De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vooroordelen ontkrachten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vooroordelen ontkrachten

Weerbaar christen zijn nu [2]

7 minuten leestijd

Onze situatie is niet dezelfde als die van de christenen in de Vroege Kerk. Toch kunnen we veel van hen leren als het gaat om de verdediging van het christelijk geloof.

Hoe gingen christenen in de eerste eeuwen om met de veelsoortige kritiek die Joden en heidenen, filosofen en stadhouders op hun geloof uitoefenden? Om te beginnen probeerde de Vroege Kerk alle vooroordelen te weerleggen die bij de heidenen tegen de christenen leefden.
In de begintijd, toen het christendom nog onbekend was, was er bijvoorbeeld geregeld de beschuldiging van kannibalisme. Vanuit een vaag gehoord hebben over het avondmaal, waar het lichaam van Jezus wordt ontvangen en gegeten. Ook was er de beschuldiging van incest, vanwege het opmerken van de grote broeder- en zusterliefde onder de christenen. Verder werd christenen atheïsme verweten, omdat ze beelden geen eer wilden toebrengen.
Iemand als Justinus, een bekeerde filosoof uit begin tweede eeuw, geeft dan een apologie uit. Hij richt zich tot de keizer, om te laten zien hoe al die geruchten en kritiek nergens op gebaseerd zijn. Hij vertelt eenvoudig hoe een kerkdienst verloopt, wat de doop is en het avondmaal, om zo door de feiten de kritiek op de christenen te weerleggen. Al richt hij zijn geschrift aan de keizer, het werk zal zeker gebruikt zijn om ook medeburgers meer licht op het christelijk geloof te geven.

Vooroordelen wegnemen
Iemand als Tertullianus doet het wat later ook. Maar hij was een jurist en benadrukt vooral het onredelijke en onrechtvaardige om mensen die rechtvaardig en goed leven te vervolgen en te dwingen tot een andere levenswijze.
Nog weer anders is Augustinus, als Rome valt en de beschuldiging klinkt dat het komt door het loslaten van de heidense goden. De kritiek klinkt dat dit heeft kunnen gebeuren, omdat de God van de christenen eenvoudig te zwak is om zo’n wereldstad te verdedigen. Dan schrijft Augustinus zijn grote en machtige werk: De stad Gods. Hij loopt er alle beschuldigingen in langs en weerspreekt ze op grond van deugdelijke historische feiten. Vervolgens geeft hij daar tegenover een verklaring vanuit het christelijk geloof waarom God kan toelaten dat de stad Rome is gevallen.
Al is Augustinus verreweg de grootste van deze drie, toch zien we bij alle drie hetzelfde: proberen vooroordelen weg te nemen, kritiek op het geloof te weerleggen en de gebeurtenissen in de wereld in het licht van Christus plaatsen.

Niet schouders ophalen
Deze drie leidsmannen uit de Vroege Kerk zeiden dus niet: laat de wereld maar praten, wij gaan onze eigen weg. Nee, ze hadden contact met de wereld om hen heen, hoorden de kritiek en worstelden ermee om er vanuit Christus een antwoord op te kunnen geven.
Zij richtten zich meer dan eens op de keizer en de overheid, omdat die het openbare leven toen beheersten. In onze tijd moeten we naast de overheid dan natuurlijk vooral de media noemen, omdat die in onze tijd de samenleving sterk beïnvloeden. Wij hebben in onze tijd ook sterk te maken met vooroordelen tegen het christendom. Het zou huichelachtig zijn, de moraal zou je je vrijheid ontnemen, je moet je verstand ervoor stilzetten en je kunt niet echt wetenschappelijk zijn. De Vroege Kerk leert om over die vooroordelen niet de schouders op te halen, maar te proberen wegen te vinden om die vooroordelen te ontkrachten.

