De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet voor elk kind plaats

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet voor elk kind plaats

Scholen moeten passend onderwijs bieden

6 minuten leestijd

Hoe groter de leer- of gedragsproblemen van een kind, hoe moeilijker om zelf een school te kiezen. Alle kinderen uit de gemeente gaan naar dezelfde school met de Bijbel, maar voor het moeilijke kind blijft de deur dicht.

Nederland kent als gevolg van de internationale verklaring van Salamanca (1978, zie kader) de zogenaamde Weer Samen Naar School-projecten, waarbij de ouderwetse LOM en MLK scholen zijn samengevoegd tot speciaal basisonderwijs. Met meer of minder succes zijn regionaal samenwerkingsvormen opgezet, waarbij collega’s van elkaar leren en er meer leerlingen binnen het regulier onderwijs in het eigen dorp of de eigen wijk onderwijs ontvangen.
Het speciale onderwijs voor met name leerlingen met beperkingen op visueel, auditief of gedragsmatig gebied is blijven voortbestaan en in de samenwerking met deze onderwijsvormen ondervinden we nu de meeste problemen. Want wie is er verantwoordelijk voor een kind dat niet op de basisschool kan blijven en niet kan geplaatst worden binnen het speciaal onderwijs, omdat er geen plaats is of de problematiek te groot? Binnen de nieuwe wetgeving wordt dat de basisschool waar ouders hun kind aanmelden.

Identiteit
De meest verregaande vorm van integratie heet inclusief onderwijs. Binnen inclusieve scholen worden nagenoeg alle leerlingen geplaatst, in tegenstelling tot exclusieve scholen, die niet over bepaalde grenzen heen gaan en verwijzen binnen bestaande systemen. De nieuwe wetgeving verplicht niet tot inclusief onderwijs, ze eist van scholen wel dat aan ouders wordt duidelijk gemaakt of de leerling wordt geplaatst. Wordt er een negatief besluit genomen, dan dient dat te worden verantwoord en bovendien een plaats elders gerealiseerd te zijn. Spannend is in welke mate onze identiteit een rol speelt bij het ontwikkelen van beleid rond dit onderwerp.
Identiteit is nog steeds een belangrijk uitgangspunt voor de schoolkeuze. Toch is deze mogelijkheid niet voor alle ouders weggelegd.
Naarmate een kind grotere problemen kent, wordt onderwijs naar keuze moeilijker en in sommige gevallen onmogelijk. Dat heeft mij altijd diep geraakt. Wat voor de meeste ouders een automatisch gegeven is, blijkt niet voor alle ouders weggelegd.
Het is ingrijpend als je kind problemen heeft, bijvoorbeeld op het gebied van gedrag. Zeker zo ingrijpend is het als je geen passend onderwijs kunt vinden overeenkomstig de doopbelofte. De school van jouw keuze, waar alle kinderen van de kerkelijke gemeente naartoe gaan, ziet het niet zitten en het uiteindelijke alternatief is soms alleen een openbare school. Met pijn in het hart brengen ouders uiteindelijk hun kind naar deze school.

Stichters
We zijn eraan gewend geraakt dat we kinderen gescheiden onderwijs geven en we geloven zelfs dat dit voor alle partijen beter is. Maar wat moet ik binnen dat gegeven met mijn identiteit? In onze schoolgidsen schrijven we dat ieder kind ‘uniek’ is, maar we bedoelen eigenlijk niet dat we er niet voor alle kinderen kunnen zijn?
Een veelgehoorde tegenwerping is dat we daar in het onderwijs onvoldoende middelen voor krijgen. Maar laten we dan eens teruggaan naar de stichters van de christelijke scholen. Hoe was het met hen gesteld? Hadden zij de middelen wel? Nee, zij hadden slechts de overtuiging dat wat zij deden een opdracht van de Heere was, die voortkwam uit de doopbelofte. Dat was hun motivatie en ze geloofden dat ze met hulp van de Heere God hun doel konden bereiken. Hun strijd heeft opgeleverd dat onze kinderen nog steeds christelijk onderwijs kunnen ontvangen. In de Bijbel lezen we in de vier evangeliën over de Heere Jezus die rondreisde op aarde en onderwijs gaf aan vele mensen, met en zonder beperkingen, zonder onderscheid. In Zijn onderwijs zagen we Zijn bewogenheid met alle mensen. In Zijn lesstof gaf Hij voorbeelden die vandaag de dag nog sprekend zijn. In de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan treffen we drie mensen die op weg naar Jeruzalem een hulpbehoevende man tegenkomen. De eerste twee willen zich niet bekommeren om de arme man, de derde verstaat zijn opdracht en doet alles wat in zijn vermogen ligt om te helpen als eerstverantwoordelijke. Is dat een les voor ons?

