Wij zijn geen toeschouwers
Omgaan met de historiciteit van de evangeliën [3, slot]
Als ik zondag preek uit Markus, hoe ga ik dan om met de historische betrouwbaarheid van dit evangelie, in de voorbereiding en in de preek zelf?
De evangeliën zijn geen afgesloten geheel, maar een begin van wat God doet in deze wereld, spreek ik prof.dr. J. van Bruggen nog eens na. Het vervolg van de evangeliën zijn de lezers zelf. Hún bekering en geloof zijn het bewijs dat het evangelie doorwerkt. Een ieder die tot geloof in Jezus Christus komt, bevestigt de waarheid van het evangelie.
Wij lezen de Bijbel binnen de christelijke gemeenschap. Aan de gemeente Gods zijn de woorden Gods toevertrouwd. Dat wil zeggen dat wij geen toeschouwers en aanschouwers zijn van wat in het verleden is gebeurd. Integendeel, we staan met onze voeten in de rivier van Gods wereldwijde geschiedenis. Het water stroomt door ons leven en door onze eigen geschiedenis. Wij maken deel uit van Gods bemoeienis met mensen, die door het Woord geroepen en erdoor veranderd worden.
Opgenomen
De Geest is met het Woord aan het werk. Daarbij onderstrepen we als gereformeerden wel dat de canonvorming afgerond is en dat we het onderscheid handhaven tussen ‘inspiratie’ van de Schrift en ‘lluminatie’ bij hen die in de Christus der Schriften geloven. Maar hoe ‘afgesloten’ de Schrift ook is, we kunnen de Schrift zoals die tot ons komt, nooit losmaken van de handen van de Heilige Geest, Die met Gods Woord deed en doet wat Hij wil.
Het gaat erom dat we geloven dat zowel de Schrift als ons eigen leven opgenomen is in het werk dat God in deze wereld en in ons leven doet. We beschouwen de Bijbel niet als een bundeling interessante teksten, die ons iets vertellen over het religieuze leven van gelovigen, maar als het Woord van de levende God, Die gesproken heeft, Die spreekt en Die spreken zal.
Ik citeer prof.dr. C. Trimp, die in De preek schrijft: ‘Zodra de Bijbel voor ons slechts een Israëlitisch boek is geworden – documentatie van het geloofsinzicht van vroegere ‘gewijde’ schrijvers – verandert het karakter van de tekstprediking. Dan geschiedt die prediking niet in de overtuiging dat God aldus spreekt, maar in de hoop dat de reproductie van het vroegere geloofsgetuigenis ons tot hedendaagse communicatie zal inspireren en in het heden een aanknopingspunt zal vinden. Het is de kracht van de gereformeerde exegese dat zij bij voorbaat uitgaat van de canoniciteit van de bijbeltekst als het Woord, dat God eenmaal sprak en heden spreekt.’
Achter de prediker
Is het niet de volmacht en het geheim van de prediking naar reformatorische overtuiging dat achter de prediker de sprekende God staat en dat door de prediking in de kracht van de Geest zich het geheimenis voltrekt van de dynamiek van het scheppende en verlossende Woord? De daden, de handelingen van God worden ons getoond, gepresenteerd, present gesteld. Prof.dr. H. Jonker zegt in En toch preken …!: ‘Enerzijds willen wij erkennen dat de Heilige Schrift een statisch gegeven is met allerlei ‘acta’, afgedane zaken. Wij gaan aan de Schrift niet knoeien, maar pogen in het bijbelonderzoek de woorden, woordverbindingen en zinsconstructies zo oorspronkelijk mogelijk weer te geven. Anderzijds heeft de gemeente van Christus deze ‘acta’ niet louter als ‘acta’ maar tegelijk als ‘agenda’ opgevat, dat wil zeggen: de zaken zijn niet afgedaan maar werken door, hun geldigheid en zingeving blijven in alle eeuwen en ook in deze tijd van kracht. Achter en in de Heilige Schrift is het levende Woord Gods bezig om de ‘acta’ tot ‘agenda’ te maken in deze tijd en situatie. En deze ‘actualisering’ geschiedt in de prediking, die daarom een gebeuren genoemd wordt waarin het Woord Gods voor deze tijd en in deze wereld ‘in actu’ is, geldend, zingevend, voortstuwend.’
Dr. Jonker spreekt over het Woord Gods, de Logos, Die in de Schrift aan het woord komt. Achter de heilige Schrift wordt de levende adem van God onderkend (theopneust, zie 2 Tim. 3:16 en 2 Petr. 1:21). Het Woord Gods is dan ook meer dan de in de Bijbel opgenomen Schriftwoorden. ‘Wij kunnen wel zeggen: de Heilige Schrift is Gods Woord, wij kunnen niet zeggen: het Woord Gods is de Schrift.
Het Woord Gods doordringt en omvangt de Heilige Schrift.’
Amsterdamse School
In het gewone spraakgebruik is een woord meestal niet anders dan de drager van een bepaalde betekenis. Door onze woorden dragen we een bepaalde betekenisinhoud over, maar in de Bijbel is het Woord van God creatief. Zijn Woord is als een vuur, als een hamer, die alles te morzel slaat (Jer. 23:29). Dabar is het gesproken woord, maar ook de werking die van dat woord uitgaat. Door het Woord grijpt God in. De Confessio Helvetica zegt: ‘de prediking van Gods Woord is Gods Woord.’
In de zogenaamde Amsterdamse School is de historie een eigenschap van de waarheid van het Woord geworden en ondergeschikt gemaakt aan dat Woord. ‘In de concentratie op de tekst wordt de eigenheid van zijn boodschap zichtbaar: geen directe verwijzing naar ‘elders’, een historisch ‘feit’ of een goddelijke ‘waarheid’, maar de tekst als sprekende beweging van de waarheid zelf ’, typeert prof.dr. H.W. de Knijff in Sleutel en slot.
