BOEKBESPREKING
Billy Graham: De reis. Leven door geloof in een onzekere wereld. Uitg. Voorhoeve, Kampen; 311 blz.; € 24,50. Otto de Bruijne, Peter Pit en Karin Timmerman: Ooit evangelisch. De achterdeur van evangelische gemeenten. Uitg. Kok, Kampen; 180 blz.; € 15,90.
Billy Graham:
De reis. Leven door geloof in een onzekere wereld.
Uitg. Voorhoeve, Kampen; 311 blz.; € 24,50.
Als slotakkoord van zijn bediening schreef Billy Grahm een boek dat ik typeer als een christelijke handleiding voor de reis door het leven. Alle grote thema’s van de geloofsleer zijn verwerkt in een eenvoudig en praktisch verhaal. Wie al goed is onderwezen in het christelijk geloof vindt in De reis weinig nieuws. Deze uitgave zal het beste tot zijn recht komen in een missionaire of catechetische context.
In het deel over het begin van de reis schrijft Graham over het grote ontwerp (schepping) en de grote opstand (zondeval) en vervolgens over verlossing, bekering en zekerheid.
Om kracht voor de reis (deel 2) te ontvangen zijn de Bijbel en het gebed van belang, evenals de kerk en de Heilige Geest.
Bij de uitdagingen onderweg (deel 3) komen de verleidingen en tegenslagen aan de orde.
In het vierde deel van het boek vinden we aanwijzingen om op koers te blijven.
Het betoog wordt voortdurend ondersteund met voorvallen, gesprekken en correspondentie uit het eigen leven van Billy Graham. Wat de lezer zou kunnen denken of ervaren brengt de auteur vaak ter sprake via derden.
Er is altijd wel iemand die hem iets over het onderwerp heeft gezegd of geschreven. ‘Een vrouw schreef me: …’ ‘Ik heb haar geantwoord dat …’ Deze benadering komt sympathiek over. Je voelt je optimaal vrijgelaten om je al dan niet met dergelijke opmerkingen te identificeren.
De inhoud van dit boek komt grotendeels overeen met de ons vertrouwde orthodoxe opvattingen. Over geloven spreekt het echter op arminiaanse wijze: ‘Het antwoord ligt in jouw handen.’ (p.18) Er is ook een kort gebed opgenomen, waarmee de lezer zijn zonden kan belijden en zijn leven aan Christus geeft (het zogenaamde zondaarsgebed).
Graham voegt eraan toe: ‘Als je dat gebed oprecht hebt gebeden, heeft God je gehoord en ben je nu voor altijd zijn kind.’ (p.55). Duidelijkheid bieden is goed, maar deze methode doet voorkomen alsof wij zelf ons behoud in de vingers hebben. Het laat geen ruimte voor de interactie tussen een smekend zondaar en de levende God die in genade antwoordt. In plaats daarvan moet een mens zijn zekerheid gronden op zijn eigen (oprechte) gebed en beslissing. Dit type materiaal zou ik geen plaats willen geven in een gemeente die wenst te blijven bij het gereformeerd belijden.
Een van de hoofdgedachten van Grahams boodschap luidt: God heeft een persoonlijk plan voor jouw leven en jij moet dat plan ontdekken. Het bijbelse gehalte en de betekenis van deze notie zal ik niet ontkennen.
Zo heeft de Heere met Saulus van Tarsen inderdaad een specifiek doel voor ogen (Hand. 8:15-16). Mijn twijfels heb ik bij de prominente plaats die deze terminologie krijgt. In het boek Handelingen lees ik niet dat de apostelen mensen oproepen te zoeken naar het strikt individuele plan van God voor hun leven. Waar komt die nadruk op het persoonlijke plan vandaan? Hedendaagse tijdschriften sporen mij aan om uit te vinden wat een passende planning is voor mijn loopbaan. Bankinstellingen willen mij van dienst zijn met een persoonlijk financieel plan. Ik vraag me af of wij op deze markt nu ook God nog een individueel plan moeten laten aanbieden.
Dit boek van de wereldberoemde evangelist is vlot geschreven, boordevol concrete aanwijzingen. Grahams benadering is terug te vinden in veel ander missionair materiaal. De liefde dringt ons onze tijdgenoten bekend te maken met de boodschap van God. Ondertussen blijft het nodig vanuit gereformeerd perspectief te doordenken op welke manier wij dat zullen doen.
A.N. van der Wind, Hollandscheveld
Otto de Bruijne, Peter Pit en Karin Timmerman:
Ooit evangelisch. De achterdeur van evangelische gemeenten.
Uitg. Kok, Kampen; 180 blz.; € 15,90.
