De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Allemaal matrozen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allemaal matrozen

Collegialiteit is in de kerk niet vanzelfsprekend

8 minuten leestijd

Naast de officiële cijfers van predikanten die het ambt vrijwillig of onvrijwillig verlaten, is er bij vele andere angst en eenzaamheid. Vele met name oudere predikanten zijn angstig en onzeker. Ze zijn te veel elkaars concurrenten geworden, zo was eerder dit jaar op de synode te horen.

Niemand minder dan de voorzitter van het Generaal College voor de Visitatie, ds. W. G. Sonnenberg, verwoordde deze gedachten. ‘Ik ken predikanten die in de pastorie zitten met de gedachte: waar word ik nu weer gepakt. Dominees houden niet van elkaar. We moeten eraan werken dat we niet elkaars concurrenten zijn, maar elkaars bondgenoten.’

Oncollegiaal gedrag
Als je zulke geluiden hoort van iemand die het kan weten, denk je: Het is met de collegialiteit onder de predikanten niet best gesteld. Daaraan moest ik óók denken, toen ik het boek Passie voor het Evangelie, leven en werk van ds. G. Boer las. De bevestiging in zijn eerste gemeente, Eemnes-Buiten, had nogal wat voeten in de aarde. Na veel wikken en wegen werd ds. I. Kievit gekozen. Dat zou steun voor zijn toekomstige arbeid betekenen. Moeilijkheden werden echter gevreesd als de bevestiger en andere collega’s gelijktijdig aanwezig zouden zijn. Collega’s werden aan de etenstafel zodanig gerangschikt dat botsingen zouden worden voorkomen. Walgelijk! Gaat het nu om de zaak van Gods Koninkrijk of om eigen belang? Er is dus niets nieuws onder de zon. Hetzelfde kwaad keert – weliswaar telkens anders – toch weer terug.

Verbittering
We lezen zelfs al in Handelingen der apostelen (15:39) dat er een verbittering ontstond tussen Paulus en Barnabas, zodat zij uit elkaar gingen. Lukas, de schrijver, is arts geweest en gebruikt een woord dat in de medische taal van die dagen ook het hoogtepunt van de koorts aanduidt. Hoge koorts betekende vroeger dat het lichaam zeer ernstig ziek was en dat men onherroepelijk sterven zou. Infectieziekten kon men immers nog niet bestrijden met antibiotica. Als we op ons in laten werken dat er zó’n woord gebruikt wordt, mogen we niet doen alsof er met het ontstaan van verbittering in kerk en gemeente niets of weinig aan de hand is. Het lichaam van Christus, de gemeente, dreigt erdoor ten onder te gaan. Zeker, we hebben een machtige Koning Die dat kan verhoeden. Als we nagaan wat deze verbittering tussen Paulus en Barnabas uitgewerkt heeft, moeten we ons erover verwonderen dat het geen schade veroorzaakt heeft. De Heere heeft het zelfs ten goede gekeerd, zodat het evangelie op meer plaatsen verkondigd werd. Toch geeft ons dat nog geen vrijbrief om met de collegialiteit een loopje te nemen.

Beroepscode voor predikanten
In onze tijd van mondigheid en individualisme staat in de praktijk de ambtelijke collegialiteit steeds meer onder spanning en functioneert deze onvoldoende. Daarom heeft de Bond van Nederlandse Predikanten in 1996 gepoogd gedragsregels voor predikanten op te stellen. In 2008 heeft de Werkbegeleiding voor Predikanten in de Protestantse Kerk in Nederland die bijna letterlijk overgenomen. Dit jaar is dat nog weer aangescherpt. Heel in het kort komt het erop neer dat men respectvol met elkaar om moet gaan, voorgangers werkzaam in erkende kerkgenootschappen moet aanvaarden, de collegiale samenwerking moet bevorderen en een opvolger de ruimte moet geven het ambtswerk te verrichten.

Het schip van Christus' Kerk
Als er in de Bijbel over dienaren van het Woord gesproken wordt, worden er in de Griekse tekst van het Nieuwe Testament vier verschillende woorden gebruikt. We komen het woord leitourgios (liturg, dienaar in de tempel, ambtenaar) tegen, ook diakonos (dienaar) en voorts doulos (slaaf ) en ook nog hupèretès (ieder die bv. op een schip in ondergeschikte betrekking dienst doet, matroos). Met name dat laatste woord lijkt me van fundamenteel belang te zijn voor de collegialiteit. Onder andere in 1 Korinthe 4:1a wordt er op deze wijze over de dienaar van het Woord gesproken: ‘Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus.'
De apostel Paulus wijst erop dat we de ambtsdrager niet mogen verachten, maar hem ook niet op een voetstuk mogen plaatsen. Wij moeten hem beschouwen als een dienaar van Christus. Predikanten assisteren de Bevelhebber, Christus op het schip van Zijn Kerk. Als matrozen moeten zij het werk sámen doen onder leiding van deze éne Kapitein. Geen twee kapiteins dus op het schip. Collegiaal gedrag wordt van zulke matrozen verwacht. Solisme, egoïsme, rivaliteit en conflicten belemmeren het werk. Zulke dienaren hebben uit te voeren wat door Christus bevolen wordt. Bovendien beoordeelt Hij ook hun werk.

