De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Begin van de verbrokkeling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Begin van de verbrokkeling

Zien we verdeeldheid van de kerk nog als zonde?

8 minuten leestijd

Jongeren zijn ervan overtuigd dat je in élke kerk God kunt dienen en ook veel ouderen zoeken een gemeente die bij hen past. In hoeverre zijn de motieven van hen die 175 jaar geleden in de Hervormde Kerk gebleven zijn, nog van betekenis?

Zien we verdeeldheid van de kerk nog als zonde?
Het was een bijzondere belijdeniscatechisatie, daar in Ulrum in de winter van 1830. Ds. Hendrik de Cock gaf onderricht, maar leerde zelf misschien nog wel het meest van de 65-jarige Klaas Kuipenga, de boer die tegen zijn dominee zei: ‘Indien ik ook maar één zucht tot mijne zaligheid moest toebrengen, dan was het voor eeuwig verloren.’ Woorden die in de kerkgeschiedenis veel aangehaald zijn.
Voor de predikant in het Friese dorp gaat het licht op als hij de woorden van Kuipenga en andere dorpsgenoten in de Institutie van Calvijn herkent. Daar komt bij dat een weduwe in zijn woonplaats hem in 1832 een exemplaar van de Dordtse Leerregels in handen geeft, taal die ds. De Cock als Schriftgetrouw is gaan zien. Hij zorgt voor heruitgaven van dit belijdenisgeschrift en noemt zichzelf ‘gereformeerd leeraar’.

In Ulrum is het begonnen, deze maand 175 jaar geleden, de eerste scheur in Nederlands gereformeerde kerk, door God ons in de Reformatie geschonken. Het is geen heuglijk feit en daarom zeker geen uitbundige herdenking waard, het is wel een moment van bezinning op wat de kerk ís: naar het bekende woord van dr. J. Koopmans de plaats waar God met zondaren samenwoont. Het is een aanleiding om de gegroeide verscheurdheid in de kerken van de Reformatie onder ogen te zien en met elkaar onze schuld vanwege de scheuring te belijden, onze onmacht dat we elkaar niet hebben vastgehouden – ook al zijn daar verzachtende begrippen voor uitgevonden als de oecumene van het hart of de verzuchting dat God toch wel bijeen zal brengen wat bijeen hoort.

Verval in de kerk
De Afscheiding van 1834 is een reactie geweest op decennia van verval in de kerk. Er was meer aan de hand dan dat koning Willem I op zondag 7 januari 1816 het Algemeen Reglement invoerde en zo een totaal nieuwe wijze van bestuur regelde. Het reglement werd de kerk opgelegd, ondanks protest van een aantal classes. De koning benoemde na zijn revolutionaire daad op allerlei posten zogenoemde verdraagzame en verlichte predikanten. Deze bureaucratische bestuursinrichting belemmerde de kerk in haar meest wezenlijke trek, de gehoorzaamheid aan het Woord.
De omslag was echter al gekomen rond de Verlichting. Predikanten doopten de kinderen van de gemeente niet meer in de naam van Vader, Zoon en Geest, maar op sommige plaatsen in de naam van geloof, hoop en liefde. Verdraagzaamheid en een deugdzaam leven werden als een groot goed genoemd, ondanks dat de kerk leefde onder de gereformeerde kerkorde van Dordt!

