De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wankelend leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wankelend leven

Meditatie: Psalm 62:1, Psalm 131:2

4 minuten leestijd

Naast overeenkomst tussen Psalm 62 en 131 is er ook verschil. De atmosfeer in de 131e is die van een stilte na de storm. In de 62e is sprake van stil zijn te midden van de woedende winden.

'Immers is mijn ziel stil tot God.'

'Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden (…)'

Wij komen onder de indruk van de bijkans serene rust in Psalm 131, de rust van een gespeend kind. Zo’n kind heeft een zekere vaardigheid gekregen of liever een gewenning waarin het moeder niet altijd per se in zijn buurt moet hebben. Hoe anders is het toneel van Psalm 62. Daar kraakt en stormt het, daar gaan de elementen geweldig tekeer. En uitgerekend daar middenin is de dichter stil tot God. Maar de stilte is de stilte van het geloof. Dat betekent dat wij gelukkig niet naar deze psalm moeten kijken en dan denken: was het bij mij maar zo rustig. Jawel, de tekst staat daar rustig in de Bijbel, maar het is geen boek om rustig naar te kijken of in te bladeren of heerlijk vroom bij te zitten spinnen. Wij staan niet in een boek. Wij staan in het leven. De Bijbel kent dat leven; de dichter ervaart het en – vooral – God weet ervan.

Ervaring
Leven, dat is ook ervaring. Daarmee doel ik erop dat ons bestaan vaak zo haaks staat op het Woord. Dat wij veelal het tegenovergestelde zien en ervaren. Terwijl de belofte van God zo vast is, twijfelen wij. Terwijl het gebod van God klaar en helder is, vallen wij in zonden. Terwijl het Woord zo vol eeuwige wijsheid is en vol van praktische zin, doen wij zulke dwaze dingen. Sterker nog: wij zíjn zo dwaas. Daar zijn geen woorden voor. Al met al is het geen kleinigheid om in dit leven te verkeren. Nog afgezien van het feit dat het uitnemendste ervan moeite en verdriet is en dat het snel wordt afgesneden.
Dan nijpt de vraag hoe dat moet en hoe wij ook iets kunnen leren van dat stil zijn tot God en er iets aan kunnen hebben. Hoe kom ik toch in dat hoog vertrek van dit oude lied? Hoe zal mijn ziel zich toch niet langer neerbuigen maar hopen op God?

Chaos
Onze psalm kent die moeilijkheden. Dat wordt ons duidelijk als wij letten op de structuur van dit lied. Allereerst het toonaangevend begin. ‘Stil is mijn ziel tot God. Toch! Hij is mijn Heil. Mijn Rots. Mijn hoog Vertrek.’ Een burcht, stoer en sterk en onverzettelijk. De woorden ademen dat uit. Zo vast, zo eeuwig vast staat God, mijn Rotssteen. Maar dan. ‘Hoe lang zullen jullie, mijn vijanden, nog op één mens losstormen, als op een hellende wand en een muur die op instorten staat?’ Want dat is David zelf. Het Woord van God staat zo vast en toch wankelt David. Hoe vaak is leven niet gelijk aan vallen, dreigen omgestoten te worden. Een aangrijpend contrast. Ik vrees dat het één puinhoop wordt, dat bestaan van mij. Alles en ieder is rond David op de been om hem in het stof te laten bijten.Daar is die wonderlijke actualiteit en gelijktijdigheid van het psalmboek. Wij staan er zelf ook in, het gaat in David ons aan. Zo vaak zijn wij als bladeren in de herfststorm, een grootscheepse chaos, waarin alles overhoop ligt en wij ons zo eindeloos eenzaam kunnen voelen.

Hunkerend heimwee
Het ergste? Dit: dat God, om zo te zeggen in het oude boek blijft en dat de Bijbel slechts een verzameling teksten lijkt waaruit moeilijke vertroosters van allerlei over ons uitstorten. Dat de mooiste psalmen en de liefelijkste liederen woorden blijven die niet willen hechten. Dat er niets meer van klopt. Dat toch het heimwee hunkert en de dorst ons schroeit. Wáár is God? Wáár is de stilte tot Hem? Heere, hoe lang en wanneer? Waar blijft het antwoord? Het tegenwoord van omhoog, desnoods ‘uit het onweder’. Heere, kent U mij? Ik moet sterven als Gij niet spreekt.

Is deze overdenking onaf ? Ja! God zij dank! Wacht, wij zullen er meer van horen.

A. Beens

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wankelend leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's