Zaak van het hart
Een vraag van geheel andere orde is natuurlijk of opvang van leerlingen met een beperking binnen reguliere scholen voor het kind wel zo goed is. Wordt de leerling er gelukkig? Dat is een lastige vraag om in zijn algemeenheid te beantwoorden. Veel hangt af van de instelling van de leerkracht en het klimaat op school. Zijn we bereid om ook met deze moeilijke leerling een relatie aan te gaan en worden we hierin gesteund door de andere collega’s? Dat is allereerst een zaak van het hart. Mag ik ook aan deze kinderen onderwijs geven? Kan ik mijn gaven en talenten ook in dienst stellen van de kinderen met beperkingen, die het vaak al zo moeilijk hebben?

Tegengas
Nog anders wordt het wanneer ouders van (toekomstige) klasgenoten tegengas geven, omdat ze bang zijn dat hun kind tekort komt. De juf en meester zijn zo druk met ‘die andere kinderen’, komen ze nog wel toe aan mijn zoon of dochter? Een begrijpelijke vraag, maar tegelijk een vraag gesteld in een tijdperk waarin het ik erg centraal staat. Op voorhand wordt de kritiek gesteld, waarmee eigenlijk wordt aangegeven geen vertrouwen in de meester of de juf te hebben. Dat is jammer. Het gesprek zou toch eigenlijk moeten gaan over een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor al onze kinderen. Daarbij mag de kwaliteit van onderwijs natuurlijk nooit in het geding zijn.
In januari was ik met collega’s van de Goede Herderschool uit Wezep op een klein openbaar schooltje in Zwiggelte (Drenthe). Kort daarvoor was er een leerling ingeschreven met een verstandelijke beperking. De leerling was niet zindelijk en de directeur stelde dat dit toch echt te ver ging en wilde de leerling eigenlijk niet plaatsen. Ouders kwamen daartegen echter spontaan in opstand en leverden de directeur een rooster aan van beschikbare oproepkrachten die gebeld konden worden als de betreffende leerling verschoond moest worden. Ik werd er stil van en dacht terug aan de felle en verhitte discussies op scholen van gereformeerde signatuur, waar ouders stelden dat ‘die kinderen hier niet horen’.

Kerkelijke gemeente
Als we hierover gesprekken voeren, betrekken we daar dan ook de kerkelijke gemeente bij? Hoe welkom zijn gemeenteleden met een beperking? Zijn ze opgenomen in het verenigingsleven, de clubs en de catechese? Of zijn ze ‘verstopt’ en komen we hen maar nauwelijks tegen? Kunnen we voldoen aan onze plicht met een enkele aangepaste dienst per jaar en besteden we er verder geen aandacht aan? Was het Jezus niet die zei: ‘Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet.’
Het zou goed zijn als school en christelijke gemeente het gesprek over dit onderwerp zouden aangaan. Onze scholen moeten passend onderwijs bieden, maar moeten we dat als kerkelijke gemeente niet ook doen? Ik hoop dat de discussies dan mogen leiden tot oplossingen voor ouders die vanuit hun hart ook voor hun kind identiteitsgebonden onderwijs zoeken maar daar nu geen mogelijkheden voor hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Niet voor elk kind plaats

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's