De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Hart is uit studie theologie’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Hart is uit studie theologie’

Ds. C.J.P. Lam: Land krijgt faculteit die het verdient

6 minuten leestijd

Op de universiteiten komt het leven weer op gang. Ook theologische faculteiten halen de deuren van slot. Doet een student theologie vandaag ongeveer hetzelfde als 300 jaar geleden? Of mocht hij of zij wensen een eeuw eerder geboren te zijn?

Iemand die hier heldere gedachten over heeft, is ds. C.J.P. Lam (81). De emeritus predikant uit Putten studeerde niet alleen zelf theologie, hij verdiept zich al vele jaren in de geschiedenis van de theologische opleidingen in Nederland. Dat begon toen hij in de jaren tachtig van de vorige eeuw een schouder brak en de tijd van herstel zinvol wilde doorbrengen. ‘Ik ging uitzoeken wie de voorgangers van mijn hoogleraren waren en wie zij weer waren opgevolgd. Zelf studeerde ik in Utrecht, maar ik breidde mijn zoektocht naar andere universiteiten uit en beperkte me niet alleen tot de twintigste eeuw.’ Ds. Lam zette alle biografische en professionele gegevens schematisch op een rij. Het resulteerde in netjes getypte stapels papier, in ringbanden geordend. Werk van een perfectionist.

Franeker en Harderwijk
De student theologie van vandaag lijkt volgens ds. Lam in weinig op die van drie eeuwen terug. Behalve in Leiden, Utrecht en Groningen kun je je in 1709 ook inschrijven in Franeker of Harderwijk. In Amsterdam kan dat aan de Illustre School, die wel een academische opleiding en vorming biedt, maar niet het recht heeft een academische graad te verlenen of examens af te nemen. Van universiteiten wordt nauwelijks gesproken; meer van academieën, hogescholen en athenea (Illustre scholen).
Groter is het verschil tussen toen en nu op politiek, maatschappelijk en sociaal gebied. ‘Onvergelijkbaar. Stadhouder-koning Willem III is dan juist overleden en de Nederlanden leven in een stadhouderloos tijdperk. Friesland en Groningen hebben hun stadhouder nog, Johan Friso, maar deze verdrinkt twee jaar later, in 1711. We zijn verwikkeld in de Spaanse Successieoorlog. Met Engeland hebben we nog meer te stellen. We hebben nog wel een paar slagen kunnen winnen, maar het is niet meer wat het was. Het zijn echt de nadagen van de Gouden Eeuw. Maatschappelijk zijn er rond 1700 ook grote verschillen in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Het westen is redelijk welvarend, maar het oosten nogal armoedig. Dat brengt grote standsverschillen met zich mee. De regenten bedisselen alles.’

Latijn
‘Ook al eten ze financieel uit de hand van de overheid, gewestelijk of stedelijk, de hogescholen willen onafhankelijk opereren. Overheid en kerk proberen ze op afstand te houden. De Dordtse synode (1618- ’19) is wat dat betreft een uitzondering. De overheden trekken zich dan wel wat van de kerk aan, maar hoe later je in de tijd komt, hoe meer de regenten het heft in handen nemen.
Vergelijk je 2009 en 1709 vanuit theologisch oogpunt, dan verkeer je als gereformeerd student vandaag in een povere tijd. In 1709 leef je in de periode na de Dordtse synode.
De vier Leidse hoogleraren Polyander, Rivet, Thysius en Walaeus schrijven gezamenlijk het handboek voor gereformeerde dogmatiek Synopsis Purioris Theologiae, dat voor de hele theologiebeoefening in die tijd bepalend is. Vanaf 1707, na het overlijden Witsius, zie je wel een kentering van streng orthodox naar meer gematigd. Ik weet niet hoe je gematigd orthodox kunt zijn, maar de invloed van de coccejanen is dan in Leiden groeiend. De gereformeerde pit gaat er naar mijn idee een beetje uit.
Gaat het om het wetenschappelijk gehalte van de academische opleiding, dan is duidelijk dat de hoogleraren in 1709 hun talen goed kennen. Zeker in Leiden is dat een belangrijke maatstaf bij het benoemen. Welk vak je in die tijd ook geeft, een hoogleraar godgeleerdheid dient behoorlijke kennis van het Hebreeuws en Grieks te hebben. Dat dominees vandaag geen Latijn meer hoeven te kennen, steekt daar schril bij af.’

