De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

De vorig jaar overleden A.J. (Bert) Klei was jarenlang ‘stukjesschrijver’, zoals hij zichzelf typeerde, in Trouw. Klei schreef echter ook precies honderd stukjes voor Kerkinformatie. Het Historisch Tijdschrift GKN gaf een nummer uit met een selectie van deze publicaties. Hier volgen twee fragmenten over de Amsterdamse Keizersgrachtkerk.

• Mijn eerste hospita in Amsterdam was gereformeerd – en niet zo’n klein beetje ook! Toen ik de door haar aangeboden kamer kwam bekijken, hield ze me voor dat ik, indien ik mijn intrek bij haar zou nemen, het enorme voorrecht zou genieten van bij de Keizersgrachtkerk te horen. Oh …, antwoordde ik schaapachtig, want het zei me niets. Daarop legde zij uit dat de Keizersgrachtkerk het bedehuis was van de gereformeerde deftigheid en verlekkerd somde zij op wie ik er allemaal zou kunnen waarnemen: professor Waterink, de advocaat Schut, notaris Tamboer …
Bij mijn eerste gang naar de Keizersgrachtkerk keek ik bewonderend omhoog naar de druk-bewerkte gevel. (…) Van de mij beloofde notabelen herkende ik alleen professor Waterink. Hij zat achterin en hield zijn hoed op tegen de tocht, totdat de dienst begon.

Verder ben ik me ervan bewust dat de Keizersgrachtkerk in Amsterdam de wieg van de gereformeerde kerken is. Hier verenigden zich in 1892 de dolerenden met een deel der afgescheidenen tot: De Gereformeerde Kerken in Nederland. De Keizersgrachtkerk is ook de eerste kerk die de dolerenden in Amsterdam na hun uittocht uit de hervormde kerk (die de dolerenden geen enkel kerkgebouw wenste af te staan) lieten bouwen. De Keizersgrachtkerk is dus het aangewezen gebouw om het eeuwfeest van de Doleantie te vieren en dit zal op 18 april (1986) dan ook daar gebeuren.
Een typisch gereformeerde kerk dus, knort nu iemand tevreden. Ho!, dit is ernaast. De gereformeerde kerken hebben welbeschouwd in een ongereformeerde wieg gelegen, want Abraham Kuyper, die zich intens met het tot stand komen van de Keizersgrachtkerk bemoeide, heeft bevorderd dat een niet-gereformeerde architect deze kerk ontwierp. Heel merkwaardig eigenlijk, want alle dolerende kerken werden ontworpen door mannen ‘uit eigen kring’. (…)
Bouwer van de Keizersgrachtkerk werd ten slotte de architect G.B. Salm, die samen met zijn zoon A. Salm het door Kuyper en de zijnen aanvaarde ontwerp tekende. De Salms kwamen niet ‘uit eigen kring’, zij waren doopsgezind en later heeft Salm jr. in Amsterdam-Oost een doopsgezinde kerk neergezet. Je hebt in de vorige eeuw in Amsterdam twee keer een uittocht uit de hervormde kerk gehad. In 1877 scheidden de uiterst vrijzinnige gebroeders Hugenholtz, beiden predikant, zich af en stichtten de Vrije Gemeente (waar om te beginnen de sacramenten werden afgeschaft). In 1886 kreeg je het vertrek van orthodoxen: de Doleantie. (Noot van de redactie van het Historisch Tijdschrift: ‘Klei gaat in dit verband voorbij aan het ontstaan van de Christelijke Afgescheiden Gemeente te Amsterdam in 1853’).
Treffend is dat G.B. Salm, die voor de Vrije Gemeente een kerkgebouw aan de Weteringschans ontwierp, dat thans als Paradiso door het leven gaat, nu ook voor de tweede groep uitgetredenen, de dolerenden, een kerk mocht bouwen. Kuyper heeft er het nodige over te horen gekregen dat hij een niet gereformeerde architect genomen had, maar deze gereformeerde leidsman wist, als ik het zo mag zeggen, aan elk hemdje wel een mouw te breien en hij schreef in een artikel in De Heraut:

‘Zoo hoog stond de zin voor het schoone onder Israël, dat toen Salomo zijn Tempel moest bouwen en er in heel Israël geen architect was, die dit ‘schoon’ doen kon, Salomo niet zei: ‘Dan moet het maar zoo gebrekkig weg, doch in elk geval moet een Jood het doen.’ Neen, maar dat hij zond naar het Heidenland, om daar in Hiram een man te vinden, die het wèl naar eisch van schoonheid en kunst kon doen en door dien Heidenschen bouwmeester liet hij ’s Heeren Tempel bouwen’.
Later is dit artikel en dus ook deze passage terecht gekomen in het boek ‘Onze Eeredienst’, het werd het eerste van vier paragrafen over ‘Schoonheidseisch’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's