De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vier oor- en ooggetuigen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vier oor- en ooggetuigen

Omgaan met de historiciteit van de evangeliën [2]

5 minuten leestijd

Wie zich afvraagt hoe betrouwbaar de evangeliën zijn, komt meteen bij de zogenaamde synoptische kwestie terecht – sunopsis betekent overzicht (letterlijk: het samenzien).

De vier evangeliën zijn meer dan eens met elkaar vergeleken. Daarbij valt op dat de eerste drie evangeliën soms woordelijk overeenstemmen. Deze overeenstemming tussen de evangelieschrijvers heeft geleid tot het zogenaamde synoptische probleem: hoe ziet de onderlinge afhankelijkheid van de evangeliën eruit en welke bronnen hebben de evangelieschrijvers gebruikt? Op wat voor wijze hebben zij elkaars geschriften geraadpleegd en vanuit welke theologische visie (mogelijk) herschreven? Geven ze vanwege die herschrijving een betrouwbaar beeld van wat is gebeurd?

Q-bron
De meeste geleerden onderschrijven de tweebronnenhypothese, die er vanuit gaat dat Markus het oudste evangelie is en dat Mattheüs en Lukas dit evangelie geraadpleegd hebben. Daarnaast zouden ze nog een gemeenschappelijk bron Q (van Quelle, bron) gebruikt hebben.
De Q-bron zou bestaan hebben uit woorden en uitspraken van Jezus, die later in de evangeliën zijn tussengevoegd.
Het onderzoek naar de herkomst van diverse literaire vormen die wij in de overgeleverde teksten aantreffen speelt daarbij een belangrijke rol. Het gaat dan om bepaalde literaire kenmerken die in een vaste combinatie terugkeren. De evangelisten worden beschouwd als verzamelaars van de mondelinge tradities, die zij in het raamwerk van de prediking van hun dagen plaatsen.

Verbazing
De invloed van deze tweebronnen-hypothese is recent afgenomen door de opkomst van benaderingen die meer oog hebben voor het geheel en voor de compositie van een bijbelboek. Dr. Van Bruggen spreekt zijn verbazing erover uit dat de onbekende traditie (die verondersteld wordt achter de evangeliën) heel geliefd is, terwijl de bekende traditie (wat zeggen vroegkerkelijke schrijvers over de evangeliën) gewantrouwd wordt.
Bovendien denkt hij niet zozeer aan literaire afhankelijkheid tussen de evangeliën. Waarom niet vier getuigen die min of meer onafhankelijk van elkaar geschreven hebben en daarbij verschillende bronnen hebben gebruikt? Ook de bekende serie Theologische Verkenningen. Bijbel en exegese, deel 5, gaat in die richting. Het wordt voor onwaarschijnlijk gehouden dat de grote woordelijke overeenkomsten tussen de evangeliën verklaard moeten worden uit literaire afhankelijkheid en dat de evangelisten dus gedeelten van elkaar hebben overgeschreven.
De evangelisten zijn ooggetuigen. Vanouds vinden we in de Griekse handschriften, zo schrijft dr. Van Bruggen, de namen van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes terug. ‘Dit zijn mannen die de geschiedenis van Christus op aarde zelf hebben meegemaakt of die in direct contact stonden met oor- en ooggetuigen. Wanneer zulke mensen borg staan voor de inhoud van deze evangeliën, zijn wij stellig aangekomen bij de oudste bronnen, de primaire getuigen voor de historie.’

Harmonisatie
In het verleden zijn verschillende pogingen gedaan tot harmonisatie: er is geprobeerd om de zogenaamde ‘oneffenheden’ tussen de evangeliën weg te vlakken in de hoop daardoor de meest betrouwbare tekst te kunnen reconstrueren. Bij Augustinus is dat al het geval.
De verst doorgevoerde harmonisatie is die van de lutheraan Osiander, wiens toegespitste inspiratieleer, gecombineerd met een sterk mechanische visie op de geschiedschrijving, hem dwong om een systeem te ontwikkelen waarbij ieder verschil in de beschrijving van gebeurtenissen ook een verschil tussen de gebeurtenissen zelf is geworden. Zo komt hij tot de opvatting dat er twee bloedvloeiende vrouwen zijn geweest enzovoort.
Dr. Van Bruggen wijst deze ‘overharmonisatie’ af. Dat wil niet zeggen dat harmonisatie op zichzelf verkeerd is. Integendeel, in onze tijd heeft harmonisatie een veel te negatieve klank gekregen.

Open einde
Ook horen we meer dan eens de opmerking dat de evangeliën geen biografieën zijn. Dat is deels waar, want de volledigheid van de levensbeschrijving ontbreekt. Anderzijds wordt ons wel een gestructureerde beschrijving van Jezus’ leven op aarde gegeven, waarbij we moeten bedenken dat het gaat om een levensbeschrijving van Gods Zoon op aarde, Wiens komst ons dwingt tot aanvaarding of verwerping. Daarom is Zijn leven geen object voor beschrijving op zichzelf, maar leidt de unieke verschijning van het vleesgeworden Woord tot een unieke beschrijvingsvorm van Zijn aardse leven.
Wat ook kenmerkend is voor de bijbelse geschiedschrijving is dat de evangelisten alleen het begin vertellen. De gebeurtenissen die zij beschrijven zijn een inzet van een ontwikkeling waarin de lezers zelf begrepen zijn. De lezer zelf staat volop in de stroom van de traditie.
Daarom zijn de evangeliën boeken met een open einde. Er wordt geen bronnenverzameling afgesloten.
De bedoeling van de evangelisten is geschiedenis te vertellen die even reëel is als de geschiedenis van de kerk waarin de lezers zich zien opgenomen door de prediking van het evangelie. Het leven van de gelovigen zelf is het bewijs hoe het evangelie daadwerkelijk invloed uitoefent. Lezers van de evangeliën zijn tot bekering en tot geloof gekomen en hebben de begeleidende krachten van de Heilige Geest dus ook gezien en aan den lijve ervaren.
De beschrijving van Jezus’ leven is daarom geen beschrijving van een voorbij verleden, maar het begin van ons eigen christelijk heden. De evangeliën beschrijven een open en doorgaande geschiedenis, die we niet kunnen verstaan zonder Pasen en Pinksteren. Bij de evangelisten leeft heel sterk dat zij een voortgaande geschiedenis beschrijven die nog steeds geldig en werkzaam is.

Bepaalde richting
De historische betrouwbaarheid van de evangeliën wordt mede gekleurd door de doelstelling van de evangelisten. Hun geschriften tenderen in een bepaalde richting.
Dat klinkt alsof zij de feiten verdraaid zouden hebben, maar je kunt pas van tendentieuze geschiedschrijving spreken, aldus Van Bruggen, wanneer de tendens is gaan heersen over de feiten en deze verwrongen weergeeft en dat is zijns inziens niet het geval.
Vooral bij de evangelist Johannes vinden we een duidelijke doelstelling doorklinken. Zijn beschrijving is opzettelijk selectief en wordt beheerst door het verlangen om tegenover opkomende docetische en gnostieke tendensen extra te documenteren dat het Woord vlees geworden is. Wij hebben het Woord gehoord, gezien, aangeraakt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vier oor- en ooggetuigen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's