Dit boek is een verslag van een onderzoek van meer dan honderd mensen die lange tijd bij een evangelische gemeente behoorden, maar deze door de achterdeur verlieten. De auteurs (twee van hen zijn zelf evangelisch, de derde is ex-evangelisch) deden daar onderzoek naar via een enquête, gesprekken en interviews met mensen die ooit, gemiddeld zelfs bijna achttien jaar, met een evangelische gemeente meeleefden en er in veel gevallen een of meer taken (zangleider, oudste, kringleider, enz.) vervulden. Dat is opvallend want, lees ik, evangelische gemeenten publiceren graag verhalen van groei en bekeerlingen, maar dat er ook velen weggaan vernemen we in de regel niet.
Als redenen voor hun aansluiten bij een evangelische gemeente geven de ondervraagden onder andere aan: het geloof en het geestelijk leven dat ze bij evangelischen vonden, het samen zijn met mensen die Jezus kennen als hun Verlosser, de lofprijzing en de ‘heldere evangelieverkondiging’.
Daar staat een heel aantal negatieve ervaringen tegenover, zoals gebrek aan diepgang en theologische doordenking, oppervlakkige preken met veel oneliners en clichés, overaccentuering van de menselijke keus voor God (‘Neem Jezus aan en je wordt blij’), eenzijdige nadruk op beleving en ervaring, het zwart-witdenken met weinig ruimte voor vragen en twijfel, harde muziek, ‘Halleluja-God-is-goed-omdat-Hij-zoveel-doet-liederen’ (‘Als ik jongeren met de handen in de lucht zie staan bij een praise ben ik niet meteen onder de indruk van hun geestelijk leven; het kan net zo goed kuddegedrag zijn’), aanbiddingliedjes om in de stemming te komen, autoritair leiderschap en het vaak schermen met ‘De Heer spreekt’, waarbij later blijkt dat het meer eigen ideeën van de spreker zijn, enzovoort. Vooral de benadrukking dat God wil genezen, waarbij mensen niet de kans kregen tot acceptatie van de ziekte te geraken, komt dikwijls voor. Citaat van iemand wiens moeder tengevolge van een ongeneeslijke ziekte stierf: ‘Ik heb tijdens haar ziekte niets anders gehoord dan: de Heer heeft ons geopenbaard dat zij zal genezen’.
Natuurlijk kun je de vraag stellen of het niet vaak zo is dat mensen die afhaken doorgaans geen fraai portret schetsen van de groep die zij de rug toekeerden. Ook zijn er vragen te stellen bij het onderzoek zelf, dat wel grondig is gebeurd, maar slechts een beperkt aantal afhakers betreft. De schrijvers spreken dan ook van ‘snuffelonderzoek’ en spreken de wens uit dat het komt tot nader wetenschappelijk onderzoek. Maar ze hopen ook dat hun bevindingen zullen aanzetten tot zelfonderzoek binnen de evangelische beweging.
Onder evangelische gemeenten verstaan zij ‘orthodox-protestantse gemeenten waar bekering, ervaring, opwekking, evangelisatie, zending en de eindtijd met de spoedige verwachting van Jezus’ wederkomst belangrijk zijn en waar muziek en zang een belangrijke plaats in de samenkomsten innemen’.
Concreet noemen ze: ‘Vergadering van gelovigen, Baptisten, Christengemeenten, Pinkster- en Volle Evangeliegemeenten, Rafaël, Berea, Vineyard en soortgelijke gemeenten.’
De schrijvers zeggen dat het onderzoek voor hen boeiend, schokkend en leerzaam was. Dat laatste wensen zij alle lezers toe. Ik onderstreep dat. De onderzoekers stellen namelijk terecht de vraag hoe het zit met vertrekkers uit kerkgenootschappen en vragen of een dergelijk onderzoek daar ook niet nuttig zal zijn. Dat is zeker waar. Geldt een aantal argumenten van hen die een evangelische gemeente verlieten ook niet voor vertrekkers uit de gevestigde kerken en uit onze gemeenten, gezien degenen die onze gemeenten de laatste jaren, soms geruisloos, verlieten? Het is goed om ons dat heel bewust te zijn en ons gedurig te bezinnen of het onze gemeenten werkelijk goed gaat. Te zeggen dat het nu eenmaal de tijd waarin we leven is of het verzet van de natuurlijke mens tegen het evangelie, is al te gemakkelijk. Ik las: Vaak is het niet zozeer de zondaar die vertrekt, als wel de gemeenschap die faalt in genade en ruimte. Het is van belang om goed te luisteren bij de achterdeur. Een boek dus dat het waard is om goed kennis van te nemen.
H. Veldhuizen, Wapenveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's