Zo zijn onze manieren
Missionair preken [3]
Missionair preken is één ding, maar wat als mensen gehoor geven aan het Woord? Als het Woord hen raakt en ze zich willen aansluiten bij de gemeente? We noemen het een zegen, maar soms krabben we ons ook achter het oor.
Is het ook niet lastig als hij gaat meedoen, want zijn manier van leven staat haaks op wat wij gewend zijn? En: mooi als zij de kerkdiensten bezoekt, maar als ze gaat vragen of ze ook aan het avondmaal mag. Haal je je niet heel veel problemen op de hals, door missionair te preken? Heeft de gemeente die missionair wil zijn voldoende gerealiseerd wat dat betekent? Zijn van tevoren de kosten berekend, of is er gewoon maar ergens aan begonnen, op hoop van zegen? Zo kunnen nieuwkomers kind van de rekening worden.
Wie in dit verband over probleemgevallen spreekt en de vrucht op missionair preken typeert als problemen op de hals halen, geeft daarmee aan dat hij missionair zijn ziet als een ding. Hij laat het niet opkomen vanuit een Persoon: Jezus Christus.
Deze gaf Zijn discipelen de opdracht: ‘Gaat dan heen, onderwijst alle volken, hen dopende in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest, hen lerende onderhouden alles wat Ik u geboden heb.’ Als één tekst over een missionaire context gaat, dan wel deze.
Pijlers
De Heere Jezus verbindt de doop in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest onmiddellijk aan het leren onderhouden van ‘alles wat Ik u geboden heb’. Het onderwijs van Jezus bestaat uit twee pijlers: dopen en leren onderhouden. Niet: eerst leren onderhouden alles wat Ik u geboden heb, en vervolgens – bij gebleken geschiktheid, als je alles onderhoudt – dopen. Nee, dopen en leren onderhouden.
Dat is opvallend. Wat wij als een relatief nieuw en soms lastig probleem zien – het ontvangen van nieuwkomers in de gemeente – geeft Jezus in het zendingsbevel aan als zijnde de kerntaak van de kerk. Het zal de hoofdtaak van de apostelen worden. Als door de secularisatie deze roeping weer heel nadrukkelijk naar ons toe komt, ook in het christelijke Nederland, is het zaak ons deze samenhang goed te realiseren.
Stap voor stap
Terwijl we in de prediking vaak nadruk leggen op het procesmatige van het tot geloof komen, zijn we als het gaat om de ethiek naar nieuwkomers toe soms uit methodistisch hout gesneden. Als het even kan (en ook als het nog niet kan), willen we ogenblikkelijk het optimale gewenste resultaat zien.
Zeker, bekering is en blijft een breuk met het oude leven zonder God. Dat geldt voor kerkgangers en voor nieuwkomers. Maar als voor kerkgangers het procesmatige van de bekering onderstreept wordt, mag dat voor nieuwkomers ook gelden. Het nieuwe leven moet en mag geleerd worden, stap voor stap, met vallen en opstaan. Als deze ruimte ontbreekt, doet zich het grote gevaar voor dat het onderwijzen waar Jezus het over heeft, snel verzandt in een spoedcursus ‘Zo zijn onze manieren’.
En: pas je nu maar even snel aan, dat is voor iedereen het beste. (En zeker voor ons.)
Jezus zegt heel nadrukkelijk dat de discipelen ‘de volken’ moeten leren onderhouden ‘alles wat Ik u geboden heb’. Dat ‘Ik’ van Jezus springt eruit. Dat dwingt de kerk tot zelfonderzoek. Wat zijn onze geboden en wat de geboden van Jezus? Alarmerend, juist in een missionaire situatie, blijft de waarschuwing van Jezus richting de farizeeërs: ‘Want zij binden lasten die zwaar zijn en kwalijk om te dragen, en leggen ze op de schouders van de mensen.’ En – het venijn zit in de staart–: ‘maar zij willen die met hun vinger niet verroeren.’
Niet goedkoop
Geen probleemgevallen dus. We denken niet samen na over de problemen die we onszelf op de hals hebben gehaald. Jezus Christus was bewogen met mensen. Mensen van vlees en bloed, geschapen naar het beeld van God.
Zeker, dat beeld is gebroken, maar dat maakt Zijn betrokkenheid niet minder, eerder sterker. Hij is immers juist bewogen over schapen zonder herder. Juist over verloren mensen. En Hij zei nooit: knap jezelf eerst op, los je problemen eerst maar op en kom dan maar terug. Nee, Hij riep hen tot Zich. Onvoorwaardelijk. Uit genade, gratis.
Toch is Zijn genade niet goedkoop.
Want als iemand achter Hem wil komen, als de missionaire prediking aanslaat, verloochen dan jezelf, neem je kruis op en volg Mij. Zo zegt Hij het. Bij dat volgen blijft onze manier van leven, onze ethiek, niet buiten schot. Integendeel, Jezus Christus krijgt het voor het zeggen. Iedere dag.
Discipelschap en navolging zijn twee belangrijke elementen van het christelijke leven, voor nieuwkomers maar ook voor ervaren kerk-
Dr. P.J. Visser ging in de twee voorafgaande afleveringen in op het waarom en hoe van missionair preken.
gangers. Dat is iets anders dan ‘Zo zijn onze manieren’, zei ik al.