Bij alle waardering die hij voor de Amsterdamse School heeft, is het voor dr. De Knijff wel de vraag ‘in hoeverre de waarheid van het vertelde zich op onnodige wijze van de waarheid van het geschiede heeft losgemaakt’. Ik val hem daarin bij.
Ons behoud heeft te maken met de aardse grond waarin het kruis heeft gestaan. Als Paulus het heeft over de opstanding van Christus, dan spreekt hij over oog- en oorgetuigen (zie 1 Kor. 15) en Lukas spreekt in zijn proloog over ‘aanschouwers en dienaars van het Woord’, die betrouwbare woorden spreken.
Zoeken naar de boodschap
Intussen is prediking wel een ontmoetingsgebeuren tussen Gods Woord en ons geleefde leven. Christus komt in het gewaad van Zijn Woord tot ons, zegt Calvijn. We zien in de Schrift de voortgang van Gods heilsopenbaring. Zo kijken we ook naar de vier evangeliën. Zij zijn ons door God gegeven in een bepaalde periode van Zijn geschiedenis met Zijn volk. Het Woord van God neemt de evangelisten in dienst. Zij hebben met eigen accenten het leven van de Heere Jezus beschreven na Zijn opstanding uit de dood.
Dat betekent concreet dat de prediker in zijn omgaan met de evangeliën zoekt naar de boodschap. De tekst wordt binnen zijn context onderzocht, waarbij het voor een preek uit Markus niet nodig is om te onderzoeken hoe bij Mattheüs over deze stof wordt gesproken en hoe bij Lukas. Dat is voor het historisch onderzoek en voor de theoloog wel van belang, maar mijns inziens is een evangelieharmonie bij de voorbereiding op de prediking niet nodig; ik maak er althans geen gebruik van.
De evangeliën worden binnen hun eigen raam uitgelegd in de prediking. We zijn getuigen van het handelen van God in de geschiedenis, in het hier en nu. De krachten van de toekomende eeuw komen in de prediking openbaar, want God is tegenwoordig. De Heilige is in ons midden, we leven coram Deo: voor Zijn aangezicht. We worden voor Zijn rechterstoel gedaagd. In de verkondiging vallen de beslissingen en worden de sleutels van het hemelrijk gehanteerd.
Pastoraal bezoek
Als prediker ben ik dus allereerst geïnteresseerd in de boodschap van de tekst in zijn context. Het gaat om het Woord Gods, dat uitgelegd en toegepast wordt naar de gemeente toe. Als ik preek uit de evangeliën is dat voor mij historisch betrouwbare stof. De proloog van Lukas is wat dat betreft duidelijk genoeg. Lukas schrijft aan Theofilus over dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben.
We zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd. In de verkondiging weet ik mij als prediker maar ook als gemeente opgenomen in de machtige werking van het Woord van God, Die doden levend maakt en Die de dingen die niet zijn roept alsof zij waren.
Als theoloog vergelijk ik de evangeliën met elkaar. Daarmee stuit ik op oneffenheden. Ook Calvijn heeft die gezien, maar een zogenaamde oneffenheid brengt de betrouwbaarheid van Gods Woord voor mij niet aan het wankelen. Net zo min als ik twijfel aan de betrouwbaarheid van wat gemeenteleden mij tijdens een pastoraal bezoek vertellen over wat er rondom het overlijden van hun geliefde is gebeurd. In zo’n gesprek wordt uitvoerig verhaald hoe het gegaan is: toen zei ik dit, toen zei de dokter dat, enzovoort. Ik heb dan niet de indruk dat exact tot op de letter wordt weergegeven wat toen en toen is gezegd en toch twijfel ik geen moment aan de betrouwbaarheid van wat wordt verteld. Ik krijg een betrouwbaar beeld van wat er gebeurd is.
Dit geldt te meer voor het bijbels verstaan. In Gegrond geloof schrijft prof.dr. H.G.L. Peels: ‘Al te snel leggen wij onze moderne maatstaven op aan de bijbelse geschiedschrijving. Deze is geschiedschrijving van geheel eigen aard, profetisch geïnterpreteerde geschiedenis die de grote daden Gods verkondigt en niet een exact historisch verslag van het verleden beoogt te zijn. Stellig is deze geschiedschrijving betrouwbaar, de feiten wordt geen geweld aangedaan. Maar chronologische interesse, precieze getallen, verbatim (woordelijke, red.) verslagen, een heldere opeenvolging van oorzaak en gevolg, een beschrijving van achtergronden en samenhangen – men zoekt het vaak tevergeefs in de oudtestamentische geschiedenissen. Bij alle selectie, combinatie en interpretatie van gegevens is de specifieke belichting van deze profetische geschiedschrijving echter onmiskenbaar: het gaat om de Heere en Zijn dienst.’
Intact
Het ging de schrijvers van de evangeliën om meer dan het schrijven van een biografisch verslag van het leven van Jezus. De evangeliën zijn van het begin tot het einde oorkonden van het geloof in Jezus, Die de Messias is.
Ik laat als theoloog en als prediker de historiciteit van de evangeliën volledig intact. Door hun hele beschrijving van het leven van Jezus is de boodschap verweven: Jezus is de van God Gezondene tot ons behoud. Als prediker heeft niet de historiciteit mijn belangstelling, maar de boodschap en hoe deze in het leven van de gelovigen werkelijkheid kan worden. Zo kan ik voluit theoloog en dienaar van Jezus Christus zijn, 'Die gisteren en heden dezelfde is en in der eeuwigheid.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's