De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voorwerp van evangelisatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voorwerp van evangelisatie

Gevangen [2, slot]

9 minuten leestijd

Een verrassend bericht in de krant: Het aantal cellen kan drastisch worden teruggebracht in Nederland. De criminaliteit in Nederland neemt kennelijk af, dat is verheugend. Maar al snel na het bericht blijken de meningen daarover verdeeld.

Hoe kijk je als christen tegen mensen aan die gevangen zitten? Moet je voor hen bidden? En: kun je meer doen dan bidden? In Hebreeën 13 staat: ‘Gedenkt de gevangenen alsof gij medegevangen waart.’ Wat betekent dat concreet?
Deze tekst staat in het kader van de oproep tot broederlijke liefde (vs 1) en dus in het kader van de vrucht van het geloof. Immers, daar komt de broederlijke liefde vandaan. Vanuit de verbondenheid met Christus, die ons verenigt in één gezin. Daar hoort dan volgens de schrijver van de Hebreeënbrief ook de zorg voor de gevangenen bij. Tenminste, het voortdurend gedenken van de gevangenen zal meer inhouden dan er af en toe eens aan denken dat er ook nog mensen zijn die gevangen zitten. Het gaat zelfs zo ver, dat je jezelf naast hen moet voorstellen.

Om het geloof
Om welke gevangenen gaat het in de Hebreeënbrief ? Onwillekeurig gaan onze gedachten uit naar de vervolgde kerk. Broeders en zusters die – omwille van het geloof in Christus – gevangen zitten. Terecht zijn zij het voorwerp van ons medeleven. Terecht dat er sympathie (letterlijk: mede-gevoel, medelijden) voor hen is. Het is een goede zaak dat Open Doors elk jaar een Nacht van Gebed organiseert, gevolgd door een zondag van de vervolgde kerk. Hierdoor wordt de band met de vervolgde kerk verstevigd en kijken we meteen in de spiegel van de praktijk van ons eigen geloofsleven.
Het is logisch om aan deze categorie gevangenen te denken. Al in hoofdstuk 10 heeft de schrijver het over de vroegere banden die hem en sommige gemeenteleden gevangen hielden, waarvan ze nu zijn bevrijd. En in 13:23 spreekt hij over de vrijlating van Timotheüs. Het is ook niet aannemelijk dat een kleine minderheid van christenen in de samenleving de zorg voor alle gevangenen in slechte omstandigheden op zich zou moeten nemen.

Beperkt
Toch staat er in de tekst zelf geen beperking. ‘Gedenkt de gevangenen.’ Wie er Galaten 6:1 en 2 naast legt, komt voor dezelfde vragen te staan: ‘Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige misstap komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen in een geest van zachtmoedigheid; houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt. Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus.’ Om wie gaat het hier? De broeders (en zusters) krijgen de opdracht, maar het gaat om een iemand, ‘een mens’!
In commentaren merk ik steeds een verdediging van een beperkte uitleg: het zou niet om álle gevangen gaan. In Hebreeën 13:3 zijn het dan onterecht gevangen broeders en zusters, soms zonder vorm van eerlijk proces en onder barre omstandigheden. In Galaten 6:1 gaat het om broeders en zusters die niet zulke grote fouten hebben begaan. Ze moeten er weer bij getrokken worden. Weliswaar door eerlijk op hun fouten te wijzen. Maar dan hen er ook – als er berouw is – weer in liefde bij trekken. Christelijke tucht dus.

Hoogmoed?
Wat zit er precies achter de weerstanden om aan gevangenen te denken ongeacht wat voor gevangenen dat zijn? Zou het uiteindelijk geen hoogmoed zijn? Dat we toch denken in categorieën van betere en slechtere mensen? Dat er een bepaalde groep mensen is die je links mag laten liggen? Is het niet veel gemakkelijker om op een verjaardag heerlijk over iemand en zijn gedrag uit te wijden dan de persoon in kwestie zelf te bezoeken en erop aan te spreken?
Van wie echter gezegd kan worden dat hij of zij broeder of zuster is, mag verondersteld worden dat hij of zij dicht bij het kruis leeft. Daar leer je toch je hoogmoed af. Staat niet driedubbel duidelijk in Romeinen 5 geschreven dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog ‘krachteloos’, ‘goddeloos’, ‘zondaars’ en ‘vijanden’ waren. Alle roem is uitgesloten, toch? En dan nog. Kan een broeder of zuster niet vallen? Ik meen van wel. We hebben elke dag te strijden tegen de zwakheid van ons vlees, of niet dan? En kan ik altijd van tevoren weten bij een bezoek aan de gevangenis of iemand een broeder of zuster is, of nog worden kan? Ik meen van niet.
De oproep om te gedenken aan de gevangenen is een mooie oproep om eens stil te staan bij het onvoorwaardelijk karakter van het geloof.'En, wie meent te staan: zie toe dat hij niet valle.'

Evangelisatie
Laten we eens van het ergste uitgaan. Iemand zit terecht gevangen en heeft terecht een zware straf ontvangen, vanwege een grote misdaad. En vooruit, hij of zij (meestal een hij) is nog geen christen. Hebben wij dan, leden van Christus, het recht om zo iemand links te laten liggen? Mag je een keer zeggen: voor die en die geldt het evangelie niet meer? Die is te ver gegaan. Die verdient het niet. Wie dan wel? Als Jezus zegt in Mattheüs 18:17: ‘dan zij hij u als een heiden en een tollenaar’, dan wil dat niets anders zeggen dan: hij is een voorwerp van evangelisatie! Zouden we niet juist zo, door te gedenken alsof wij zelf medegevangenen waren, heel dichtbij de kern van het evangelie komen? Ja, heel dichtbij de ander, de gevangene. Maar ook heel dicht bij het evangelie van de bevrijding. Ik merk soms in een pastorale relatie – al dan niet uit de kaartenbak –, waar het puin soms metershoog ligt opgestapeld en de kerkelijke achtergrond mager is, dat juist daar het evangelie op het helderst ter sprake kan komen. Veel gemakkelijker dan soms bij doorgewinterde kerkgangers. Juist als mensen letterlijk niets meer te verliezen hebben, wordt zichtbaar wat het aanbod van genade werkelijk inhoudt voor alle mensen.

