De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meeleven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meeleven

6 minuten leestijd

Hoe ga je met elkaar om in dagen van ziekte, van rouw en verdriet? Dat blijkt in de praktijk soms minder eenvoudig dan het lijkt. Ernstig zieken klagen soms dat ze voorheen een brede kring vrienden en kennissen hadden, maar dat er na de fatale uitslag inclusief de gevolgen, slechts een gering aantal werkelijk meelevenden overbleef. Mensen blijken moeite te hebben met narigheid om te gaan. Ze mijden de confrontatie met lijden en verdriet. Bewaren afstand als nabijheid zo gewenst is.
Maar als je blijft meeleven met je medemens in nood, hoe doe je dat dan? Wat doe je wel en wat zeg je niet? In De Wekker, orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, was afgelopen juni een korte reeks artikelen te lezen over verschillende vormen van depressiviteit en de herkenning van depressiviteit. Een bijdrage (12 juni) stelde de vraag aan de orde hoe je moet omgaan met iemand in je omgeving die lijdt aan depressiviteit. Ik citeer de volgende tips:
• Probeer de depressie niet ‘weg te praten’. Het werkt averechts als u iemand probeert op te vrolijken (‘kijk eens naar alle goede dingen die God je geeft, gezonde kinderen, een lieve man/vrouw’).
• Geef geen adviezen of tips. Wel is het van belang om naar de ander te luisteren. En dat is moeilijker dan u denkt. Voor u het weet heeft u de neiging om een goedbedoeld advies te geven. Het gaat er bij luisteren om dat u uw primaire reactie even achterhoudt en voor uzelf nagaat wat de ander bedoelt. Als u dat niet duidelijk is dan is het van belang na te vragen of u de ander goed begrepen hebt. Begrip tonen en luisteren zijn erg belangrijk voor mensen met psychische problemen.
• Trouw zijn in het bezoeken van de ander is een ander belangrijk punt. Daarbij is het belangrijk om te bedenken dat een kort bezoek te overwegen valt. Een lang bezoek kan de ander en u uitputten. Beter om wat vaker kort een bezoek te brengen. Ook is het belangrijk te bedenken dat u bij uw bezoek, of uw telefoontje, niet altijd direct een positieve reactie krijgt. Dat hoort bij de ziekte die depressiviteit heet. De ervaring leert dat mensen als zij uit de depressie zijn gekomen goede herinneringen hebben aan een bezoek, terwijl de bezoeker soms het gevoel had niet welkom te zijn. U kunt overwegen om ook anderen aan te moedigen een bezoek te brengen. Soms kan het best zwaar zijn. Overleg met de betrokkene is dan wel gewenst!
• Het kan goed zijn om gewoon met de ander een boodschap te doen of een eindje te gaan wandelen. Gewoon maar doen.
• Het kan erg helpen om praktische ondersteuning te bieden, misschien vanuit de wijkkring. Iemand die depressief is, heeft vaak moeite met het doen van de huishouding of het doen van de was.