Het hart eruit
Een grote breuk in het theologische academisch onderwijs is 1877. Een ‘miskleun’ noemt ds. Lam de veranderingen die in dat jaar in het theologisch onderwijs worden doorgevoerd als gevolg van de visie dat niet God maar alleen de godsdienst het voorwerp van wetenschap kan zijn. ‘De naam blijft nog theologische faculteit, maar in werkelijkheid is in dat jaar het hart er uitgehaald: bijbelse theologie en dogmatiek zijn niet langer staatsvakken, maar worden ondergebracht bij de kerkelijke vakken als zijnde niet-wetenschappelijk.
Dr. H. Berkhof hoopt na de Tweede Wereldoorlog dat herstel van de ‘echte’ theologische faculteit zal plaatsvinden en dat alle vakken gedoceerd zullen worden door docenten die de staat in samenspraak met een bovenkerkelijk orgaan benoemt. Vandaag is dat ideaal verder van de werkelijkheid verwijderd dan ooit. Sinds een paar jaar studeert een student theologie in Utrecht en Leiden niet meer aan een theologische faculteit, maar aan de afdeling godsdienstwetenschap binnen de faculteit der letteren. Ook aan de Universiteit van Amsterdam is de hele theologische faculteit opgeheven en zijn de hoogleraarszetels ondergebracht bij letteren en culturele wetenschappen. De samenhang tussen de diverse theologische disciplines is dus verdwenen, je kunt er nauwelijks meer theologie studeren.’

PThU
‘Anders dan in 1709 kennen we vandaag de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), maar deze is niet uit weelde geboren. De situatie die we sinds de Tweede Wereldoorlog tot een paar jaar geleden in Nederland kennen, is gegeven de omstandigheden nog het beste wat ervan te maken is. De kerkelijke en staatshoogleraren hebben onderling een redelijke verhouding. Dat is aanvankelijk niet zo. In Leiden bijvoorbeeld wordt een kerkelijk hoogleraar na 1878 niet bij de vergaderingen toegelaten, hij is van tweede rang. Later wordt het meer werkbaar. De hervormd-gereformeerde bijzondere hoogleraren Visscher, Severijn en Graafland worden bij de theologische faculteit benoemd. Ook dr. H. van den Belt is vandaag niet in dienst van de PThU, maar van de faculteit. Dat wordt steeds moeilijker. De tijdgeest geeft ook aan de theologische faculteiten de toon aan. In christelijke zin is een afdeling godsdienstwetenschap binnen de faculteit der letteren nog maar heel schraal. Islam hoort nu substantieel bij de godsdienstwetenschap, waar god overigens steevast met een kleine letter wordt geschreven.
Als land krijg je in zekere zin de theologische faculteiten die je verdient. Als de kerken in verval zijn, gaat het ook met de faculteiten niet goed. Zouden de kerken weer echt in confessionele zin kerk zijn, dan zou het met de toekomst van de theologische opleidingen weer goed komen.
De overheid speelt natuurlijk ook een belangrijke rol. Het theologisch hoger onderwijs is nu behoorlijk gefinancierd, maar het aantal studenten wordt steeds meer bepalend voor de grootte van de subsidie. Dat is een ontwikkeling die ik erg betreur. Kerk en theologie zijn sinds 1572 verweven met de staat. Als die band helemaal verbroken wordt en de kerk alleen aan een seminarie haar dienaren kan opleiden, zou dat een groot verlies zijn. Een aanstaand theoloog wordt in de breedte van de universitas beter gevormd. Hij maakt kennis met andere faculteiten, andere vakken, doet andere vriendschappen op. Het is de vraag of je aan een seminarie wel echt breed wetenschappelijk opgeleid kunt worden.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘Hart is uit studie theologie’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's