Geen pasklaar recept
Aart Peters had kerkenraden geholpen met tips
Veel kerkenraden zijn zich sinds 2004 aan het heroriënteren. Aart Peters wil met zijn boek 'Gemeente in beweging' een handreiking doen.
De gemeente is in beweging. Er is in deze tijd heel wat aan de hand. Per week verlaten meer dan duizend leden de Protestantse Kerk in Nederland. Kaartenbakken worden geschoond. Niet meelevende leden laten zich uitschrijven om maar niet meer aan kerk en geloof herinnerd te worden. Sommigen zijn teleurgesteld, anderen zoeken hun heil elders. Soms vertrekken jongeren om lid te worden van een andersoortige gemeente, waar het meer aansprekend, warmer is.
Sinds het ontstaan van de Protestantse Kerk zijn veel kerkenraden bezig zich te heroriënteren. Wat overkwam ons? Wie waren wij, wie zijn we nu, wat willen we in de toekomst? Wat is onze missie en wat is onze visie aan het begin van de 21e eeuw? De gemeente van Christus Jezus is in beweging, maar waarheen?
Het is een goede greep van de redactie van de Artios-reeks om aan deze problematiek een boekje te wijden. Hulp bij het doordenken van vragen op dit terrein is beslist nodig. Binnen de (wijk)gemeenten wordt veel en vaak nagedacht over beleid. In de la van menige predikant zijn diverse plannen terechtgekomen.Praktisch is het lastig om met duidelijk beleid leiding te geven aan de gemeente die aan onze zorgen is toevertrouwd.
Geen recept
In het voorwoord van Gemeente in beweging geeft dr. A. Noordegraaf aan dat een pasklaar recept onmogelijk is; elke gemeente is anders. Je zult eerst de juiste vragen moeten leren stellen en daar de passende antwoorden bij moeten leren zoeken. Het boekje van Aart Peters, gemeenteadviseur in de Protestantse Kerk, wil hierbij een handreiking zijn.
Er wordt in dit werkje veel geboden dat zich niet eenvoudig laat samenvatten. Het is goed om het geheel te lezen en daardoor inzicht te krijgen in de dingen die op het terrein van de kerk in beweging zijn. Verder is een goede literatuurlijst een middel om dieper op de thematiek in te gaan.
Ik kan me voorstellen dat een kerkenraad gedurende een reeks vergaderingen een aantal hoofdstukken uit dit boekje met elkaar bespreekt. Aan het begin van elke vergadering past een bijbelse bezinning. De schrijver reikt zeven korte bijbelstudies aan, die als inleiding gebruikt kunnen worden – heel praktisch eindigend met vragen en stellingen. Wie verdere bijbelse fundering zoekt kan terecht in de literatuur. Het boekje leent zich ook als uitgangspunt voor een bezinningsweekend van de kerkenraad.
Droombeelden
Nadenkend over de gemeente die in beweging is, kun je je afvragen: waarheen? Anderen dachten hierover na en schetsten allerlei droombeelden en bouwden hieraan. Enkelen wil ik noemen.
Socioloog dr. J. Hendriks schetst de gemeente als herberg. Dat beeldt spreekt voor zich. Wanneer wij denken aan de openheid van de gemeente klinkt de term ‘missionair’. Een gemeente die let op haar missionaire houding is attent op verstaanbaarheid en goede communicatie. Vanuit de missio Deï komt de bezinning op gang en krijgt men oog voor de gemeente in de wereld (70).
De Amerikaanse evangelicaal Rick Warren is de man die ‘doelgericht’ bezig wil zijn (86). Hij ziet de gemeente niet als een organisatie, maar vooral als een organisme. Als de gemeente gezond is, zal deze ook groeien. Nauwkeurig omschreven doelen moeten het proces leiden.
M. Noorloos, auteur van Leven uit de Bron en Groeien bij de Bron, stelt voor om bij de opbouw van de gemeente heel dicht bij de Bron te blijven. Hij legt de nadruk op de betrokkenheid bij de Heer, bij elkaar en bij Gods werk in en voor de wereld. Kenmerk van zijn visie is een sterke bijbelse fundering (89).
Ongetwijfeld is er meer te melden aan dromen en visies van en op de gemeente. Het is goed om van deze hoofdstukken kennis te nemen.
Om als kerkenraad tot een duidelijke keuze te komen was het beter geweest om de verschillende visies op gemeenteopbouw met elkaar te vergelijken. Wat is het gereformeerde gehalte van een en ander?