In het Christelijk Weekblad, zogeheten nieuws- en opinieblad voor gelovig Nederland (26 juni), vertelt vaste medewerkster mevr. Margriet van der Kooi wat haar recent overkwam. Ze viel heel ongelukkig in haar eigen woning, liep drie fracturen op en moest zes weken thuis op de bank zitten.
Ze schrijft erover in haar column voor genoemd weekblad onder het opschrift Inleven. Ze werkt in een ziekenhuis in de pastorale dienst, maar moest nu zelf ervaren wat het is om ziek te zijn. Ze hoorde om zich heen wat in zo’n situatie veelal gezegd wordt: Goed dat je nu zelf ook eens voelt wat de mensen meemaken die je altijd bezoekt. Ze vraagt zich af: Is dat inderdaad zo? Is dat goed?
Ik weet het niet. Als het waar is dat je elkaar pas kunt verstaan als je zelf hebt meegemaakt wat de ander meemaakt, is dat een droeve boodschap. En als dat waar zou zijn, is die waarheid nog droever dan we denken; dan zal niemand iets kunnen voelen van wat een ander mens voelt, want mijn pijn om mijn val, om mijn verliezen, om mijn kind, om mijn tekorten, om mijn teleurstellingen en mijn vreugdes zijn nooit de jouwe. Want ik beleef mijn pijn en mijn vreugde altijd in de context van de rest van mijn levensverhaal, ervaringen. “Ze denkt dat ze mijn rouw begrijpt omdat ze zelf haar man verloren heeft”, bitste iemand een keer. “Maar haar huwelijk was het mijne niet, en haar man was een andere dan de mijne.”
Zo is het, en in die zin is elk mens eenzaam. Die werkelijkheid is de moeilijkste van alle werkelijkheden, we willen er niet aan. Begrijpen we dus nooit iets van elkaar, of elkaars verdriet of vreugde? Be-grijpen en “vatten” zijn niet zulke geweldige woorden voor het onderling mensenverkeer. De woorden zelf suggereren het al: alsof het zou gaan om het grijpen, vatten van de ander. Dat kunnen we niet, en we moeten het niet willen kunnen. Ik pleit ervoor om maar heel voorzichtig te zijn met zinnetjes als: ‘Ik be-grijp je ‘ of nog erger ‘O, ik be-grijp je helemaal.’ Hoezo denk je dat je de ander helemaal be-grijpen kunt? We zijn God niet! Vaak voelen we onbehagen bij zo’n gemakkelijk uitgesproken woord. Alsof je elkaar moet geruststellen, of jezelf: zo eenzaam zijn we heus niet hoor. Laten we eens aan de andere kant beginnen: ‘Nee, be-grijpen, vatten kan ik niet alles, want jij bent uniek in jouw soort, ik weet ook niet wat er allemaal meezingt of dendert in jouw ziel. Maar ik kan wel proberen goed te luisteren, en te zoeken naar het juiste woord, en vanuit mijn eigen ervaring van verlies of pijn of van vreugde, met aandacht zoeken naar een woord dat past.’ Want dat was ook de ervaring van zes weken op de bank. Bezoek, veel bezoek. Er kwamen mensen die weinig en die veel hadden meegemaakt, lichamelijk gekwelde, gezonden. Je zou verwachten dat de beste bezoeken gebracht werden door degenen ‘die ook al eens zoiets hebben meegemaakt’. Dat was helemaal niet zo. Wat de meesten van hen deden: mij inpakken in hun ervaring. Ze wisten wat ik voelde. Ze lepelden het ene trapgatverhaal na het andere voor me op. Ze gaven adviezen. Ik werd er radeloos van.
En ook: er kwam een ziekenhuisvriendin. Ze luisterde. Zei af en toe een woord. Weken later hoorde ik dat ze in die dagen een spannende uitslag verwachtte: wel of niet kanker. Er kwamen kerkvriendinnen. Zij brachten orde in de dreigende chaos van ons huishouden. Zij verschoonden de bedden, maakten mijn koelkast schoon en hielden het gezellig. Zij brachten ovenschotels, wekenlang. Ze brachten orde en troost. Het luisterde nauw, troost rondom het lijf.
Duidelijk zijn de lessen die we moeten leren in de omgang met zieken en bedroefden: trouw zijn, niet te veel praten en preken. Of laat ik het nog maar weer eens Judith Herzberg laten zeggen in dat bekende gedicht van haar uit de bundel Beemdgras. ‘Ziekenbezoek’ staat erboven.

Mijn vader had een uur lang zitten zwijgen bij mijn bed.
Toen hij zijn hoed had opgezet
zei ik,  nu, dit gesprek is makkelijk te resumeren.
Nee, zei hij, nee toch niet,
je moet het maar eens proberen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Meeleven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's