Hoop op God
Meditatie: Psalm 62:1, 131:2
Psalm 62 bevindt zich bepaald niet in een ongezochte of onbezochte hoek van het psalmenland. Wij grijpen naar dit lied in dagen van rouw, ziekten en zorgen, geestelijke aanvechting en innerlijke strijd.
'Immers is mijn ziel stil tot God.'
'Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder!'
De 62e is niet de enige psalm van de stilte in dit boek dat ons zo lief is. Ter vergelijking zet ik er een andere, Psalm 131, naast, waarin de stilte evenzeer markant aanwezig is. Daarin belijdt de dichter dat hij zijn ziel heeft ‘gezet en stil gehouden als een gespeend kind bij zijn moeder’. Tegelijkertijd is 131 een tegenhanger van 62. Voor wie het leven met God geen vreemd ding is, moet het een stille vreugde zijn deze twee in het psalmboek aan te treffen. Medicijn en troost worden ons ruimschoots erin aangereikt. Bij nader inzien ontdekken wij dat de hoop op God het alles overkoepelende element is in het duo van 62 en 131. Wie kan het zonder de hoop op God uithouden? Zij is de voedingsbodem waaruit deze liederen leven, waaruit de dichters, mensen van vlees en bloed als wij, hun leven ontvangen. Dat is het waarachtige leven, het enige dat die naam dragen mag. Daarbuiten is het land van de schaduw van de dood, de woestijn, de bittere eenzaamheid.
Sprong
Het valt niet mee om de zalige verleiding te weerstaan nog meer psalmen in deze overdenking te betrekken. Indien ons leven echter resoneert tegen de klankbodem van heel het psalmboek, is die beperking geen probleem. Alle andere zingen immers mee? Juist in de hoop op God vinden wij de ‘sprong’ van deze oude liederen. Zij worden op die manier in de praktijk van het aardse bestaan onze levensliederen. Gedicht, gezongen, gekermd bij tijden, gekerfd in onze ziel. En dan ook ‘opgezongen’ tot voor het aangezicht van God, van die God voor wiens oog en oor ons leven zich voltrekt.
Als ons hart stil wordt tot God, zit daarin de sprong: het keert zich tot God. Die toekeer is er namelijk in het afkeren van onszelf en van de duizend en een dingen die ons kunnen benauwen. Juist daarin dient zich uiteindelijk de rust aan die in Psalm 131 wordt gekarakteriseerd met dat prachtige beeld van een kind dat al wat afgewend is van moeders borst.
Vlucht
Andere psalmen – ik kan de verleiding niet weerstaan! – spreken dan van het neerbuigen van onze ziel onder alles wat er aan last op ligt, van onrust, terwijl wij niettemin ons uitstrekken naar de levende God. Dat is stil zijn. Een opmerkelijke uitdrukking, omdat er tegelijkertijd zoveel in mee zindert dat uiteindelijk toch in God tot rust komt. Dat is een zuivere paradox. Echt geloofsleven grossiert daar bij tijden in, eigenlijk in zekere zin ook continu. Zo wordt rusten en stil zijn toch een werkwoord. Het beeld van Psalm 62 is dat van de wending te midden van de crisis. Dat is geen keuze, want zij vloeit voort uit het verkozen zijn om de stem van God te horen. Het is daarom veel meer de vlucht tot God, het roepen uit de diepte als antwoord op het spreken van God. Dat haalt deze psalm weg uit de sferen van goedkope stichtelijkheid en oppervlakkige vroomheid, van de verdovende injectie en lege godsdienstigheid.
Het is als waaien de zuidenwinden van het nieuwtestamentisch getuigenis aan. Ik denk aan Paulus, als hij schrijft aan Kolosse dat zij (en wij!) met Christus in de hemel zijn gezet waar ons leven met Hem verborgen is in God, als een kostbare schat in de kluizen van de hemel. Daarom is geloven in diepste zin stil zijn. Als een gespeend kind. Dat kind groeit op, maar groeit daarin ook op een bepaalde manier van zijn moeder af. De crises in ons leven willen ons leiden naar een zekere volwassenheid, waarin de genade van God in Jezus Christus voor ons niet afhangt van ons gevoel, maar geloofd en gekend wordt in het spreken van God tot ons door Zijn Woord. Zou dat niet behoren tot het opwassen in de genade en kennis van Christus?
Onverlet blijft daarbij het grote verlangen om nabij God te zijn en zó stil tot Hem. Wij leren stil te geloven, bidden zonder te dwingen, geloven zonder dadelijk te willen zien, hopen zonder meteen te krijgen, lief te hebben al worden niet alle wensen vervuld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's