Niet bang voor besmetting
Tekenen van het Koninkrijk op Java [1]
Welke plaats neemt het Koninkrijk van God in kerkelijke beleidsplannen in, maar ook in de praktijk van het leven? Om dat te onderzoeken ben ik op Java. Mijn vertaalster en ik worden stil van wat we horen.
Sinds 1985 heeft de GZB contacten met de Christelijke Kerk van Noord- en Midden-Java (GKJTU). Deze kerk is klein, noemt zich calvinistisch en is uitgesproken missionair. Van oorsprong liggen er Nederlandse wortels. Het kader van mijn bezoek afgelopen mei en juni aan Java is wetenschappelijk onderzoek. Dat heeft voor- en nadelen. Voor mij heeft het als voordeel dat ik aan iedereen mijn vragen moet en mag stellen. Op allerlei niveaus in de kerk en op straat. Aan dominees en gemeenteleden. Aan christenen en moslims. Soms komen de verhalen vanzelf. Dan heb ik nauwelijks vragen nodig. Niet eerder heb ik tijdens een reis voor mijn GZB-werk zoveel getuigenissen gehoord. Verhalen van gewone mensen die de weg naar God hebben gevonden. Soms via de kerk, vaak ook niet. God is koning en regeert soeverein.
Respect
De context van Java is niet de Nederlandse. In zekere zin is alles anders. Het land is overwegend (89 procent) islamitisch, hoewel de stad waarin ik mijn onderzoek doe ongeveer 20 procent christenen telt en een christelijke burgemeester heeft. De Javaanse cultuur is er een van harmonie, saamhorigheid en solidariteit. Daarvan zijn ze zich bewust en daar zijn ze trots op. Christenen en moslims respecteren elkaar.
Bovendien zijn de meeste moslims in dit land nominaal moslim. Velen zien de moskee zelden van binnen. Alles is anders, maar tegelijkertijd komt veel overeen. De christenen met wie ik in gesprek ben, dienen dezelfde God, lezen in dezelfde Bijbel, delen zelfs de gereformeerde traditie en hebben dezelfde missionaire houding. Het is leerzaam om met hen mee te lopen.
Javaans omweggetje
Christenen hebben hier geen slechte naam. Ze staan eerder bekend als vriendelijk. Een moslim vertelde me dat de kerk met ramadan een spandoek had opgehangen om de moslims Gods zegen toe te wensen. Dat zal een moskee nooit doen met Kerst, liet hij erop volgen. Dat betekent dat moslims gemakkelijk met christenen in gesprek gaan, ook wel eens een kerkdienst bezoeken en niet bang zijn om besmet te worden met het christelijk geloof. Voor mijn onderzoek zou ik graag ook met een moslim spreken, zo laat ik de kerk weten.
Mijn vraag was niet eenvoudig, dat begrijp ik wel. Ik krijg Debora mee, de oudste vertaalster, de beste in het Javaans en iemand met communicatieve vaardigheden. Vooraf krijg ik instructie. Ons eerste plan is om mensen op straat aan te spreken, maar Debora vind het beter om ergens wat (thee!) te gaan drinken en dan via een Javaans omweggetje voorzichtig een gesprek te beginnen. Nagenoeg op het terrein van de synode staat een warung, een soort schuurtje met wat krukken waar je thee kunt drinken en gebakken banaan of kip kunt eten. Daar stappen we binnen en bestellen we thee. In de warung zit een man in uniform, Mohamad, een moslim, lid van een soort stadswacht. Een kleine man met een grote bril en bereid om te praten. Hij heeft twee kinderen die al de deur uit zijn. Debora gaat meteen met hem in gesprek en al heel snel kan ik mijn vragen stellen.
Iets missen
Mohamad is een open moslim en dat hoort ook zo in Salatiga en eigenlijk op heel Java, vindt hij. Hier in Salatiga wonen verschillende bevolkingsgroepen en die leven vreedzaam samen. Hij heeft ook christenen in zijn familie en bezoekt voor een trouwerij of een begrafenis gewoon de kerk, samen met zijn vrouw die een hoofddoek draagt. Geen problemen. Hij waardeert de kerkdiensten.
Er zijn wel strenge moslims, maar die zijn ouderwets, niet goed opgeleid en leven bij elkaar bijvoorbeeld in Solo, een plaats buiten Salatiga. Daar moet hij niets van hebben. Dan mengt de bediende, Fersi, zich in het gesprek. Ze komt van oorsprong uit die plaats en weet er alles van. Ze is Solo ontsnapt om naar Salatiga te gaan en christen te worden. Ze weet niet precies waarom. Als antwoord zegt ze alleen: Ik miste iets. Ik hoorde de stem van God. Ze weet ook niet precies hoe. Ze werd christen, lid van de kerk en actief in sociale programma’s. Zo helpt ze de dokter die namens de kerk werkt. Veel moslimpatiënten komen daar gratis hulp halen. Ze is al negen jaar weduwe en inmiddels oma. Twee kopjes thee kosten samen € 0,07. Daar zal ze niet rijk van worden. Maar ze heeft genoeg. Ze is God dankbaar dat ze Jezus heeft leren kennen en dat ze wat voor anderen kan betekenen. Ze prijst God en weet zich gezegend.
