Ouders hebben hulp nodig
In deze leer naar uw vermogen laten onderwijzen …
Belooft u uw kinderen naar uw vermogen te laten onderwijzen? Wie met zijn kind bij de doopvont stond, heeft ook hierop ja gezegd. Zoveel we kunnen, zullen we ons kind daarom laten onderrichten in de christelijke leer.
Deze vraag uit het doopformulier krijgt rond de bediening van de doop niet de meeste aandacht. Gelukkig maar, want daardoor valt het zonlicht van de genade op wat God belooft en niet op wat wij ons voornemen. In zonde ontvangen en geboren en in Christus geheiligd – deze woorden tonen de bijbelse hoogspanning waarmee elke bediening van de doop gepaard gaat. Het belijden van de volkomen leer van de zaligheid, dat wordt van de ouders gevraagd en dat is de grond van hun leven als ze hun kinderen godzalig willen opvoeden.
En dan, tot slot, volgt de belofte om onze kinderen te onderwijzen en zoveel als ons mogelijk is, te laten onderwijzen. Het kerkelijk verenigingsleven en het voorrecht van positief-christelijk onderwijs maken dat we ruime mogelijkheden hebben om gestalte te geven aan de laatste belofte die we bij de doop deden. Als we dat willen, tenminste. En, als het ons wat mag kosten, een klein offer of zo.
Zware taak
Christelijke ouders vinden opvoeden lastig, zo blijkt uit een deze zomer bekendgemaakt onderzoek van Driestar Educatief. Ouders die hun kinderen op reformatorische scholen hebben, vinden opvoeden moeilijker dan zij die hun kinderen op gereformeerd-vrijgemaakte scholen hebben zitten, al wijken de percentages niet zoveel van elkaar af (94 tegenover 89 procent). Voor hervormde ouders zal ook gezegd kunnen worden dat rond de 90 procent opvoeden als een zware taak ziet.
Nu zegt dit cijfers op zichzelf nog niet zoveel. Opvoeden is immers een geestelijke taak en daarin gelden geen vanzelfsprekendheden. Ook als je dankbaar mag constateren dat de Heere werkt in het leven van je kinderen, ook als je ziet dat ze willen leven naar Zijn geboden, of negatiever geformuleerd, als je al blij bent dat ze geen verkeerde vrienden hebben en zich in de weekenden niet in het uitgaansleven begeven, zullen niet veel ouders de opvoeding een gemakkelijke zaak vinden. In het Koninkrijk van God – op het erf van Zijn verbond heeft de opvoeding immers plaats – gaan de dingen nooit automatisch goed.
Ik vermoed daarom dat de weinige ouders die opvoeden niet lastig zeggen te vinden, hiermee bedoelen aan te geven dat ze in staat zijn opvoedingssituaties te analyseren en de ontwikkelingsfase waarin hun kinderen zitten, te duiden, om er zo adequaat op te reageren.
Gezin, kerk, school
De aanstaande opening van het winterwerk en de start van het schooljaar herinneren ons aan de laatst beantwoorde doopvraag. Er zijn namelijk mede-opvoeders die de ontwikkeling en vorming van onze kinderen mede bepalen. In het sociaal gesloten leven van enige decennia geleden was de rol van de ouders als opvoeders vele malen groter dan tegenwoordig. Het principiële uitgangspunt is dat het gezin, de kerk en de school wat de geestelijke vorming betreft elkaar versterken. De naam van de onderwijsinstelling uit Gouda herinnert ons er nog altijd aan, De Drie-star. Ik vind het een reële vraag in hoeverre deze drie instituten elkaar in de praktijk steunen, al zal er van plaats tot plaats onderscheid zijn. Het spreekt niet vanzelf meer dat het jeugdwerk in de kerkelijke gemeente aansluiting heeft bij de opvoeding in het gezin. Dan gaat het over de plaats die de heiligheid van God inneemt, de aandacht die gegeven wordt aan de noodzaak van geloof en bekering, aan de openheid voor allerlei werkvormen.
Inscherpen
Deuteronomium 6 is hiertoe voor ons een blijvende leidraad, het bevel van God om Zijn geboden te bewaren, om te wandelen binnen de grenzen van het verbond. Ouders moeten hun kinderen inscherpen de Heere te vrezen, Zijn inzettingen te houden, Hem lief te hebben met hart, ziel en verstand. De vraag is of deze verwoording hetzelfde bedoelt als wat we onder ons nogal eens lezen, namelijk dat we de jongeren willen helpen te groeien in hun relatie met God.
