse mens te brengen. Toch denk ik dat het nodig is om tot een diepgaand gesprek te komen over de wegen die in dit boek worden aangewezen. In verband met dit gesprek ben ik zo vrij om een tiental vragen te formuleren.
1. Er wordt regelmatig negatief over de bestaande kerken/gemeenten gesproken. Ze schieten te kort (196); men schaamt zich er zelfs voor (205).
Je mag best kritisch zijn. Dat is leerzaam. Maar is het wijs om zo over de gemeente als je moeder te spreken?
2. Is het juist om bij de missionaire roeping van de kerk aan nieuwe gemeenten te denken in plaats van aan de bestaande kerk? In dit boek wordt hetgeen dr. P. van den Heuvel schreef gezien als een ‘niet onderkennen van de marginalisering van de kerk in Nederland’ gezien. Van den Heuvel had namelijk gezegd afstand te nemen van de gedachte dat in sommige delen van Nederland geen ‘bijbelgetrouwe’ (rechtzinnige) gemeente te vinden is en ‘dus’ geen lokale kerk. Als de gemeente ‘beneden de maat van haar roeping blijft’ en zij niet missionair ingesteld is, mag niet in een voorbijgaan aan de gemeente een nieuwe worden gesticht, maar dan moet het zendingswerk gericht zijn op de bekering van de bestaande plaatselijke gemeente.’ (348-349) Ik ben het daarmee eens.
Gods verbond
3. In het boek wordt met geen woord gerept over het verbond van God met ons. Alleen wordt twee keer gesproken over het verbond tussen mensen onderling. (247, 262) Hoe is het mogelijk? Is het verbond, de genadige relatie van God, ook de trouw van God, niet de grondslag van het kerk-zijn? In dit verband is het ook opvallend dat de gemeente van Israël in het Oude Testament geheel buiten beeld blijft.
4. Is het juist om zich maar met een enkel woord van de volkskerk af te maken? (266) Zou het niet goed zijn om zich eens af te vragen wat met de volkskerk bedoeld wordt? Er is toch de legitieme notie van een kerk voor het volk? Verbonden hiermee zal toch aan de orde moeten komen de roeping van de kerk als zodanig om van het evangelie te getuigen naar volk en overheid?
5. Is het wel juist om de gedachte van een kerk die geografisch geordend is, los te laten? Bij een kerkopvatting, waarbij de lokale gemeente zelfstandig is (congregationalisme), zijn toch best de nodige vragen te stellen? Moet er niet dieper worden ingegaan op de visie op het kerk-zijn die hieraan ten grondslag ligt?
Kerk als instituut
6. In het boek waait een anti-institutionele geest. Er is geen zicht op het belang dat de kerk behalve organisme ook nog eens instituut is. Hebben we dat niet gewoon nodig?
7. Een wezenlijke vraag is die naar het kerk-zijn als zodanig. Wat is de kerk eigenlijk? Is het juist dat de kerk Via Nova zich richt op een bepaalde doelgroep, namelijk hoger opgeleide stedelingen. Hoe verhoudt zich dat tot de katholiciteit van de kerk? Wat zou Paulus daarvan gevonden hebben in het licht van wat hij zei over de gemeente van Korinthe?
8. Bestaat niet het gevaar dat er allerlei zelfstandige gemeenten ontstaan, die los van elkaar staan? Hoe verhoudt zich dat tot de eenheid van de kerk? Bovendien, als we nu al zien dat er spanningen ontstaan tussen de moeder- en dochtergemeenten, dan denk ik dat we dit momenteel gewoon ook niet aan kunnen.
9. Is het juist dat bij de bespreking van het leiderschap gesteld wordt dat niet wordt ingegaan op het ambt? (290) We kunnen toch niet aan het ambt voorbijgaan, al is het onderwerp nog zo lastig.
10. Zou het niet goed zijn om bij de bespreking van wat we onder het heil verstaan, ons te laten leiden door wat de Schriften hierover zeggen? Moet je hier niet normatiever over denken? (hoofdstuk 17)
Tot zover mijn tien vragen. Het zijn kritische vragen, die gesteld worden uit zorg over stappen die wellicht achteraf als te weinig doordacht beschouwd zouden worden. Ze zijn niet bedoeld om het gesprek hierover bij voorbaat af te kappen, maar juist om dat gesprek te voeren in openheid en eerlijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's