Onzeker
Intussen kan dit kerkmensen onzeker maken. Buitenstaanders vragen ons waarom we bepaalde standpunten huldigen, en dat weten we soms niet goed te verwoorden. Wat is de bijbelse fundering voor ons standpunt?
Zoals missionair preken ook dienstbaar is aan hen die nog in de gemeente zijn maar dreigen af te haken, zo geldt ook dat het onderscheid tussen binnen en buiten maar relatief is als het gaat over de christelijke levenswandel. Misschien zeggen we ‘binnen’ dat we tegen bepaalde punten zijn, maar zijn deze ondertussen wel praktijk.
Zoals missionair preken dus ons preken op zichzelf bevraagt – onze bewogenheid richting mensen die Jezus niet kennen, onze taal en verwoording, onze houding – zo bevraagt missionaire ethiek onze eigen christelijke levenswijze als zodanig. Ik geloof niet dat de juiste beleving van het christelijk geloof pas een probleem in de gemeente is als er buitenstaanders bij komen. De komst van nieuwkomers confronteert ons met de waarde ervan en de hiaten erin.
Geen tegenprestatie
´Hen lerende onderhouden´, zegt Jezus in Zijn zendingsbevel. Dat zou ervoor pleiten om de gemeente als leergemeenschap permanent bezig te laten zijn met de christelijke levenswandel. Als het goed is, gebeurt dat ook: discipelschap en navolging. Een nieuwkomer gaat participeren in dit nieuwe leven.
Dat is dus wat anders dan het gladstrijken van een paar plooien. Een tekst die in dit verband boekdelen spreekt, is Romeinen 12:1-2: ‘Ik roep u er dan toe op, broeders, op grond van de ontfermingen van God om uw lichamen aan God te wijden als een levend slachtoffer, heilig en voor God welgevallig, dat is uw redelijke godsdienst. En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de wil van God is, namelijk de goede en welgevallige en volmaakte.’
Paulus besteedt in de Romeinenbrief aandacht aan de basisbeginselen van het christelijk geloof. In de eerste hoofdstukken schrijft hij over de radicale verlorenheid van de mens. In het midden van de brief over de rechtvaardiging door het geloof en het leven door de Geest. In de slothoofdstukken beschrijft hij het christelijke leven.
De gemeente van Rome is een kleine christelijke minderheid in een heidense metropool. Over een missionaire context gesproken.
Er spreekt een appèl uit zijn woorden. Hij laat de invullingen van het christelijke leven niet over aan de gelovigen zelf. Nee, hij geeft leiding: ‘Ik roep u er dan toe op …’
Zijn motivatie komt ook heel sterk naar voren: ´op grond van de ontfermingen van God´. Het appèl tot heilig leven is geen extraatje. De apostel die sprak: ‘Laat u met God verzoenen’, is ook de apostel die op grond van de ontfermingen van God een appèl op de heidenen in deze stad doet. Die ontfermingen Gods onderstrepen trouwens het genadekarakter van de heiliging. Geen tegenprestatie van onze kant, maar illustratie van het feit dat God Zich in Zijn genade over je heen buigt.
Nobody
Paulus spreekt over de wijding van het lichaam aan God. Hij gebruikt het woord ta sooma: je body. Maar het is meer dan alleen het lichaam; het is de mens in zijn diepe eenheid van ziel en lichaam. Wie alleen maar lichaam is, is eigenlijk nobody. Het lichaam hoort er wel bij, het staat niet los van je geloof.
Het wijden van je lichaam aan God is immers een redelijke godsdienst. Logike staat er. Logisch, doordacht, doorleefd. Wat je zegt, is niet in strijd met wat je doet. Wat leeft in je ziel, is niet anders dan wat je uitleeft in je lichaam. Een logische eredienst dus.
Dit leven wordt getypeerd als slachtoffer. Een offer. Het kost je wat: alles. Ethiek is inderdaad navolging van een Heiland, die naar het kruis ging.
Levend, heilig, welgevallig. Geen dode vormendienst, maar levend. Op God gericht. Hij houdt ervan.
In vers 2 wordt dit proces nader onderbouwd: niet gelijkvormig worden aan deze wereld, maar innerlijk veranderd worden, door de vernieuwing van uw gezindheid. Voor dat laatste woord wordt nous gebruikt: het denken, verstand. En dat is van invloed op je daden.
Om dan ook te kunnen onderscheiden wat de wil van God is, namelijk de goede en welgevallige en volmaakte. Duidelijk komt hier het procesmatige en het alomvattende (opnieuw) naar voren. Ethiek is niet los verkrijgbaar.
Te laat
Waar de christelijke levenswandel en ethiek pas op de agenda komen als buitenstaanders lastige vragen gaan stellen, en de status quo onder spanning komt te staan, zijn we nieuwtestamentisch gesproken dus te laat van start gegaan. De gemeente is een leer- en levensgemeenschap, waar het nieuwe leven wordt geleefd en zichtbaar wordt. Hopelijk worden daarom nieuwkomers maar niet getrokken door missionaire preken, in de zin van: dat die woorden hen raken, maar vooral ook door het missionaire leven dat ze aantreffen. Zodat woord en daad ook hier samenvallen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's