Vanwege hun gedane beloften bij de doop mogen ouders – ik belicht dit thema nu vanuit hun perspectief – er daarom bij de kerkenraden op aandringen zorgvuldig te bezien welke gemeenteleden de geestelijke gaven hebben om leiding te geven aan het jeugdwerk en om het catechetisch onderricht te geven. Al is het soms moeilijk om vacatures vervuld te krijgen, het is beslist onvoldoende als we tevreden zijn als alle taken weer verdeeld zijn. Het gaat immers om een roeping van de gemeente die consequenties heeft voor het gehele leven van de jongeren en voor hun eeuwige toekomst. Het is niet voor niets dat de apostel Paulus in zijn brieven zoveel aandacht geeft aan de vereisten voor de werkers in Gods Koninkrijk, waarbij we de scheiding tussen ambtsdragers en niet-ambtsdragers niet al te groot moeten maken.
Toevertrouwen
Vader en moeder zijn bezette mensen, ook omdat we een regering hebben die de deelname van vrouwen aan het arbeidsproces met allerlei maatregelen stimuleert. Het ‘laten onderwijzen’ uit de derde doopvraag kan daardoor belangrijker worden dan het zelf onderwijzen, de eerste opdracht. Het evenwicht die er tussen eigen opvoeding en opvoeding door anderen is, kan snel verstoord worden. Tegen die achtergrond is de vraag essentieel aan wie wij onze kinderen toevertrouwen.
Waar totalitaire regimes zijn, wil de overheid niet voor niets het onderwijs aan de kinderen zo snel mogelijk naar zich toetrekken. Het mag een belangrijk criterium zijn voor de schoolkeuze: Wil ik mijn kinderen vele honderden uren per jaar onder de invloed van deze leerkrachten hebben? Positief gezegd: Ben ik er juist verguld mee dat dit onderwijs met de Bijbel gegeven wordt, opdat het zaad van het evangelie elke dag zal vallen in het hart van mijn kind? Zacharias Ursinus, een van de opstellers van onze catechismus, noemde de scholen niet minder dan ‘planthoven van de gemeente’, waar de jeugd onderwezen wordt in de kennis van God. Al was de band tussen kerk en school in de tijd van Ursinus sterker, dat neemt niet weg dat de christelijke school dit ideaal moet vasthouden.
Juist waar onze samenleving steeds verder seculariseert, wordt het belang van het christelijk onderwijs groter. Buiten de muren van de school kan later in praktijk gebracht worden wat nu binnen die muren geleerd wordt.
Eenheid van leven
Terwijl de samenleving fragmentariseert, omdat postmoderne mensen zich anders gedragen in de kerk dan op hun werk, anders gedragen als ouder dan op de sportclub, gaat de eenheid van het christelijke leven teloor. Dat maakt het lastig om gezin, kerk en school bijeen te houden. Christenouders zullen moeten beseffen dat een naadloze aansluiting bij de heersende opvattingen op een christelijke school niet mogelijk is en dat zelfs in de kerkelijke gemeente andere gedachten kunnen leven. Laten we ons ideaal echter niet opgeven. Laten we waar mogelijk elkaar juist versterken, ook inzake het ‘laten onderwijzen’. Opvoedingsondersteuning wordt in veel gemeenten al gegeven, terwijl ook scholen meer en meer actief worden op dit terrein, onder andere in de vorming ten aanzien van mediagebruik en seksualiteit. Ouders kunnen er dankbaar gebruik van maken, als maar beseft blijft worden dat kerk en school hierin een tweede en derde verantwoordelijkheid dragen. Zij hebben bij de doopvont gestaan en mogen hun kinderen dagelijks de betekenis leren van het in Christus geheiligd te zijn. Dat blijft de kern.
Keuzes
Meer dan ons lief is zijn we door een postmodern leefklimaat beïnvloede mensen, die als man en vrouw of binnen de kring van de gemeente bezinning nodig hebben op de wijze waarop we uitvoering geven aan het antwoord op de laatste doopvraag. Dat raakt de (parttime) baan van moeders, dat raakt de betrokkenheid van vaders, de keuze voor het onderwijs of zelfs voor buitenschoolse opvang, kortom, het raakt de inrichting van ons dagelijks bestaan. En het raakt de plaats die God hierin door middel van anderen heeft. Best belangrijk dus.
Christen-zijn is keuzes maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's