BOEKBESPREKING
Dr. J. Hoek (red.): Calvijn spreekt. Actualiteit van een hervormer na 500 jaar. Uitg. Groen, Heerenveen; 223 blz.; € 12,50.
Dr. J. Hoek (red.):
Calvijn spreekt. Actualiteit van een hervormer na 500 jaar.
Uitg. Groen, Heerenveen; 223 blz.; € 12,50.
Onder redactie van prof.dr. J. Hoek verscheen een bundel met de zeven lezingen die op studieavonden van de THGB gehouden zijn. In dit werk wil men het gedachtegoed van Calvijn onder de aandacht van een groter publiek brengen. Het is daarom boeiend geschreven. Degenen die er wat dieper op in willen gaan, wordt via 325 aantekeningen de weg voor verdere studie gewezen. Bovendien poogt men ook de actualiteit van Calvijns werk voor het voetlicht brengen. Men is er behoorlijk in geslaagd.
Eerlijk gezegd ben ik begonnen met het lezen van het laatste onderwerp Calvijn en de jeugd van mevr. A.G. Kloosterman-van der Sluijs. Er is immers al zoveel over de reformator geschreven en hetgeen waarover zij schrijft, is nogal onbekend. Uit de bespreking blijkt hoezeer ook Calvijn kind van zijn tijd was. Juist bij de behandeling van deze stof valt dat het meest op. Mevr. Kloosterman wijst er ook op dat hij een aantal fundamentele inzichten over de zelfstandige waarde van de ontwikkelingsfasen van kinderen en jongeren mist. Dat is Calvijn niet kwalijk te nemen, maar we moeten er wel rekening mee houden. Deze inzichten zijn pas met de opkomst van de ontwikkelingspsychologie en pedagogiek helder geworden. Ondanks een zekere tijdgebondenheid is toch ook veel van hem te leren over wat hij zegt over kinderen en jongeren.
In vier punten vat zij dat aan het eind van haar betoog samen. Als ouders worden we door Calvijn voortdurend aangespoord te beantwoorden aan het beeld van God, ook al vertonen we daarvan slechts een zwakke afspiegeling. We hebben wel een hoge roeping. We mogen bij het vervullen van deze taak terugvallen op de Gever van het ouderschap. Door zijn nadruk op het verbond, worden we geroepen de kinderen niet alleen in aards licht te zien, maar vooral vanuit het oogpunt van God. Het belangrijkste is dat zij God als Vader hebben in dit leven. Daarom moeten ze opgevoed worden in de vreze des Heeren.
Prof. Hoek bijt het spits af in het boek door te schrijven over Calvijn over zonde en genade. Aan de hand van citaten uit het commentaar op Psalm 51 wordt dit besproken. Hoek noemt de uitleg van deze psalm een basiscursus van het geloof.
Aan prof.dr. W. Verboom is het toe te vertrouwen te schrijven over Calvijn en het verbond. Calvijn heeft het verbond weliswaar niet als een afzonderlijk thema behandeld, maar het is wel een integraal onderdeel van zijn theologie. Genesis 17 wordt als model van Calvijns verbondsbeschouwing gezien. Christus is de Middelaar van het verbond. Hij strijdt tegen doperse opvattingen over het verbond, die het als een belijdende daad van de gelovigen beschouwen. Calvijn wijst er echter op dat het verbond in de eerste plaats een daad van God is. God komt in het verbond met Zijn beloften en geboden. Dat wordt vooral zichtbaar in de doop van kinderen. In de verhouding verbond en verkiezing laat Calvijn volgens Verboom de spanning staan. Die spanning komen we ook tegen bij zijn visie op de kinderdoop.
Calvijn en de wet van God wordt door dr. W. de Greef aan de orde gesteld. Hij doet dat aan de hand van preken van Calvijn over Psalm 119. Met de wet van God wordt daar volgens de hervormer het Woord van God bedoeld. En in deze psalm gaat het met name over het leven met God.
Vervolgens wordt een bijdrage geleverd door dr. W.H.Th. Moehn: Calvijn en de kerk. Fragmenten uit een preek over Handelingen 2:41-42 worden onder andere besproken. Het blijkt dat Calvijn aansluit bij het bekende adagium van de kerkvader Cyprianus: buiten de kerk geen enkel behoud. Van verschillende kanten heeft Calvijn het thema ‘kerk’ belicht, wat blijkt uit de vele titels van boeken en artikelen van hem. Bij het spreken over de kerk heeft hij zich geconcentreerd op de getrouwe verkondiging van Gods Woord en direct daarmee verbonden de bediening van de beide sacramenten. Waar dat gevonden wordt, behoort een gemeente zonder twijfel voor kerk gehouden te worden en als zodanig beoordeeld te worden. De kerk is er gekomen, omdat God ons genadig Zijn hand bood.
Dr. M. van Campen schrijft over Calvijn en het gebed. Het langste hoofdstuk in de Institutie gaat over het gebed. Dat valt op, omdat in veel dogmatische handboeken uit later tijd het gebed niet als afzonderlijk thema behandeld wordt. Minder bekende gedeelte uit de gebedsleer van Calvijn worden besproken en ook zijn gebedspraktijk.
Ten slotte noemen we nog het onderwerp Calvijn en de cultuur, behandeld door dr. C.G. Geluk. Bij Calvijn proeven we geen aanzet tot wereldmijding, maar tot wereldheiliging, ook al blijven we als christenen vreemdelingen en pelgrims in deze wereld. Als dr. Geluk aan het eind van zijn lezing in enkele punten de actualiteit van Calvijns visie op de cultuur op een rijtje zet, wordt het duidelijk dat Calvijn nog spreekt nadat hij gestorven en ook voor vandaag veel te betekenen heeft. Het spreekt dan ook vanzelf dat we van harte aanraden om dit boek ter hand te nemen en te lezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's