Kansen
Het is een goede zaak om te letten op veranderingen in de gemeente, die zich niet los kan maken van de veranderingen in de wereld om haar heen. Wij zijn allen kinderen van deze tijd. De schrijver geeft een aantal trends aan. Hij noemt individualisering, technologisering, feminisering, vergrijzing, afnemend vrijwilligerswerk en het verlies van tradities. Er zou er meer te noemen zijn. Wij mogen enerzijds hiervoor de ogen niet sluiten.
Anderzijds keert Aart Peters het om: bedreigingen kunnen ook kansen zijn. Juist door in te haken op ontwikkelingen die wij niet in de hand hebben, geef je als kerk aan oog te hebben voor de realiteit waarin wij leven en schep je kansen om de (post)moderne mens te treffen. Het is van belang rekening te houden met ‘de keuzecultuur, de ervaringscultuur, de beeldcultuur en de cultuur van nieuwe vormen van verbinding’ (61). We mogen toch van de gelegenheid gebruik maken?
De vraag is wel hoe wij een en ander kunnen onderscheiden. Wanneer is iets een kans en wanneer vormt dit een bedreiging? Wat is typisch voor een gereformeerde gemeenteopbouw en hoe pak je dat aan?
Praktisch
In een hoofdstuk 6 over de wijkgemeente in beweging neemt Peters de lezer mee in een heel traject dat hij als adviseur is gegaan met een gemeente. Je maakt een stappenplan mee, hoe bezinning tot stand komt en welke valkuilen er zijn. Een voorbeeld om aan te spiegelen.
Noodzakelijk voor de opbouw van de gemeente en de vorming van beleid is dat de gemeente onderling met elkaar in gesprek komt, is en blijft. Dat kan op allerlei wijzen. De mogelijkheden moeten goed benut worden. Dit wordt beschreven in hoofdstuk 7. Aan de orde komen: huisgodsdienst, kringen, gemeenteavond en hoe via al die momenten van lieverlee beleid gevormd kan worden. Ook dit hoofdstuk sluit weer af met gespreksvragen. Het achtste hoofdstuk is een verhaal over gemeente, kerk en ambt.
Dit is instructief om door te nemen. In speciale kadertjes wordt een en ander toegespitst en van een voorbeeld voorzien.
Visie en missie
Ik kom even terug op hoofdstuk 5 en citeer: ‘Voor een missie sta je en voor een visie ga je’. Met andere woorden: een missie is een statisch gegeven en een visie is dynamisch. ‘Gemeente kunnen een gezamenlijke missie hebben, maar afzonderlijk kunnen de visies totaal van elkaar verschillen. (…) Een missie zegt iets over de identiteit (…), maar zegt nog niet zoveel over het verlangen van de gemeente. Het verlangen heeft te maken met het toekomstperspectief, met de vraag: waar wil je naartoe, wat voor kerk of gemeente wil je zijn? Kortom: Wat is nu onze visie voor de toekomst van de kerk? ’ (80-81).
Beleid maken voor een gemeente die in beweging is, vraagt om bezinning, gesprek en gebed. Bijbelse oriëntatie en gereformeerde doorlichting mogen en moeten hand in hand gaan. Hiervoor is tijd nodig. Er is geen pasklaar antwoord voor alle gemeenten. Hierbij hebben kerkenraden hulp nodig. Met dit boekje in de hand en lettend op de vele literatuur die voor handen is, zal elke (wijk)kerkenraad zich zelfstandig moeten beraden. Ik denk dat de kerkenraden bij het vormen van een missie en een visie geholpen waren wanneer de schrijver hen wat meer had geleid en gestuurd. Ingewijden weten wel waar het over gaat, maar zij die deze opdracht voor het eerst uitvoeren, zouden geholpen zijn met meer (gereformeerde) handvatten. Een hoofdstuk met tips, adviezen en suggesties als hulp voor kerkenraden zou winst geweest zijn. In dat opzicht vraagt het boekje om een vervolg.
Houd het kort
Er wordt veel geboden om over na te denken, maar als het gaat om beleid geldt: houd het kort. Niet het vele is goed (zoals een plan als een collage van allerlei ideeën waarmee iedereen zijn of haar zegje mag doen), maar het goede is veel. Het goede is veel, omdat het helder, kort en aansprekend is. Streep alles weg wat voor je eigen gemeente niet relevant is en richt je op wat juist voor de eigen situatie van belang is.
Als in het boek over ‘gemeente’ gesproken wordt, kun je meestal ook wijkgemeente lezen. Elke wijkgemeente is geroepen om een eigen beleid te formuleren. Het ‘ten slotte’ op pagina128 komt iets te vroeg. Graag beveel ik dit boekje aan bij iedereen die in de gemeente van Christus verantwoordelijkheid draagt en haar ter harte gaat. Gelukkig bewaart Hij en vermeerdert Hij Zijn Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's