GLOBAAL BEKEKEN
In Op weg met de ander (hervormd-gereformeerde vereniging van en voor mensen met een handicap) haalde mevr. H.G. Schuurman-Hijmissen een ‘gedicht dichterbij’ van Jacqueline E. van der Waals, De spoortrein:
Eens op een dag, toen ik de stad
Verliet en in den spoortrein zat,
En daar in stille lijdzaamheid
Geduldig wachtte tot de tijd
Bij ’t langzaam voortgaan van de klok
Zou komen, dat mijn trein vertrok,
Geschiedde ’t, dat in ’t naaste spoor
Een trein rangeeren ging en voor
Mijn venster schoof. Ik kende wel
De vreemde werking van dit spel,
Maar ’t scheen mijn onbetrouwbaar oog,
Alsof mijn trein zich voortbewoog
Voorbij dien andren, vreemden trein,
Die onbeweeglijk bleef in schijn.
Toen ik nu al maar verder reed,
Ik wist toch, dat ik dat niet deed
Werd ik bedroefd, dat mijn gezicht
Mij dus bedroog in ’t volle licht
En, dat mijn inzicht niets vermocht
Heb ik mijn oogen dichtgedaan,
Heb ik gebeden: ‘Trein, sta stil’
Met al de hartstocht van mijn wil …
Maar, wat ik smeekte, deed of dacht,
Ik heb hem niet tot staan gebracht.
Wie iets zoo zeker weet en vast,
Dat hij het haast met handen tast,
Het voor zijn oog gebeuren ziet,
En dan bedenkt: het is zoo niet,
Die voelt zich zeer bedroefd en moe,
Die twijfelt aan het of en hoe,
Die wanhoopt aan het al of niet
Van alle dingen, die hij ziet,
Die is op ’t eind de zekerheid
van alle zijn en niet zijn kwijt.
Dien morgen sprak ik op mijn reis
Tot mijne ziel op deze wijs:
‘De domheid, die ik straks beging,
Was, dat ik aan een vlottend ding,
Dat zelf geen rust of vastheid had,
Der dingen rust en vastheid mat.
Dus zoek, indien gij twijfelt
aan Uw eigen vastheid of bestaan,
Te midden van wat vloeit en vlot,
Mijn ziel, uw zekerheid in God,
Het eenig, eeuwig vaste punt,
Waar gij den blik op richten kunt.
In Christelijk Weekblad schreef Gerrit Kraa al een negende artikel over De pastorie in de boeken, nu over Dominee met bijbaantjes. Aanhakend bij Paulus als tentenmaker schrijft hij:
Zo’n combinatie van werken en evangelisatie was vroeger heel gewoon. Predikanten konden nauwelijks rondkomen van hun traktement en dan gaf de moestuin en de koestal wat meer armslag. H.W. Heuvel vertelt over ds. Scheij die de mond van zeven kinderen moest vullen: ‘Des zomers werkt dominee op klompen in de tuin, des winters werd in de pastorie een vette os geslacht, soms wel een beest van 1200 pond. ’s Avonds na de Sabbath kwam de Jood uit Eibergen slachten, want des zondags moest het beest in de schuur aan de balk hangen. Dan hield dominee op zo’n zondag een korte preek, en zo van de kansel, met steek op en bef af, trok hij met boeren naar de schuur voor het gebruikelijke ‘vetpriezen’.’
De predikant Gerhardus Warnerus Immink van Enter was schatrijk, afgaande op zijn bezittingen zou je hem makelaar in onroerend goed kunnen noemen. En ds. Brunemeijer, ook al uit Enter, kwam ooit eens niet opdagen op de preekstoel en bleek na enig zoeken nog achter de koe te zitten die hij moest melken. Veel oefenaars verdienden ook de kost met nevenwerkzaamheden, vaak bleef dat nog zo als ze begonnen waren met preken. Neem Otto Voortman uit Rijssen, als schoenmaker, oefenaar Wijting in Zeist als huisschilder, ds. van der Heiden in Vlaardingen als metselaar, ds. Honkoop in Den Haag als varkenskoopman of ds. Ligtenberg uit Rijssen als melkhouder en ds. Bregman werd de spruitjeskoning van Benthuizen genoemd toen hij grond van artikel 8 predikant werd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's