Overtuigd
Dat brengt me bij een tweede leerpunt vanuit de Vroege Kerk. Het is opvallend hoe overtuigd en zeker ieder christen in de Vroege Kerk van wie we apologetische literatuur hebben, spreekt. Ze staan in een machtig Romeins rijk, met zeer

Het belang van het verwoorden van het christelijk geloof staat centraal op de ambtsdragersvergaderingen die de Gereformeerde Bond op 1 en 8 september houdt. Zie de agenda op www.gereformeerdebond.nl

vele oude godsdiensten. Ze staan tegenover Joden die de oudheid van Mozes achter zich hebben. Ze hebben te maken met filosofenscholen die eeuwen van denken bezitten.
Maar al deze christenen treden vrijmoedig, vol zekerheid en overtuigdheid op en verdedigen tegenover de keizer, alle godsdiensten en filosofen dat het christelijk geloof de ware weg tot God is. Je zou bijna zeggen: ze zijn trots op hun geloof, op het christelijk geloof. Ze weten dat het het hoogste en rijkste van de wereld is, omdat het de toegang tot God geeft. Onlangs zei oud-eurocommissaris Bolkestein: ‘Veel christenen in Nederland zijn zo bloedloos.’ Er zit geen overtuiging, geen pit meer in. Ze staan er niet meer voor.
Maar zodra je een apologetisch werk uit de Vroege Kerk opslaat, adem je een krachtige, bezielde, immense overtuigdheid tegemoet. De reden ervan is duidelijk: deze mensen zijn overvloedig vervuld van de persoon van Christus als Zoon van God. De glorie, majesteit, rijkdom van Christus heeft hun hart en verstand verlicht en omvat. Ze hebben ontdekt dat Christus Gods eeuwige Zoon is en dat in Hem werkelijke openbaring van God is gegeven en werkelijke toegang tot God. Dat gaf hen tegenover het jodendom, tegenover heidense religies, tegenover de filosofenscholen een ongekende fierheid. In de goede zin van het woord zelfbewust, overtuigd, zeker.
Voor een juist verstaan van deze fierheid moeten we het onderscheid blijven zien van de houding tegenover God en tegenover de mensen. Tegenover God is een christen geroepen om nederig te zijn. Onder de mensen om overtuigd vanuit Christus te leven. Nederigheid en fierheid gaan dan geheel samen op.

Heilige levenswandel
Een derde leerpunt vanuit de Vroege Kerk is haar nadruk op de heilige levenswandel. Tegenover alle bestrijding en kritiek op het christelijk geloof wijzen de christenen op de hoge moraal en levenswijze van de christenen. Bekend is de uitroep in de brief aan Diognetus: wij christenen delen wel onze tafel, niet ons bed. In dat korte zinnetje ligt het typerende van de christelijke zede: de tafelgemeenschap benadrukt de onderlinge liefde, hulpbetoon, gastvrijheid. Het niet delen van het bed wijst op heiligheid, ingetogenheid, huwelijkstrouw, reinheid. Bij ons is soms de heiligheid aan reformatorischen toebedeeld, het getuigen aan evangelischen, het sociale aan moderneren. In de Vroege Kerk zijn strenge huwelijksmoraal en afwijzen van alternatieve relaties nauw verbonden met gastvrijheid, dienstbetoon, goede werken. Heiligheid en liefde als een eenheid. Dat gaf dat men van de christenen aan de ene kant zei: zie hoe lief ze elkaar hebben. En aan de andere kant: de christenen zijn vijand van het menselijk geslacht.
In de apologetiek beschrijven de christenen hoe rijk, heilig, zuiver en liefdevol hun moraal is. Als het ware met de oproep: wat kunt u hierop tegen hebben, hoe durft u hier minachting voor te koesteren? Waar vindt u groter heiligheid dan hier!

Feiten
Een vierde leerpunt is dat de vroege christenen in hun apologie wijzen op aanwezige feiten die het geloof ondersteunen. Tegenover Joden brengen ze bijvoorbeeld de oudtestamentische profetieën naar voren, zodat Joden vanuit de hen bekende feiten wellicht opening krijgen om zich in Christus te verdiepen.
Tegenover Jood en heiden onderstrepen ze dat Christus de Levende is door te wijzen op mensen die overal ter wereld de afgoden verlaten en Christus gaan dienen. In een Romeins rijk vol afgoden, met een kleine minderheid aan christenen, kwamen steeds meer mensen tot geloof. Hoe zou dat kunnen gebeuren als Christus slechts een mens was die gestorven was? Ook wijzen ze op de martelaren die zonder angst en zonder een ander kwaad te doen volledig bereid zijn om voor Christus te sterven. Ook wijst iemand als Augustinus op de wonderen die in naam van Jezus gebeuren. Hij acht dat zo belangrijk, dat hij er allerlei voorbeelden van geeft. Hij vindt dat een wonder beschreven moet worden en voorgelezen onder de christenen en bij anderen, om het zo wijder bekend te laten worden. Wonderen en gebedsverhoringen onderstrepen de kracht en genade van Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vooroordelen ontkrachten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's