Leven met Christus
Meditatie: Psalm 62:1
Die woorden staan daar vast en veilig, bovenaan deze psalm. Wij staan midden in het leven, op de wind en veelal innerlijk aangevochten. De psalmen laten invulruimte open. Zij zijn gedicht ook voor ons, tot onze onderwijzing en tot ons heil.
'Immers is mijn ziel stil tot God.'
Het geloof kent zijn aanvechtingen. Het draagt een werktenue en kent geen confectiemodel. In de bestrijding doet zich velerlei variatie voor, maar er zijn ook vragen waarmee iedere gelovige op zijn tijd worstelt. In andere psalmen treft het ons ook: er is een worsteling gaande over de vraag of God ons kent en van ons af weet. Ziet Hij mij in mijn noden, angst en pijn? ‘Zou er wetenschap zijn bij de Allerhoogste? ’ (Ps.73) Daarom zijn psalmen zulke existentiële liederen. Psalmisten zijn mensen wier bestaan menig keer in de waagschaal ligt, met lijf en ziel. Het is er ver vandaan dat iemand die God vreest ‘natuurlijk’ immer aan de winnende hand is. Triomfale theologie is aan de psalmdichters niet besteed. Weten daarom velen vandaag met die ‘oude psalmen’ geen raad meer? Weten wíj trouwens nog wat aanvechting is? Kan het geen manco in de prediking zijn dat deze Sitz im Leben niet aan de orde komt?
Geen groter troost
Voor de Bijbel zijn de vragen van het aangevochten leven niet vreemd. Vele psalmdichters stellen vragen aan God. Vragen vanuit de diepe voren in de akker van het leven als het gaat om de fundamenten van de verwachting die zij van God hebben, op wiens Woord zij hebben gehoopt.
De climax speelt zich af aan het kruis van Golgotha, in het diepste van de existentie van Christus. En tegelijk gaat het daar zo onvergelijkelijk toe en voor ons nooit te doorgronden: Gods Kind in de helse eenzaamheid, tastend naar Vaders aangezicht en hart. Op de unieke plek waar de verzoening zich realiseert.
Daarin wentelen ook de kolken van de verlorenheid van het bestaan ten overstaan van de heilige en rechtvaardige God. De onvermengde helse aanvechting heeft Christus aan Zich gehouden. Maar dat betekent dan ook dat niemand ons zo nabij is en zo verstaat in onze verlorenheden en verlatenheden dan Hij alleen. Ik weet geen grotere troost dan deze. Daarom zegt deze psalm dat God in dít leven komt. En dat Hij geen God der doden is maar der levenden. Hij blijft, met eerbied gesproken, niet in het Boek. Het Woord werd vlees. En in zekere zin werd de letter Geest (O. Noordmans).
Zulk een
Verrassend: Psalm 62 is een lied van het Kerstfeest, van Pasen, van Pinksteren. Lied van de heilsfeiten. En daar leeft het geloof uit, uit de feitelijkheid van God, waarin Hij onze nood kent en erkent én … wegneemt, in het kruis en de opstanding van Zijn eigen Kind Jezus. Wat kan ons anders en beter troosten dan dit wondere evangelie? Hij gaf Zijn Enige, die Hij liefhad over tot een slachtoffer voor onze zonden. Tegelijkertijd was en is Christus onze barmhartige Hogepriester, in alle dingen verzocht als wij, doch zonder zonde. Inderdaad, zulk een is mijn Liefste.
Krachtiger
Zo gaat Psalm 62 op herhaling. Ze valt er niet in, ze leeft erbij. ‘Doch gij, o mijn ziel, zwijg voor God, want van Hem is mijn verwachting. Hij is immers – toch! – mijn rotssteen, mijn heil’ (6-8). De herhaling is niet louter repetitie, zij is nog uitvoeriger, nog krachtiger. Prachtige illustratie van de bijbelse waarheid dat de verdrukking volharding uitwerkt en de volharding bevinding (beproefde ervaring) en de bevinding hoop (zie Rom. 5:3, 4). Zo wordt als het ware de belofte met de belijdenis uit het begin van dit lied gedoopt, gedompeld in het leven, in het lijden, in de gemeenschap met Christus in diens dood en opstanding. Zo vaak als het Woord ons ophaalt uit de diepte is het alsof Christus er Zelf bij komt. Sterker nog: Hij ís erbij. In Zijn Woord, door Zijn Geest. Nu Hij uit de angst, de dood en het gericht is weggenomen, is Hij gelegitimeerd om elk terrein te betreden. Al gaat het nog zo hoog, al ligt het nog zo diep. Hij vat ons bij de rechterhand. Hij verschijnt ons als de Man die de sleutels van dood en graf draagt. Daar blijft één ding over: Mijn ziel is stil tot God. Nooit zijn wij dieper gekend dan onder Zijn ogen en aan Zijn voeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's