De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Thabor en Hermon juichen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Thabor en Hermon juichen

Bergen in de Bijbel [5]

4 minuten leestijd

Is het niet vreemd wat de dichter van Psalm 89 hier doet: zingen van juichende bergen? Kunnen bergen juichen?

Wat brengt Ethan, de dichter van de psalm, tot deze zang? Deze man is vol van de heerlijkheid van de God van Israël. Hij is onnoemelijk klein onder de grootheid en genade van de HEERE. ‘Wie is als Gij, grootmachtig, o HEERE?’
Hoe vaak stellen dichters die overweldigd zijn door deze heerlijkheid van de Heere niet de schepping aan de orde? De hemel en de aarde zijn Uwe. Het noorden en het zuiden komen uit Uw scheppende hand voort. Zou Luther aan deze en soortgelijke uitdrukkingen hebben gedacht toen hij opmerkte: ‘Hier hebben we een psalm tot troost van aangevochten christenmensen’? Niets kan zulke mensen immers meer tot troost zijn dan de gedachte aan Gods onuitsprekelijke heerlijkheid.

Kennis
In dit verband – nadat het noorden en het zuiden genoemd zijn – lezen we over de juichende Thabor en Hermon, twee bergen in het noorden van Israël. De ene, de Thabor, ten westen van de Jordaan, de andere, de Hermon, ten oosten ervan. Ethan brengt hier de vier windstreken naar voren. Hij wil zeggen: waar ik ook heen kijk, naar welke kant ik ook mijn ogen ophef, overal vertoont zich de grootheid van de Heere. Het raakt hem intens. Dat heeft te maken met het feit dat hij deze God van hemel en aarde kent. Om werkelijk de heerlijkheid van de Heere te zien in de schepping, is ons de kennis van God nodig. Hoe komt het dat velen ook de Thabor en Hermon zien, maar we niets horen van hun juichen? Zit het soms vast op gebrek aan de kennis van God?

Aanklacht
Dat juichen in de Naam des Heeren klinkt misschien vreemd in onze oren. Zulke dode bergen. Jawel, we hebben hier te doen met oosterse, dichterlijke taal. We zien Ethan als een klein mensje tegenover zijn grote God staan. Hoor hem: ‘Thabor en Hermon, zoals ze zich daar onwankelbaar en indrukwekkend verheffen, juichen over Uw Naam, over Uw heerlijkheid, HEERE! Tot mijn vreugde stralen ze blijdschap en verwondering uit over Uw grootheid en laten hun gejuich horen.’ Zijn dit primitieve gedachten van een man die eeuwen geleden leefde en er nog niet zoveel van begreep? Pas op, Ethan ziet de dingen beter en scherper dan de mens uit de 21e eeuw als die de levende God niet kent en zich verheft op eigen kennen en kunnen.
Hier dringt zich nog een andere gedachte aan ons op. Als van deze Thabor en Hermon gezegd wordt dat ze juichen over de Naam van de Heere, wat mag dan al niet van ons mensen verwacht worden? Wat mag dan vooral niet verwacht worden van mensen die hun redding uit duizelingwekkende nood leerden zoeken en vinden in Christus? Wat een klemmende aansporing aan ons adres om vurig de verheerlijking van God te zoeken.
Tegelijk zijn deze woorden van Ethan een vlijmscherpe aanklacht voor ons, wanneer ons hart en onze mond zwijgen over de Naam van de Heere. Als de bergen zelfs juichen, wie ben ik dan voor God wanneer mijn hart en mond stijf gesloten zijn?! Wie hier aangeklaagd wordt, laat die zich voor de levende God neerwerpen en smeken dat de Geest het verheerlijken van God in het hart legt. Hij neemt het uit Christus, uit Hem Die altijd Zijn Vader eerde.

Grote dag
Er moet verder gedacht worden aan iets anders: aan de grote dag van Christus. Dan zullen de bergen met heel de schepping juichen en huppelen voor het aangezicht van Hem Die komt. Denk het in! Thabor en Hermon zúllen juichen voor het aangezicht van de grote Koning. Tegelijk zullen ze vrede dragen. Het zal waar zijn dat dit alles dichterlijke taal is, maar daarom is het niet minder werkelijk.
Het woord van Paulus over de schepping die in barensnood is, blijft overeind staan. Ook dat is een aangrijpende werkelijkheid. Maar Thabor en Hermon en zoveel andere bergen zullen juichen! Voor het aangezicht van Christus. Het liefhebben van Christus’ Naam bergt dan ook iets van heimwee in zich. Heere, wanneer?

Volgende week: Getuigende bergen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Thabor en Hermon juichen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's