De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het kind centraal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het kind centraal

Bijbel plaatst kleinen niet op voetstuk

8 minuten leestijd

Nogal wat kinderen groeien vandaag op als prinsen en prinsessen. Niets mag hen ontbreken. Bedoelt Jezus dat ook als Hij het kind centraal stelt?

Meer dan vijfhonderd maal wordt in de Bijbel over kinderen gesproken. Ongeveer de helft daarvan in letterlijke zin. De andere keren in figuurlijke zin. Dan wordt het kind ten voorbeeld gesteld. Wat betreft dit metaforisch spreken gaat het ook in de Heilige Schrift om de vraag waar de vergelijking precies betrekking op heeft. Wanneer in de Psalmen wordt gezegd dat de Heere een Rots is, begrijpt iedereen dat het gaat om de dragende trouw en niet om de hardheid of de kleur van de rots. Zo eenvoudig is het met beeldspraak niet altijd. Waarin zit in de Bijbel het voorbeeldige van het kind? We zijn geneigd om te denken aan het onschuldige, het nog onbeschreven blad zijn, het spontane en de eerlijkheid van een kind. De vraag is of de Bijbel het zo bedoelt. Van groot belang is te weten op welke wijze in letterlijke zin over kinderen wordt gesproken.

Voorstadium
Daarbij moet allereerst opgemerkt worden dat het krijgen en het hebben van kinderen in de Bijbel als een zegen werd beschouwd. Kinderloosheid was een catastrofe. Kinderen stonden voor toekomst. In hen was jij aanwezig wanneer de Messias kwam.
Niet alleen geestelijk, maar ook sociaal gezien waren kinderen een zegen. Bij gebrek aan deugdelijke sociale voorzieningen vormden zij een verzekering voor de oude dag.
Zorgden ouders voor hun kinderen toen deze nog klein en kwetsbaar waren, als tegenprestatie verzorgden kinderen hun ouders wanneer zij oud en kwetsbaar werden. Lange tijd waren kinderen onmondig en, naar een woord van Paulus, in niets te onderscheiden van een slaaf. Rond hun twaalfde werden ze in godsdienstige zin volwassen en doorgaans traden ze nog voor hun twintigste in het huwelijk.
Kinderen werden in de Bijbel niet op een voetstuk geplaatst. Het waren niet allemaal prinsen en prinsessen. Dat kinderen onschuldig zouden zijn is een gedachte die je in de Bijbel nergens tegenkomt. Integendeel. ‘Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.’ (Ps. 51:7) Ook kinderen zijn ingebed in de gebrokenheid van deze wereld. De kindvriendelijkheid die onze tijd kenmerkt, is de Bijbel vreemd. Kinderen eisten zorg, waren afhankelijk en kwetsbaar. Ze verhoogden de status van de ouders en vormden een verzekering voor later. Kind-zijn was het onbevredigende voorstadium van de volwassenheid. Ze konden zich nergens op laten voorstaan.

Gewoon kind
Op deze wijze werd tot enkele eeuwen geleden ook in onze cultuur tegen kinderen aangekeken. Volgens sommige historici is de aandacht voor het kind als zodanig van betrekkelijk recente datum. Jean Jacques Rousseau (1712-’78) was als een van de eersten van mening dat kinderen niet als kleine volwassenen dienen te worden behandeld, maar zich gewoon kind moesten kunnen voelen.
Kinderen waren volgens hem van nature goed. Het hing volledig af van hun omgeving of ze zich goed of slecht zouden ontwikkelen.

Hyperouders
Enige jaren geleden werd in de protestantse kerken een studiedag met als thema De aanbidding van het kind gehouden. Het ging daar niet over de aanbidding van het Kind van Bethlehem, maar over de infantilisering van de samenleving. Veel mensen, zo werd op die studiedag geconstateerd, doen hun uiterste best om de experimenteerfase van hun kinderjaren te verlengen. Ze willen een grote vrijheid en een kleine verantwoordelijkheid. Ze willen dus blijven als een kind. In het dagblad Trouw stond enige tijd geleden een artikel onder de titel Het kind als project. Het gaat in dat artikel over hyperouders, die hun kinderen opvoeden tot deze erbij neervallen. Veel vaders en moeders vinden dat hun kinderen moeten excelleren en zijn teleurgesteld en zelfs kwaad op de leerkrachten wanneer deze het uitmuntende van hun kinderen niet inzien. Kinderen bezwijken bijna onder de druk van de vele buitenschoolse activiteiten. Dit alles is, volgens de schrijfster van het artikel, niet onbaatzuchtig. Ouders plaveien de weg voor hun kind, maar verwachten daar wel iets voor terug, namelijk prestaties, het uitgroeien tot iemand om trots op te zijn.
Het kind zou maakbaar zijn. Je hebt een kind en dat moet perfect zijn, geen confectie. Is er toch iets mis, dan valt het te repareren, met lerend speelgoed, een kinderpsycholoog, remedial teaching en extra trainingen voor de Cito-toets.
Wanneer je als ouders weigert met dit heersende denken mee te gaan, moet je stevig in je schoenen staan. Het is niet zonder aanvechting je kinderen met ‘achteloze betrokkenheid’ op te voeden. Dit alles aldus het artikel. In zekere zin is het verschil tussen de visie op kinderen in de bijbelse tijd en nu niet zo groot. Het lijkt als is onze tijd kindvriendelijker, maar schijn kan bedriegen.