Binnen de muren
Hoe zou dat binnen de muren van de gevangenis zijn? Hoe zou het zijn als de grote meerderheid van de mensen je voorgoed heeft afgeschreven omdat je dit of dat en er komt dan een christen, iemand namens Christus, op bezoek? Een eerlijk maar liefdevol contact met een gevangene. Iemand met meestal een verleden dat minder kansen had dan de mensen die buiten zijn. Want dat is ook eerlijk om te benoemen. Een groot deel van de gevangenen zat al in een risicogroep. Criminaliteit heeft voor een deel met onze maatschappij te maken.
Ja, maar het recht dan? Soms is het toch heel erg wat iemand heeft gedaan? Daar kun je toch niet zomaar overheen stappen en doen alsof er niets aan de hand is? Nee, inderdaad is dat zo. Dat wordt ook niet van ons gevraagd. In het Oude Testament, en dan ook nog vooral in de beginsituatie van het volk van Israël, lagen misdaad en straf heel dicht bij elkaar. Op veel misdaden stond de doodstraf. Die werd meteen voltrokken. Daarmee is dan ook de genadetijd afgelopen.

God oordeelt
In het Nieuwe Testament ligt dat door veranderde omstandigheden heel anders. Men heeft met een Romeinse overheid te maken. Die draagt overigens het zwaard niet tevergeefs, maar is ook Gods dienares. Wat je in het Nieuwe Testament heel duidelijk ziet, veel meer dan in het Oude: het is God die oordeelt, die recht doet, die wreekt.
Een christen neemt niet zelf het heft in handen. Juist dat zorgt voor een ruimte waarin we als christenen gevangenen kunnen gedenken. De overheid is er om recht te spreken en het te handhaven. God is het uiteindelijk die volmaakt oordeelt. Dus dat wordt van mij niet gevraagd. Ik mag namens Christus het evangelie brengen. Zolang er leven is, is er hoop. Gods genade komt ook de gevangenen toe.

Aan het kruis
Wij spreken over navolging en het gaan in Jezus’ voetspoor. Denken wij ook in Zijn voetspoor? Staat al niet in Jesaja 53 geschreven: ‘Hij is met de overtreders gerekend.’ En zien we dat niet heel letterlijk aan het kruis, waar Hij hangt tussen twee bandieten/moordenaars? Inderdaad, daar hangen drie gevangenen. Eén Onschuldige, twee schuldigen. De ‘Vervolgde Kerk’ en de gevangenen vanwege misdaden. Jezus ‘bezocht’ ze zelfs in Zijn gevangenschap. Het was niet ‘alsof ’, maar echt. De ene gevangene vraagt er ook om: ‘Gedenk mijner.’ Gedenk aan deze gevangene! Dat ene ‘bezoek’ van Jezus aan deze twee medegevangenen heeft tot resultaat dat vijftig procent behouden wordt. En uiteindelijk ook nog een hoofdman. En wie weet hoeveel meer. Een pinksterhoeveelheid!
Terug naar Hebreeën 13:3a. Waarschijnlijk moeten we hier denken aan gelovigen die onterecht gevangen zitten. Meestal vanwege hun geloof of een valse beschuldiging. In het licht van de Bijbel ligt het breder. Gedenkt de gevangenen alsof je medegevangen waart. Niemand mag iemand uitsluiten van Gods genade dan God Zelf. Wanneer misdaden worden beleden, moet de straf wel uitgezeten worden, maar mag een woord van vergeving klinken. Namens God.

Christelijke bijstand
Niet elke christen hoeft nu naar de gevangenis. We zouden er ook niet zomaar binnenkomen. Dat hoeft ook niet. Maar, het zou wel vreemd zijn als er nooit christenen binnenkwamen om gevangenen te bezoeken. Ongeacht wie ze zijn. Het is goed dat daar gevangenenzorg voor is. We vinden het ook fijn dat we een beroep kunnen doen op christelijke bijstand als wijzelf in zwakheid zijn gevallen. Of als het om mijn vader, broer of kind gaat. En dus is het ook goed als de professionele zorg een achterban heeft in de gemeente van Christus. Door gebed. Door het sturen van een kaartje met net iets meer er op. En niet het minst door financiële ondersteuning, bijvoorbeeld door een collecte voor Stichting Gevangenenzorg bij de avondmaalstafel. Want juist bij de gevangenenzorg komen mensen met een verleden. Boeven en bandieten. Vijanden van oorsprong. Zij weten heel goed wat het is om gevangene te zijn geweest. 'Draagt elkanders lasten en vervult zo de wet van Christus. Gedenkt de gevangenen alsof je medegevangen waart.'

Gedetineerdendagboek

Believe in Life is het dagboek voor gedetineerden dat Ark Mission onlangs uitgaf. Het boekje wil gedetineerden helpen na te denken over hun leven in de bajes en de terugkeer in de maatschappij. Het dagboek is samengesteld door de gevangenispredikanten Chr. Donner en mevr. D. van Bosheide en wordt uitgedeeld in Nederlandse gevangenissen. Het is voor € 7 50 (excl. verzendkosten) te bestellen via www. arkmission.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Voorwerp van evangelisatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's