Een ordening van God
Het huwelijk [1]
Leven is samenleven. Maar in het huwelijk is het meer. Een ongekende ervaring van nabijheid en vertrouwdheid. Zij kan niet het karakter van het tijdelijke, incidentele hebben. Werkelijke liefde wil duur, continuïteit, uitbreiding in de tijd, aldus K.E.H. Oppenheimer.
Het huwelijk heeft oude papieren. Kostbare papieren ook. Het paradijs is het decor. God schept de mens. Mannelijk en vrouwelijk. Adam krijgt een ‘tegenover’. Een die bij hem past. Psychisch en fysiek. Daar zorgt de Heere zelf voor. Geen hulpje. Maar een hulp. Niets minderwaardigs. De Heere laat zich Zelf vaak de Hulp van Israël noemen.
God brengt de vrouw tot Adam en hij herkent en erkent haar met dankbare verrukking. ‘Hulpbehoevend’ als hij is. Niet zozeer wanneer het om zijn werk gaat of om het voortbrengen van kinderen. Maar veel dieper. Adam heeft haar nodig om zijn bestemming te vinden. Om samen mens te zijn. En de Heere ziet met welgevallen op die twee neer. Zo heeft Hij de mens bedoeld.
Dat ze ‘samenkomen’ en elkaar liefhebben, laat Hij niet oogluikend toe. Zó wil Hij dat ze samenleven zullen. In het huwelijk heeft Hij als het ware het kanaal gegraven waardoor het water van de liefde, ook van de lichamelijke liefde, kan stromen.
Beschermd
Bekend is het woord van Augustinus dat het huwelijk een van de weinige zaken is die uit de inboedel van het paradijs gered is. Johannes Bugenhagen, een vriend van Luther, zei treffend: ‘Na de zondeval legde God het kruis niet op het huwelijk, maar hij hing het de mens om de hals.’
Sprekend dat God de Heere na de verwoestende intrede van de zonde het huwelijk beschermt en in stand wil houden. Hij wijdt er een heel gebod aan in Zijn heilige wet.
‘Gij zult niet echtbreken.’ Zo houdt God vast aan de vorm van samenleven van man en vrouw die Hij in de schepping heeft gelegd en in het paradijs als het ware heeft ‘afgedrukt’.
De Heere Christus grijpt in die lijn terug op wat in den beginne door God werd ingesteld. (Matth.19:8)
Oude Testament
In de tijd van de Bijbel was er uiteraard geen ambtenaar van de burgerlijke stand die het huwelijk voltrok. (Bij ons ook pas sinds de tijd van Napoleon; daarvoor werden de meeste huwelijken door de kerk voltrokken). Maar er waren wel de vaders van bruid en bruidegom die een belangrijke taak hadden bij de sluiting van het huwelijk. Er was wel het feest van zeven dagen.
Openlijk. Heel bewust. Voortaan zou ieder weten dat deze man bij deze vrouw hoorde en deze vrouw bij deze man. Daar mocht niemand tussen komen.
Daarin lag ook de bescherming van het huwelijk. Van buitenaf, maar ook van binnenuit. Een openlijke huwelijkssluiting kun je niet negeren; alsof je je niet publiekelijk hebt vastgelegd om in de trouw te blijven. Terug dus naar de ander wanneer de liefde verflauwt. Om in de belofte van trouw de grond te vinden om de ander opnieuw te zoeken.
Sprekend trouwens dat we tot de dag van vandaag elkaar bij een huwelijkssluiting trouw beloven. Grote woorden spreken. ‘Trouw blijven’, ‘nooit verlaten’, ‘de ander voor alles vertrouwen …’.
Te groot? Of juist eigen aan de liefde? Hoe zou de liefde anders spreken zonder zich te verloochenen?
Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament begint de Heere Christus uitgerekend op een bruiloft in Kana Zijn heerlijkheid te tonen. In de Efezebrief (5:22-33) doet de apostel wat wij op eigen gezag zeker niet zouden durven. Hij vergelijkt de liefdesverhouding van Christus tot Zijn gemeente met die tussen man en vrouw!
Zo hoog heeft en houdt Hij het huwelijk. Zij is bij uitstek de plaats waar – in het ‘nieuwe’ leven van het geloof – de liefde van de zelfover-
Volgende week deel 2: Verschillen tussen mannen en vrouwen.
gave in de praktijk mag worden gebracht. De liefde die de ander dient.
