GLOBAAL BEKEKEN
Overmatig drankgebruik is een probleem van alle tijden. Een fragment uit de recent verschenen driedelige studie Geschiedenis van Groningen (uitg. Waanders, Zwolle) onder de titel ‘Donkere zijde van het leven’ (in de negentiende eeuw):
• Vooral de arbeidersklasse, die doorgaans onder slechte omstandigheden veel, zwaar en eentonig werk verrichtte, gebruikte volgens veel sociaal betrokkenen te veel alcohol. Want gedronken werd er, en met grote materiële en immateriële schadelijke gevolgen – zowel onder fabrieksarbeiders alsook onder turfstekers en in de binnenvaart. Door middel van een 'beschavingsoffensief' zou het proletariaat op een hoger plan moeten worden getild. Niet zelden echter hadden de werkgevers in meer of mindere mate belang bij de drankzucht van hun werknemers. Zo bezat menig fabrikant een kroeg in of in de onmiddellijke nabijheid van de fabriek. Een aanzienlijk deel van de loonkosten vloeide zodoende weer terug in de portemonnee van de fabrikant. Deze dronk zelf vaak overigens niet veel minder. (…) De boeren en de middenstanders troffen elkaar in de grote herbergen, de arbeiders en de dienstboden kwamen samen in de tapperijen. Deze laatste gelegenheden werden steeds vaker door politiefunctionarissen in de gaten gehouden om te kijken of de eigenaren zich wel hielden aan de plaatselijke verordeningen betreffende sluitingstijden en geluidsoverlast. Opvallend is dat de veldwachters bij de in overtreding zijnde kroegbazen ook nogal wat vrouwelijke klanten aantroffen. Schijnbaar was doorzakken niet alleen een liefhebberij van mannen. De meeste geverbaliseerde vrouwen waren dienstmeiden; getrouwde vrouwen zaten normaliter ’s avonds gewoon thuis.
• In de drankbestrijding waren opvallend veel organisaties van christenen actief. Dat is natuurlijk niet vreemd als men bedenkt welke verschrikkelijke gevolgen de drankzucht had voor het gezinsleven: van verpaupering, verwaarlozing en telkens terugkerende huiselijke twisten tot aan echtscheidingen, zedeloosheid en steeds groter wordende goddeloosheid toe. Niet alleen door betrekkelijk nieuwe christelijke stromingen zoals die van de baptisten, de vrij-evangelischen en het Leger des Heils, maar ook door de traditionelere Gereformeerde en Hervormde Kerken zijn in de loop der tijd acties ondernomen om het geloof door evangelisatie nieuw leven in te blazen in gebieden waar het in de vergetelheid was geraakt. De evangelisten moesten vaak tegen de stroom in werken en soms werden gelovigen met spot bejegend. Zo kenden de turfstekers de gewoonte dat een nieuwe wijkgraver eerst moest worden 'bevestigd'. De nieuweling moest zich dan inkopen met enkele liters jenever. Het bevestigingsritueel als turfsteker was een parodie op dat van een ambtsdrager in de protestantse kerkgenootschappen. De arbeiders kozen daartoe onderling een 'dominee', 'schoolmeester' en 'voorlezer'. Een grote turf symboliseerde de Statenbijbel. (…)
Het bezoeken van de gelovigen thuis leverde nog wel eens fysieke obstakels op. Het ging om grote afstanden en de wegen waren vaak slecht, zeker als het langdurig had geregend. De dominee moest tegen een stootje kunnen, wilde hij het werk volhouden. Zo herinnerde de dochter van ds. Buurma zich onder meer dat 'de koffie, gezet van venig water uit de wijk, bepaald geen delicatesse was en hem zwaar in de maag viel'. Een nog grotere beproeving was naar verluidt de zware, eigenhandig geteelde en bijgemengde tabak die werd aangeboden. Hoe onaangenaam ook, het gulle 'Toe, dominee, steek maar op' moest wel beantwoord worden met het roken van de vredespijp. Het was een uiting van vertrouwelijkheid en vriendschap.
In De Waarheidsvriend van 18 juni gaf drs. P.J. Vergunst een impressie van de vijfdaagse conferentie in Hongarije (Matrahaza) van een aantal predikanten uit Nederland met een aantal van hun Hongaarse collega’s. Hoe men de conferentie in Hongarije heeft gewaardeerd, mag blijken uit een reactie van dr. Fodor Ferenc, een van de Hongaarse sprekers.
Ik zal mij graag de conferentie blijven herinneren. Ik nam al aan veel, heel verschillende conferenties deel, maar de atmosfeer van Matrahaza kan daar nauwelijks mee vergeleken worden. Ik ben daarom dankbaar dat ik in Matrahaza geweest ben. De gelijke gezindheid komt van dezelfde gemeenschappelijke erfenis van de Reformatie. Het belangrijkste was de gemeenschappelijke grondslag, te weten het Woord, de Schrift, zonder vraagteken, zonder vooronderstellingen.
Voor herhaling vatbaar, zegt dr. Fodor!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's