Haar familie neemt het haar de overgang naar het christelijke geloof zeer kwalijk. Ze bieden haar geld aan en vragen haar terug te keren. Maar daar denkt ze niet over, hoewel ze het contact met verwanten mist. Ze vertrouwt op God. Hij is haar steeds nabij.
Blora
Als ik mijn onderzoek compleet wilde hebben, moest en zou ik naar Blora, zo blijkt uit de gesprekken met de secretaris van de kerk. Blora is een kleine gemeente in een afgelegen streek. Het zou een zware reis worden, maar de moeite waard.
Na vier uur rijden, over een zeer slechte weg die almaar eenvoudiger werd, komen we uit in een soort gehucht. Tussen de verschillende woningen staat inderdaad een klein kerkje. Voor mijn gevoel ben ik nergens meer, maar de hele gemeente staat ons op te wachten. Zo’n 20 tot 25 gemeenteleden staan al een uur op de stoep. Sommigen komen van ver. We schudden handen en gaan het kerkje in. Al snel worden de tafels overladen met vruchten van het land en lekkernijen uit de keuken. Ik krijg de kans om vragen te stellen, maar ik vraag of het wel de bedoeling is dat ik met de hele groep in gesprek zou gaan. Dat is inderdaad de bedoeling, want daarvoor zijn ze gekomen.
Zegeningen tellen
De kleine gemeente heeft een enorme hoeveelheid activiteiten ontwikkeld. Ik noem wat voorbeelden. Er is een stichting met zo’n 25 leden die de samenleving op verschillende terreinen dienen: economie, onderwijs en gezondheid. Daarnaast is er het zogenaamde Livestock Breeding Program. Boeren kunnen koeien of schapen te leen krijgen om daarmee winst te maken, bijvoorbeeld door de verkoop van de kalveren en de lammeren.
Credit Union for Farmers is een ander programma. Boeren hadden weinig geld om zaad en mest te kopen en moesten daarvoor dure leningen afsluiten. Met dit programma krijgen de boeren het materiaal en betalen ze achteraf met een deel van de opbrengst. In totaal doen 160 boeren mee en 135 daarvan zijn niet-christenen. Met al deze programma’s wil de gemeente van Blora de liefde van God voor deze wereld laten zien. Na verloop van tijd ga ik meer en meer richting mijn thema: het Koninkrijk van God. Het voelt wel een beetje vreemd; het wetenschappelijk onderzoek steekt voor mijn gevoel schril af bij de warmte waarmee deze mensen hun gemeenschap dienen. Maar toch wil ik het weten. Waarom doen ze dat eigenlijk: tekenen van het Koninkrijk laten zien? Het past natuurlijk heel goed in de Javaanse cultuur en als minderheid hebben ze ook weinig keus, weet ik. Maar ze doen het ook heel bewust, zeggen ze. Soms krijgen ze tegenwerking van radicale moslims, maar de meesten tellen hun zegeningen en doen graag mee.
Praktijk
De hamvraag van mijn onderzoek is natuurlijk: werkt het ook? Mensen kunnen op synodevergaderingen mooie plannen maken, maar papier is geduldig. Theologen en missiologen kunnen mooie woorden gebruiken, maar hoe is de praktijk van de gemeente? Je kunt natuurlijk wel zeggen dat jouw activiteiten tekenen van het Koninkrijk zijn, maar wie ziet dat? Hoe kom je van je sociale activiteiten bij de persoon van Jezus, van de daden bij het Woord? Je zult het evangelie moeten brengen. Het Woord heeft het primaat. Is er ooit wel eens een moslim tot geloof gekomen? Daar gaat het toch (ook) om? Kunnen ze een voorbeeld noemen van een ex-moslim? Een christen met een moslimachtergrond? Ook al is het er maar een? Het liefst natuurlijk in deze gemeente. Na de vertaling van mijn vraag maakt de vrouw op de eerste rij een armzwaai naar de groep mensen achter haar: allemaal, zegt ze. De hele gemeente bestaat uit ex-moslims. Mijn vraag verbleekt. Mijn vertaalster en ik zijn er stil van. Ik vroeg om één voorbeeld …
Verschillende mensen leggen een getuigenis af. De een werd christen omdat het christelijk huwelijk minder administratieve rompslomp met zich meebracht dan een moslimhuwelijk. Zo kwam hij in gesprek met een predikant. De ander werd christen omdat hij zomaar door een vriend voor een kerkdienst werd uitgenodigd en weer een ander omdat hij twijfelde aan de Koran. De vriendelijke houding van veel christenen leidt ertoe dat moslims christenen waarderen en contacten niet schuwen. Daardoor komen heel wat moslims tot geloof in Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's