Het geluk van Aser
Zonen van Jakob [8]
Aser betekent: ‘Tot mijn geluk!’ Nogal wat keren komt in de Bijbel zijn naam voor. Deze wordt dan met ‘zalig’ of ‘welgelukzalig’ vertaald. ‘Welgelukzalig, die de God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op de Heere, zijn God is.’ (Ps.146:5)
Lea vat het woord geluk in een erg vlakke zin op. Toen ze haar vierde zoon kreeg, stond ze veel dichter bij God. Ze raakte toen haar leed en zichzelf aan God kwijt. ‘Juda; ditmaal zal ik de Heere loven!’ Bij de geboorte van Aser is dat zo niet meer. Het is erg als wij soms net als Lea weer zo ver van onze plaats zijn. Het klinkt wel onschuldig: ‘Tot mijn geluk!’ Maar het is niet zo onschuldig.
In Aser ziet zijn vader op zijn oude dag de trek van zijn eigen aardsgezindheid. ‘Van Aser, zijn brood zal vet zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.’ Aser was officieel wel een zoon van Lea, maar ten bloede was hij er een van de slavin. Het is net alsof je dat altijd toch voelt. Vergelijk het maar met wie het in zijn jeugd arm had. Dikwijls is deze veel meer dan een ander gefixeerd op: ‘Komt er niemand aan het mijne?’ Het klinkt dan ook niet zonder zorg als Jakob zegt: ‘In een overdadige stijl zul jij leven. Jij zult naar de wereld een zondagskind zijn.’ Wij misgunnen elkaar niet een zekere welvaart, maar succes is geen zegen en zegen is geen succes. Zonder God valt er aan een zekere mate van succes misschien ook nog wel te komen. Maar zegen is dat je welvaart door de handen van God heengegaan is en dat Hij je er gelukkig mee maakt.
Rendementen
Jakob is er niet gerust op. Hij gunt Aser alles. Maar wat is de weelde een gevaar. Jakob zelf was in de dagen dat het er nog van moest komen, in het verre Haran, helemaal gaan denken in schapen en vee. Zoals onze wereld door de bank genomen in rendementen en aandelen denkt, of, nog net als vroeger, in hectaren grond. Maar dat was zijn beste tijd niet geweest. Zijn zorg is niet overdreven. Jezus zegt: ‘Een kameel gaat makkelijker door hetoog van een naald, dan dat een rijke binnengaat in het koninkrijk Gods’. Hoe verging het Aser? Aser leefde prima. Maar het ging niet zo in het geestelijke.
In de moderne tijd zijn er velen die met Aser meegaan. Ze roepen luid bij alle weelde: ‘Tot mijn geluk!’ Maar Christus kijkt bedroefd naar ons en zegt: ‘Waarom weegt gij geld uit voor wat geen brood is en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan?’ Wat is voor ons het meest belangrijk? De vraag ‘Wat zal ik later aan mijn kinderen overlaten?’ of de vraag ‘Hoe vinden mijn kinderen vrede met God?’ Wij schamen ons. Wij tekenen ons vonnis. En dan gaat er een kameel door het oog van de naald!
Anna en haar Man
In Lukas 2 treffen wij Anna, een dochter van Fanuël, aan. Anna is een verre dochter van Aser. Zij was uit een rijke stam afkomstig. Maar zij is het buitenbeentje in haar familie geweest. Als wij de Heere Jezus leren kennen, worden wij ook een buitenbeentje. Anna was maar zeven jaar getrouwd geweest en ze had een moeilijk leven. Zij had wel iets wat de meeste mensen missen: een woning bij God. Was dat een schraal leven? Nee, helemaal niet, want zij leefde op Gods kosten. Hij gaf het haar goed.
Wij zeggen als het ware tegen Anna: ‘Anna, wat hebt u een moeilijk leven!’ Maar zij zegt: ‘Dat heb ik eerst ook gedacht, maar ik ben dat later anders gaan zien. En ik spot niet als ik zeg: Ik heb geen man. Ik heb een andere Man gekregen: mijn Maker is mijn Man. En ik ben toch erg gelukkig.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's