Drie h's als handvat
Koffie is hét moment om over preek te praten
Uit de kerk drinken we koffie. Met ons gezin? Heel mooi. Laten we proberen dat zo te houden. We zijn thuis namelijk nog niet klaar met de kerkdienst. De koffie is een prachtige gelegenheid om voort te borduren op de preek.
Als ouder zou je nog wel door willen praten over de dienst, en dan vooral over de preek. Dat hoort ook wel zo, denk je. Ik geloof dat God ook vindt dat het goed is in het gezin de preek terug te halen. En als we na de kerkdienst tóch gezamenlijk aan de koffie zitten, is dat een uitgelezen moment.
Als God een gezin gaf, gaf Hij een of meer kinderen om voor de Heere op te voeden. Dat mag en moet juist in het gezin gebeuren. Het verlangen is dan toch dat elk kind de Heere Jezus leert kennen en met Hem zal leven? Daarom ook dat gesprek over de preek. Maar hoe voer je dat nu?
Vragen
Het zal ons helpen als we ons afvragen welk doel we op het oog hebben. Wat willen we eigenlijk met dat gesprek over de preek? Is het niet dat we willen delen wat ons in de preek heeft aangesproken, wat ons geraakt heeft? Of, misschien beter gezegd, op welke manier we Gods stem tijdens de prediking hebben mogen vernemen? Dat mag dan ook een belangrijk doel heten voor het gesprek over de preek: je wilt elkaar iets vertellen van wat je van de Heere hebt mogen ontvangen onder de preek. Daar ben je toch meer dan eens vol van? ! Als je een gezinnetje hebt, wil je daarvan graag iets aan je kind(eren) vertellen.
Er zal ook nog wel eens iets anders meespelen. De prediking roept ongetwijfeld af en toe vragen op. Bij ouders, maar niet het minst bij kinderen. Zeker als ze ouder worden en gaan puberen, komen die vragen vanzelf. Als ouder hoop je dat ze daarmee bij u zullen komen. Voor het gesprek over de preek zal het dus ook een doel zijn om in te gaan op de vragen die tijdens de prediking zijn gerezen.
Drie h’s
Ik beveel nog graag een ander element voor het gesprek na de dienst aan. Spreek er ook over wat je als ouders en als kinderen van de preek geleerd hebt. Het kan hierbij helpen om te bedenken dat een preek altijd deze twee onderdelen bevat: uitleg en toepassing. In de preek wordt het een en ander over het bijbelgedeelte dat centraal staat uitgelegd, en er worden vanuit dat bijbelgedeelte lijnen naar het (geloofs)leven nu getrokken. Als we die twee aspecten tijdens het gesprek nog eens onder de loep nemen, hebben we al heel wat te bespreken. Vermoedelijk komt dan vanzelf wel naar voren waar we vol van zijn en/of waarbij we vragen hebben.
Anders gezegd, de preek bevat altijd wel iets voor drie h’s: hoofd, hart en handen.
In ons hoofd zetelen onze hersenen; daarmee kunnen we de preek begrijpen en kunnen we uit de preek kennis opdoen.
In ons hart zetelen ons gevoel en onze wil; daarmee ervaren we wat we mooi vinden en krijgen we onder andere verlangens.
Met onze handen bedoel ik hier dat ons geloof naar voren komt in het leven van alledag. Deze drie – hoofd, hart en handen – hebben te maken met ons geloof. In het gesprek over de preek kunnen we het dus hebben over welke kennis we opgedaan hebben over het bijbelgedeelte, we kunnen het hebben over de verlangens die opgeroepen werden, maar ook over wat de preek nu betekent voor ons dagelijkse christen-zijn.
Gespreksleider
Een paar kleine aanwijzingen kunnen nog wat verder helpen. Een van de gezinsleden zou de gespreksleider kunnen zijn. Principieel gezien is de vader verantwoordelijk voor het gesprek over de preek, omdat hij er verantwoordelijk voor is dat zijn gezin momenten heeft waarop het gezamenlijk rondom de Bijbel bezig is. De vader zal dan ook veelal min of meer de gespreksleider zijn. Maar waarom zou een zoon of dochter dat ook niet eens kunnen zijn? Hij of zij let er dan op dat alle gezinsleden de kans krijgen om mee te doen en probeert door middel van vragen, korte samenvattingen van het besprokene het gesprek op gang te houden en verdieping te geven. De zoon of dochter kan het zeker als een compliment ervaren als hij of zij dit mag doen. Een gespreksleider is niet noodzakelijk, maar kan wel nuttig zijn, zeker in de wat grotere gezinnen. Het is goed om de wijze van het gesprek af te wisselen. We kunnen het allemaal heel open laten en dan komt er wat er komt. We kunnen bijvoorbeeld ook aan iedereen een briefje uitdelen waarop ieder in één zin de preek moet samenvatten. Aan de hand daarvan praten we dan verder. Niemand zal hetzelfde opschrijven, want iedereen luistert met zijn eigen antenne.
Is het kind nog vrij jong, dan kan het misschien een tekening maken naar aanleiding van de preek. Daarover wordt dan nog even gepraat. Als de kinderen wat ouder worden, kunnen ze aantekeningen maken tijdens de preek. Die vormen een prachtig handvat om in gesprek te gaan. Trouwens, ook voor ouders kan het nuttig zijn om aantekeningen te maken.
Regelmaat
Wat als die puberende tiener gewoon niet aan het gesprek mee wil doen? Laat hem dan maar, dat komt later wel weer. Maar laat hij er in ieder geval wel bij blijven. Dat er regelmaat in dit soort gesprekken is, is van groot belang. Kinderen zijn gebaat bij structuur. Laat het daarom een gewoonte worden: ’s zondags uit de kerk preekbespreking in het gezin. De kinderen zullen zeker met hun vragen, maar ook met hun vreugden komen als ze ervaren hebben dat daarvoor alle ruimte is. Stop dan ook niet na de eerste de beste teleurstelling, maar houd vol. Op ons gebed mogen we de zegen van de Heere verwachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's