De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De groeten van Paulus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De groeten van Paulus

‘En laten we op elkaar acht geven’

5 minuten leestijd

Er zijn altijd gemeenteleden die de geslachtsregisters in de Bijbel bij het lezen na de maaltijd overslaan. Geldt dat ook de namen van hen aan wie Paulus aan het einde van een brief de groeten laat overbrengen?

Romeinen 16 is er een bekend voorbeeld van. Bijna zestien verzen lang verwoordt Paulus niet anders dan zijn groeten aan mensen over wie we niet heel veel weten: Amplias, Urbánus, Heródion, Narcissus, Rufus, Asynkritus, Flégon, Hermas, Pátrobas en anderen. Toch, er is wel degelijk een en ander te leren uit deze namenlijst. Het valt op hoe belangrijk Paulus het als apostel vindt dat hij medearbeiders heeft. Hij onderstreept op welke wijze diverse christenen in de Heere gearbeid hebben, veel voor de opbouw van de gemeente gedaan hebben. Hun namen mogen daarom genoemd worden, ook als we weten dat het niet om onze naam, inzet en talenten gaat en al hebben we uiteindelijk genoeg aan de wetenschap dat werk in Gods Koninkrijk dankzij Hem niet tevergeefs is.

Zendingsarbeider
De betekenis van deze persoonlijke aandacht ontdekte ik toen ik onlangs een zendingsarbeider sprak, die al enige jaren op een moeilijke post werkzaam is. De band met het thuisfront en de gebeden van velen bleken een voortdurende stimulans om het vol te houden in de dienst van de zending. Immers, je bent uitgezonden námens anderen.
Om haar te bereiken, was ruim twee uur in een hobbelige bus noodzakelijk, een inspanning die ruimschoots de moeite waard bleek. Ze vertelde me hoe lang het geleden was dat ze bezoek ontvangen had, dat iemand zich de moeite getroost had om ter plekke kennis te komen nemen van haar werk. Deze woorden uit de mond van een bescheiden mens die eigen werk juist niet belangrijk acht, maar het meeleven als bemoedigend ervoer, zetten me aan het denken. Elkaar de groeten komen brengen namens anderen – het is een waardevol onderdeel van het christenleven.

Moeilijke posten
Moeten we meer ervaren op een moeilijke post te staan, om concreet meeleven van broeders en zusters te waarderen? Wie een gemeente in een andere cultuur bezoekt, valt het op hoe groot de onderlinge betrokkenheid kan zijn. Een christelijke gemeente in de hoofdstad van een moslimland vroeg tijdens de eredienst ooit wie voor het eerst aanwezig is – zo kon je niet anoniem blijven – waarna de voorganger zijn blijdschap erover uitspreekt. En zij die tijdens de zomerperiode in Frankrijk de kerkdienst van de plaatselijke gemeente bijwonen, zullen meer dan eens gezien hebben dat in de kleine christelijke gemeenschappen Romeinen 16:6 letterlijk opgevat wordt, het elkaar groeten met een heilige kus.
In de cultuur van het oosten was de ‘heilige kus’ – onderscheiden van de verraderskus waaraan de naam van Judas verbonden is – geen onbekend verschijnsel. Als Jezus in Lukas 7 door een zondares gezalfd wordt, zegt Hij tegen Simon, Zijn gastheer: ‘U hebt Mij geen kus gegeven, maar vanaf het moment dat zij binnengekomen is, heeft zij niet opgehouden Mijn voeten te kussen.’ Vrienden en gasten werden met een kus begroet, wat niet alleen als onderstreping van verbondenheid ervaren werd. Het was wat de omgang tussen heer en slaaf betreft ook een teken van principiële gelijkheid in de gemeente. In ieder geval, op deze wijze werd onderstreept dat er niets tussen de gemeenteleden kon staan, maar ze verbonden zijn in het geloof in Christus.

In vervolging
Hoe belangrijk het ontvangen van de groeten zijn, leren we ook van de vervolgde kerk. Christenen in de verdrukking houden het mede vol dankzij de voorbede van anderen. Ze ervaren het als troostvol dat hun situatie bij anderen bekend is. En elke kaart die de gevangenisdeur passeert, is voor hen een bewijs dat God aan hen denkt.
Daarom zijn allerlei schrijfacties van veel groter belang dan we als verzenders van post zelf wellicht vermoeden. Dat geldt ook voor de kaarten die op initiatief van veel diaconieën naar gevangenen gestuurd worden. Wie heeft in eenzaamheid of lijden geen teken nodig dat anderen aan jou denken? Zo mag de oproep uit Hebreeën 10 heel breed opgevat worden: ‘En laten we op elkaar acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.’
Aan het slot van 1 Korinthe 16 brengt Paulus niet alleen persoonlijke groeten. ‘U groeten de gemeenten van Azië, ’ voegt hij toe.
Ook gemeenten hebben die onderlinge betrokkenheid nodig, om te weten dat er buiten hun directe blikveld eveneens volgelingen van Jezus zijn, die in een heel andere context het evangelie belijden. We zijn niet alleen verbonden met het godvrezende voorgeslacht, maar ook met christenen die in andere delen van de wereld Zijn gemeente vormen. Opdat we bemoedigd en aangespoord worden door wat God elders doet.

Laatste waarschuwing
De ervaren verbondenheid waaraan Paulus met zijn groeten uiting geeft, is echter niet zomaar een teken van meeleven. Altijd geeft hij zijn ‘ansichtkaart’ de zegen en de ernst van het evangelie mee: ‘U groeten zeer in de Heere …’ Zijn meeleven met mensen laat hij aan het einde van de Korinthebrief vergezeld gaan van een laatste waarschuwing: ‘Indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking; Maranatha!’, waarna hij de gemeente de genade van Christus toewenst. Wie de ander in Christus groet, beleeft de gemeenschap der heiligen, die de kerk elke zondag belijdt. Blijkens zijn bezoeken aan Lazarus en zijn twee zussen had Jezus Zelf die onderlinge verbondenheid ook nodig. Op elkaar gericht zijn – het is een sleutelbegrip in het Nieuwe Testament.

Bemoedigen
Bemoedigen van de ander is een bijbels roeping. We mogen erop gericht zijn als we in deze vakantietijd andere christenen ontmoeten. De manier waarop we dat doen, verraadt hoe we zelf in het leven staan. Paulus komt aan het einde van een brief niet met een vlotte uitroep of een oppeppende slogan, waarvan hij weet dat niemand daarmee geholpen is.
In de Bijbel is bemoedigen niet anders dan elkaar bij de waarheid van het evangelie roepen en in die dienst naast elkaar gaan staan. Dan zien we tegelijk op de toekomst, omdat we vertrouwen ‘dat Hij die in u een goed werk begonnen heeft dat voleindigen zal tot op de dag van Jezus Christus’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De groeten van Paulus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's