Op de hurken
De kindvriendelijkheid in de kerk is ook toegenomen. Predikanten moeten de leefwereld van de kinderen en de jongeren kennen. De gemeente moet bereid zijn regelmatig op de hurken te gaan zitten. Vertederd wordt er naar de ‘onschuldige’ kinderen gekeken. Tijdens een vergadering over kinderen in de kerk werd de deelnemers gevraagd enkele eigenschappen op te sommen van kinderen. De meeste deelnemers noemden lovende eigenschappen: lief, onschuldig, spontaan. Kortom, het is vanzelfsprekend dat Jezus aan de kinderen zo’n belangrijke plaats geeft en zegt dat met name voor hen het Koninkrijk der hemelen is. De reden daarvoor ligt in de kinderen. Genade en de rechtvaardiging van de goddeloze spelen daarin dus geen rol.

Niet vanzelfsprekend
De aandacht die Jezus heeft voor kinderen is evenwel niet vanzelfsprekend. Als Hij zegt: ‘Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert ze niet, want derzulken is het Koninkrijk Gods’, en hen omarmt en zegent, stuit dat op fel verzet van de discipelen. (Mark. 10:13-16). Zij vertolken de heersende gevoelens en gedachten. Kinderen zijn niet in beeld, maar voor Jezus tellen de kleinen mee. Onderweg naar Jeruzalem komen de discipelen tot Hem met de vraag: ‘Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen?’ Daarin waren natuurlijk ook rangen en standen. Jezus roept een klein kind bij Zich, stelt het in hun midden en zegt. ‘Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.’ (Matth. 18:3, 4).
Er staat niet: indien gij niet blijft als een kind. We moeten worden als een kind. ‘Wie dan zichzelf zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen.’ Vernederen kan beter vertaald worden met geringschatten. Jezus bedoelt niet dat we ons bepaalde eigenschappen van een kind eigen moeten maken en evenmin dat we in naïviteit de werkelijkheid niet onder ogen moeten zien, argeloos alles dienen te geloven wat er op ons afkomt en onze verantwoordelijkheid ontlopen. Het centraal stellen van het kind vindt plaats vanuit de vraag: ‘Wie is de grootste in het Koninkrijk der hemelen?’ Je kunt het de grootste willen zijn in maatschappelijke, maar ook in godsdienstige zin verstaan. Het verschijnsel van de ‘dikke ik’ is ook in onze tijd volop aanwezig. Er is veel geldingsdrang. Groot zijn, iets hebben om rechten aan te ontlenen en jezelf redden. We moeten ons bekeren en worden als een kind. Het gaat om het afzien van pretenties. Worden als een kind is niet de terugkeer naar het verloren vroeger, naar het kind dat men eenmaal geweest is. Het is een mentaliteitsverandering. Het gaat vooral om de eenvoud van een kind, dat alleen maar kan ontvangen. Het is zwak durven zijn om Gods kracht te ervaren. De moed hebben om klein te zijn omdat je van Gods grootheid weet. Het is vertrouwensvol leven.

Leven van genade
Opmerkelijk is in dit verband Paulus’ pleidooi om af te leggen wat eens kinds was en zijn propageren van volwassenheid. Dat lijkt in tegenspraak met wat Jezus zegt, maar het is een schijnbare paradox. Volwassen worden betekent in bijbelse zin vaster staan, niet meer heen en weer geslingerd worden. Groeien in eenvoudigheid, in de zin van op één zaak gericht en toenemen in vertrouwen.
Als er één dit geleefd heeft dan Jezus zelf. Het laatste kruiswoord: ‘Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest’ is een vers uit Psalm 31 en naar men zegt een kindergebed voor de nacht. In dat teken stond Jezus’ leven op aarde tot de laatste adem. Worden als een kind is vertrouwen als een kind, blij zijn en huilen als een kind. Het is niet redeneren, maar psalmen zingen. Dat verlost van krampachtigheid en stelt je open voor de naaste. Worden als een kind is leven van genade. Een zuigeling gevoed door zijn moeder vraagt na afloop, indien het daartoe verbaal in staat zou zijn, niet naar de kosten. Kinderen voorgaan in het geloof is hen een veilige omgeving bieden en als ouder zelf in het vertrouwen op God leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het kind centraal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's