De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkelijk gebed voor Israël?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkelijk gebed voor Israël?

Scriba dr. A.J. Plaisier bezoekt Joden en Palestijnen

5 minuten leestijd

Als je oproept om voor Israël te bidden, haal je de krant niet, maar als je oproept níet voor de bekering van de Joden te bidden, dan haal je zelfs de voorpagina. Dat lukte dr. A.J. Plaisier.

De scriba van de Protestantse Kerk is niet de eerste theoloog die ‘het land van de Bijbel’ opzoekt, maar reisde onder meer in de voetsporen van de Schot Robert Murray McCheyne. In 1838 moest deze dominee uit Dundee op doktersadvies zijn werk neerleggen, nog maar 25 jaar oud. Hij ondernam mede vanwege zijn zwakke gezondheid een zendingsreis naar Palestina – meer dan honderd jaar voor de stichting van de staat Israël.
McCheyne schrijft aan zijn gemeente: ‘Ik zal het altijd tot een van de grootste tijdelijke zegeningen in mijn levenslot rekenen dat ik met de Bijbel in mijn hand over haar bergen heb mogen zwerven, bij haar bronnen heb gezeten en temidden van haar verwoeste steden heb gemediteerd. Niet één dag hebben wij daar doorgebracht zonder dat wij in het land zelf de wonderlijkste sporen van Gods toorn en van Zijn liefde hebben opgemerkt.’

Mooi, maar ellendig
Zo’n 180 jaar later heeft ds. Plaisier niet alleen dezelfde bergen en bronnen, maar ook andere dingen gezien dan ds. McCheyne – wat alleszins begrijpelijk is, omdat Israël sinds 1948 het Palestijnse vraagstuk kent. Na de verschrikkingen van de Holocaust, de poging van de nazi’s om het Joodse volk uit te roeien, kwam het tot de oprichting van een Joodse staat en keerden veel Joden terug naar Palestina. Duizenden Palestijnen ervaren door de Joden van hun grondgebied verdreven te zijn, wat tot een tot vandaag actueel vluchtelingenprobleem geleid heeft.
Al zijn er onder de Arabieren ook christenen, de grote meerderheid van hen is moslim. Die ontmoette McCheyne onder andere op zijn terugtocht naar Schotland, een reis per schip. Toen hij voorbij Troas voer, bracht hij een bezoek aan Constantinopel, ‘de mooiste stad ter wereld, en nochtans de ellendigste. Terwijl ik van het dek van het schip rondkeek, telde ik zomaar meer dan negentig minaretten, die alle deel uitmaken van de moskees of tempels van de valse profeet Mohammed.’ De Schotse prediker kon niet anders dan alles bezien vanuit het perspectief van Christus. Een les voor ons.

Jodenzending
Waarover McCheyne en ds. Plaisier het daarom zeker niet met elkaar eens zouden zijn, is de uitspraak die de scriba van de Protestantse Kerk na thuiskomst deed over de bekering van de Joden. Hij gaf aan dat het niet op de weg van de kerk ligt voor de bekering van de Joden te bidden, omdat dit te veel in het kader van de zogenoemde Jodenzending staat.
We raken hier aan de vraag die prof. K.H. Miskotte als volgt verwoordde: ‘Welk récht heeft de christenheid, de kerk, om onder de Jóden zending te drijven?’ Opvallend dat deze theoloog niet over de opdracht tot zending, maar over een recht spreekt. Het zal duidelijk zijn dat hij doelt op een pijnlijke geschiedenis van eeuwen waarin Israël ook door het christelijke Westen bedreigd is. Jodenzending kan door Joden ervaren worden als een poging de Joodse identiteit te doen verdwijnen. Tegen deze achtergrond kent onze kerkorde het begrip Jodenzending niet meer.

Vanuit Jeruzalem
Daar komt nog bij dat het meest wezenlijke van zending is de woorden van God door te geven, zoals Jezus dat in Mattheüs 28 aan Zijn discipelen voorhield. Alle volken moesten leren te onderhouden wat Hij geboden had. En vinden we die leerstof niet in het Oude Testament, waarin de levende God Zich geopenbaard heeft? Dat betekent dat aan de Joden het Woord van God niet gebracht hoeft te worden, omdat ze het reeds hebben en kennen. Van Jeruzalem uit is de boodschap van heil immers tot ons gekomen. Deze feiten zijn voor de apostel Paulus niet zomaar historische realiteit, maar vormen een permanente aansporing tot gebed. Het is hem ‘een grote droefheid en mijn hart een gedurige smart’. (Rom. 9:2) Een hoofdstuk later schrijft hij dat het gebed dat hij tot God voor Israël doet, tot hun zaligheid is.
Vrede met God ontvangen we in de weg van bekering – en daarom begrijpen we de scriba van de Protestantse Kerk niet als hij aangeeft dat de kerk niet voor de bekering van de Joden bidden moet. Het Nieuwe Testament gaat ons hierin immers voor. De woorden van ds. Plaisier komen niet voort uit een andere visie op de positie van Israël, maar gaan voorbij aan wat Paulus de gemeente van Rome leert. De Joden hebben een ijver voor God, maar missen het juiste inzicht. Ze erkennen de Messias niet. Vanwege dat geheimenis is het gebed voor Israël ons geboden.

Lijdende knecht des Heeren
In onze omgang met Israël gaan we de mist in als we niet beginnen bij het heilshandelen van God met Zijn volk. In zijn reisimpressie op de website van de kerk schrijft ds. Plaisier terecht dat Israël zich aan internationaal recht moet houden. Hij vervolgt: ‘De houding: ‘ze moeten ons altijd hebben’, hoe begrijpelijk ook, kan tot een Calimero-effect leiden, en dat heeft nog nooit positieve resultaten opgeleverd.’ Ze moeten ons altijd hebben – is dat geen versimpeling van de positie van Gods uitverkoren volk, dat gestalte is van de lijdende knecht des Heeren? In Psalm 44, de klacht van een verstoten volk, lezen we: ‘Maar om U worden wij de hele dag gedood; wij worden beschouwd als slachtschapen.’ Als we het woeden van de koningen der aarde tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde opmerken, verstaan we de benarde positie van Israël. Deze bijbelse noties maken de Joodse staat in internationaal verband niet onschendbaar. Israël is verkoren om in de Naam van God de volkeren tot een licht te zijn, tot zegen voor anderen. Israël blijft verantwoordelijk voor zijn omgang met de Palestijnen.
Juist daarom is het gebed voor de bewaring en de bekering van de Joden zo nodig. In die weg zal de kerk zelf er in rijke mate door gezegend worden. Ook dat is beloofd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Kerkelijk gebed voor Israël?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's