De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Knecht van de Koning

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Knecht van de Koning

Meditatie: Jeremia 38:7-9

4 minuten leestijd

Wat zegt een naam? Soms niets en soms heel veel. In de Bijbel kan hij veel zeggen over de drager ervan. Ebed-mélech doet zijn naam alle eer aan. Zijn naam typeert treffend zijn levenshouding. Ebed-mélech is een knecht van de Koning.

'Als nu Ebed-Melech …'

Ebed-Melech is een neger die werkzaam is aan het koninklijk hof te Jeruzalem. Zijn collega en landgenoot uit Handelingen 8 is heel wat bekender. Ik bedoel de donkere kamerling van de koningin van Ethiopië, de Moorman, die naar Jeruzalem reisde om daar God te aanbidden. Een man die was gegrepen door de God van Israël en gefascineerd door die machtige profetenwoorden over de lijdende Knecht des Heeren, als een schaap ter slachting geleid (Jes. 53). De ware geloofsblijdschap brak bij hem door toen hij die Knecht mocht leren kennen als zijn Heere en Heiland.
Bijzonder om ook in het Oude Testament een Ethiopische kamerling te treffen, die net als zijn nieuwtestamentische collega de God van Israël wil dienen en die niet alleen een hoorder, maar ook een dader van het Woord van God blijkt te zijn. Jeremia 39:18 maakt duidelijk dat heel zijn optreden voortkomt uit vertrouwen op de Heere. Hij gelooft en dat komt uit.
Het geloof krijgt bij hem handen en voeten. In dat geloof gaat hij, de allochtoon, vele autochtonen voor. Wat is het doen en laten van deze relatieve buitenstaander beschamend voor de geboren Joden. Deze Moorman heeft oog voor de lijdende knecht van de Heere, de profeet Jeremia.

Nieuwe naam
Ebed-Melech is zijn naam, knecht van de koning, kamerling in Jeruzalem. Hij duikt hier op in de Bijbel. We weten niets van zijn voorgeschiedenis. Is hij geboren aan de boorden van de Nijl, diepweg in wat wij nu de Soedan of Ethiopië noemen? Of woonden zijn ouders al in Jeruzalem? We kunnen er alleen maar een slag naar slaan. Wel kunnen we vermoeden dat Ebed-Melech niet de naam is die hem door zijn ouders geschonken is. Daarvoor is die naam te Joods. Het is de naam waarmee hij, de zwarte man, in Israël is ingelijfd. Over integratie gesproken: een ander land, een andere identiteit, een andere naam. Zo gaat het ook toe in het Koninkrijk van God. Wie burger wordt van dat rijk en dienaar van de Koning der koningen krijgt een nieuwe naam: knecht van de Koning. Hoe is onze naam?
Ebed-Melech: de naam van deze hoveling is vast het gevolg van zijn werk. Hij dient de koning van Juda. Als buitenlander heeft hij verrassend genoeg toegang tot de koning zelf. En zo horen we hem pleiten voor die profeet in de put.

Opkomen
Deze vreemdeling kiest partij. Hij is niet bang om tegen de gangbare mening in te gaan. De algemene overtuiging was dat Jeremia staatsgevaarlijk bezig was met zijn preken over overgave aan Babel. Ebed-Melech loopt het gevaar van hetzelfde etiket te worden voorzien: partijganger van Babel. Toch neemt hij het vrijmoedig voor Jeremia op. Hoe kan dat? Door het geloof !
Ebed-Melech zou zo in het rijtje geloofshelden van Hebreeën 11 kunnen staan. Door het geloof bekommert hij zich niet om eventuele nadelige consequenties.
Wordt daarin het geloof niet zichtbaar als een totaal vertrouwen op God? Niet letten op eventuele gevolgen, maar gewoon opkomen voor rechtelozen en voor om Christus’ wil vervolgden.
Liever de moeite nemen om je te bekommeren over de mens in nood op je levenspad, dan voor het gemak om die hulpbehoevende heen kijken en lopen.
De keuze om te blijven staan en om te helpen, is geen vanzelfsprekende zaak. De Samaritaan doet het en de Afrikaan, de vreemdeling. God dienen naar Zijn Woord, dat maakt ons tot een vreemdeling. 'Wij zijn vervreemden door te luisteren naar Gods stem.' Dat maakt ons tot vreemdelingen op aarde, tot mensen die tegen de stroom in zwemmen en meer doen dan het gewone.

Niet slaafs
Ebed-Melech praat als knecht van de koning, de koning niet naar de mond. Hij volgt zijn heer niet slaafs. Op deze wijze gaat zijn naam echter pas echt schitteren.
Zo bewijst hij een knecht van de Koning te zijn, door het op te nemen voor Jeremia. Uit alles spreekt liefde tot het Woord en het gebod van de God van Israël. Hij vertrouwt op God en ontvangt de belofte van redding. Hij zal niet omkomen als Gods oordeel over Jeruzalem komt (Jer. 39:17, 18). Wie op de hoge God vertrouwt en vanuit dat geloof omziet naar zijn broeder of zuster in de modder, die mag terecht Ebed-Melech heten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Knecht van de Koning

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's