Dienaren van enige Bisschop
Heel treffend wordt dan ook overeenkomstig wat we in de Heilige Schrift lezen, beleden in art. 31 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: ‘Wat de dienaren van het Woord betreft, zij hebben, op welke plaats zij ook zijn, gelijke macht en gezag.’ Er is dus geen onderscheid tussen predikanten die al lang en degenen die nog maar kort dienen, tussen degenen die een grote of een kleine gemeente dienen, tussen hen die gepromoveerd zijn en degenen die dat niet zijn. Alle geordende predikanten staan op voet van gelijkheid. ‘Zij zijn allen dienaren van Jezus Christus, de enige algemene Bisschop en het enige Hoofd van de Kerk.’
Het lijkt me dat hetgeen we lezen in het laatste rapport De hand aan de ploeg van de stuurgroep Werk in de Wijngaard onder leiding van oud-minister Veerman over junior-, basis- en seniorpredikant en primus inter pares en pastor pastorum toch wel enigszins op gespannen voet staat met hetgeen er in de Bijbel en de belijdenis over de dienaren van het Woord gezegd wordt. Zeker, de oprechte bedoeling van de commissie is door middel van teamvorming de samenwerking met collega’s te zoeken en te bevorderen. Dat mag en moet gewaardeerd worden, maar moeten we het op deze wijze invullen? Dat betwijfel ik ten stelligste!

Meditatie, gebed en lied
Zouden we niet op een andere wijze collegiaal gedrag moeten bevorderen? De bovengenoemde woorden van ds. Sonnenberg zijn in een bepaalde context gezegd. Als visitator kom je met veel wantoestanden in aanraking. Ik ben er echter van overtuigd dat hij in de gemeenten die hij gediend heeft en in de kerk als geheel, ook een heel hartverwarmende omgang met elkaar heeft ervaren. Die is er gelukkig óók. En leringen wekken, maar voorbeelden trekken. Als we als collega’s in een werkgemeenschap samen in gebed gaan en meer samen aan bijbelstudie doen of de preek eens samen voorbereiden, zou dat de goede omgang met elkaar bevorderen. Het werk wordt op deze wijze minder een menselijkerwijs eenzaam avontuur. En vergeet het zingen niet, om verbittering tegen te gaan. De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de Efeziërs: ‘Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid. Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.’ (Ef. 4:31, 32) Deze vermaning in deze brief laat hij uitlopen op: ‘Sprekende onder elkaar met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende de Heere in uw hart; dankende te allen tijd over alle dingen God en de Vader, in de Naam van onze Heere Jezus Christus.’ (Ef. 5:19, 20)

Voorbeelden
Enkele jaren geleden maakte ik mee dat men een vergadering van (toen nog) het Breed Ministerie van een Ring van Predikanten zonder gebed en meditatie begon. Het gevolg was dat de sfeer op die vergaderingen zeer geladen was. De concurrentiezucht en rivaliteit tierde welig. Een machtsstrijd ontstond. Geestelijke manipulatie lag op de loer. Dan kun je samenwerking wel vergeten. Geen goed voorbeeld.
Totaal anders werd het, toen men de opening anders in ging vullen en men tijd vrij ging maken voor bezinning. Men ging elkaar in het hart kijken. Zouden we op plaatselijk niveau het geestelijk samenzijn ook niet veel meer in praktijk moeten brengen, zo mogelijk zelfs met dienaren van het Woord van andere kerken? Als we als dienaren van het Woord, als matrozen op het schip van Christus’ Kerk meer van de genade van God in Christus leren leven, is er veel gewonnen. Het gaat ons dan om de eer van Gods Naam en de zaak van Zijn Koninkrijk. De gemeenten en kerken worden ermee gediend.

Gezond lichaam
In artikel 31 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis lezen we dat de gemeenteleden opgeroepen worden de ambtsdragers in bijzondere achting te houden en in vrede met hen te leven, zonder morren, twist of tweedracht, zoveel mogelijk is. Als dat van de leden van de gemeente gevraagd wordt, dan mag deze grondhouding van ééndracht en éénheid zéker ook van de dienaren van het Woord onderling verwacht worden. Dan mogen we toch zéker ook van de predikanten verlangen elkáár in ere te houden.
Een leven gestempeld door de vreze des Heeren en in liefde en trouw met elkaar omgaan is van groot belang voor een gezond lichaam van Christus! En zo’n lichaam groeit ook. Hoe meer we als roeiers samenwerken, des te meer zullen we óók het schip van Christus’ Kerk liefhebben. We hebben immers 'Vaders Zoon aan boord en veilig strand voor ‘t oog.' En dat hebben we alleen aan Hem te danken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 2009

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Allemaal matrozen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 2009

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's