Luther schrijft ergens: ‘De man is zorg en liefde schuldig aan zijn vrouw; zorg waarin hij zichzelf er voor over heeft. Hij mag daarin de overgave van Christus aan Zijn kerk weerspiegelen.’ Treffende woorden. Tegelijk een opgave die er bij ons niet ‘inzit’. Ze krijgt alleen vorm en kleur in de liefde van Christus.
Een laatste – maar zeker niet het onbelangrijkste – aspect waar ik in dit verband op wil wijzen is dat het huwelijk geen contract is maar een verbond. Hoe vaak heeft de Heere Zijn verbond met Israël niet met een huwelijk vergeleken? Wie mocht daarover hartstochtelijker spreken dan Hosea? (2:18 bv.) Christus zelf trekt de lijn door naar Zijn kerk. Hij de bruidegom en de kerk uit Israël en de volken de bruid. In het verbond (van het huwelijk) krijgt de liefde een vast kader. Onttrokken aan het tijdelijke en het vrijblijvende. Zo wordt de liefde als het ware ‘opgeheven’, op ‘hoger plan’ gebracht. Waar de liefde aarzelt of zelfs weigert, daar is ze vanwege het verbond aan de trouw gehouden.
De zin van Micron
Het klassieke huwelijksformulier begon altijd met een wonderlijke zin die niet goed ‘liep’. ‘Overmits de gehuwden velerhande tegenspoed en kruis overkomt, opdat gij …’ enzovoort. Alsof er in die zin geknipt was. Dat was ook zo.
Petrus Datheen (de man van de heel oude psalmberijming) gebruikte bij de opstelling van het huwelijksformulier onder andere het formulier dat bij de vluchtelingengemeente in Londen in die tijd in gebruik was. Het was door Marten Micron opgesteld. En Marten Micron schreef een langere zin. Na ‘overkomt’ luidde zijn (verdere) zin: ‘zo komt het dat de heilige huwelijkse staat door velen in deze wereld veracht wordt; inzonderheid door al degenen die in onreinheid een profytich (voordelig) en gemakkelijk of ook een geveinsd heilig leven zoeken te leiden’. Uitgerekend die zin knipte Datheen weg.
Daarmee verviel de oproep van Micron om te bedoeling van God niet te ontlopen. Geen losse contacten; geen vrijblijvende verhouding; geen schuwen van het nemen van verantwoordelijkheid voor de ander en voor een gezin. Ook geen overgeestelijkheid waarin je je ver van het huwelijk houdt. Een stevig bijbels spoor, zou ik zeggen.
Voorbede en voorbeeld
Liefde houdt geen slag om de arm; ze kan niet leven met een proefperiode. Ik las ergens het voorbeeld van een ijsje. Iemand bestelt een ijsje. Caramelsmaak moet het wezen. Als het niet bevalt, kan ik het dan inruilen voor een andere smaak? Nee, dat kan niet. Sommige dingen in het leven kun je niet ruilen … Daarom is de verkeringstijd zo belangrijk. Geen tijd om te dromen dat het allemaal wel goed komt, maar een tijd om te werken.
Het huwelijk is oud, maar het is niet versleten. Sommigen aarzelen, anderen weigeren vooralsnog. De eigen (gebroken) situatie waaruit iemand komt, doet daar nogal eens in mee. Voorbede en voorbeeld zijn nodig. Wat is er rijker dan een onvoorwaardelijk en blijvend verbond in liefde en trouw?
Lofrede
Luther zegt ergens: ‘Het huwelijk is middel, geen doel.’ Hij spreekt de gedenkwaardige woorden: ‘Echtelieden geven elkaar het heil niet, maar ze mogen en moeten elkaar in geloof, hoop en liefde ‘in de hemel helpen’ en voor Gods aangezicht leiden.’ Daar zou (heel) veel meer over te zeggen zijn.
Dit artikel is een lofrede op het huwelijk geworden. Niet dat er niet veel slechte en matige huwelijken zijn, waarin de een de ander niet meer zoekt. De zonde werkt juist in de verhoudingen van mensen onderling krachtig door. Toch is een lofrede niet ongepast in een tijd waarin het over het hoofd wordt gezien en het zelfs gemolesteerd is. Een ordening van God. De genade schuift Gods ordeningen niet terzijde. Zij reinigt ze en maakt ze heel. Je zult maar (in de Heere) getrouwd zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's