Zwaard van de Geest
Veel oprechte gelovigen onttrokken zich aan de plaatselijke gemeente en ‘overleefden’ de schrale prediking door in gezelschappen samen te komen. De belijdenis van de Reformatie was niet normatief voor de verkondiging, voor het leven van de gemeente. De vooraanstaande hoogleraar Petrus Hofstede de Groot schreef dat dé twistvraag van zijn dagen niet was wat een christen te geloven heeft, maar of hij het geloof van een ander beheersen mag. Geen belijdenis als norm dus, maar een pleidooi voor ruimte en vrijheid.
Tegen deze achtergrond ging ds. Hendrik de Cock na zijn ontdekking van de Institutie en van de Dordtse Leerregels preken – en de mensen stroomden toe. Dat is een bewijs dat de verkondiging van het Woord de kerk geneest en de gemeenten bouwt, dat God het dwaze middel van de prediking gebruikt tot rechtvaardiging en heiliging. Helaas streed de dominee van Ulrum niet alleen met het zwaard van de Geest. In brochures maakte hij zijn collega’s uit voor huurlingen en huichelaars, wolven in schaapskleren – terwijl het licht van Gods genade bij hemzelf nog maar net opgegaan was.
Had de Hervormde Kerk schuld aan de opgekomen en getolereerde dwaling en het afval in haar midden, niet minder schuldig staat de kerk aan de bejegening van degenen die de kerk in en na 1834 verlieten. En dat waren binnen een jaar niet minder dan tachtig gemeenten. Samen met de overheid reageerde de kerk door kerkdiensten te verstoren, geldboeten op te leggen, door inkwartiering van soldaten en zelfs gevangenschap.

Verdriet, zonde
Kerkelijke feiten zijn niet terug te draaien – en anders dan bijvoorbeeld de één gebleven Hongaars Hervormde Kerk kent ons land een al 175-jarige geschiedenis van voortgaande versplintering van de kerk. Na 1834 maakten de afgescheidenen geen gezamenlijk front tegen het hervormde synodebestuur, maar raakten ze onderling sterk verdeeld: er was geen eenstemmigheid over het aanvragen van erkenning door de overheid, over de naam van de kerk, over theologische thema’s als verbond en kerkvisie en zelfs over het ambtsgewaad. In samenbindende zin is ds. G.H. Kersten bij de vorming van de Gereformeerde Gemeenten in 1907 een van de weinige uitzonderingen geweest. Wat een verdriet, sterker: wat een zonde.
Ja, want dat is natuurlijk dé vraag of de Afscheiding – en onze kerkelijke verdeeldheid – in het licht van de Schrift zondig genoemd moet worden.

Gemeente van God te Korinthe
Afwijking van de leer van Christus is dat zeker, kijk hoe Johannes in de brieven aan de gemeenten in Klein-Azië verwoordt ‘dat hij enige dingen tegen hen heeft’, namelijk dat de leer van Bileam of de leer van de Nikolaïeten gedoogd werden.
De loochening van het werk van Christus, ze kwam in de nieuwtestamentische gemeente voor en heeft de kerk gedurende vele eeuwen van binnenuit bedreigd. De Hervormde Kerk en de Protestantse Kerk kennen in dit opzicht veel zwarte bladzijden in hun geschiedenis. Maar, mag afscheiding daarom een daad van verzet genoemd worden, voortkomend uit gehoorzaamheid aan de Heere van de kerk?
Zo hebben we het Woord van God nooit verstaan. Neem 1 Korinthe 1, waar Paulus in zijn onderwijs aan de gemeente ‘omwille van de Naam van onze Heere Jezus Christus’ – een zwaarder argument is er niet – allereerst wijst op de zonde van de verdeeldheid. Het gaat om eensgezindheid, uit één mond spreken, wat zich niet verdraagt met scheuring en twist.
Het is veelzeggend dat de verdeeldheid door de apostel als eerste onder de tucht van het evangelie gesteld wordt, voordat hij ingaat op de zedeloosheid, het huwelijksleven, de misstanden bij het avondmaal en zelfs onderwijs over Christus’ opstanding geeft. Maar die zedeloosheid en die loochening van de opstanding betekenen geen afscheiding, maar een dwingende oproep tot terugkeer, als hij de gemeente op haar roeping wijst, om gemeente van God in Korinthe te zijn (1 Kor. 1:1).

Jeremia
Afscheiding is als reactie op (toenemend) verval in de kerk geen weg die de kerk geneest. En ontkennen we er onze eigen verantwoordelijkheid voor het geestelijk leven in de kerk niet mee? Ds. H. Visser uit Huizen zei het – onderwezen door studie van het boek Jeremia – zo: ‘Een kerk zonder dwaling liefhebben is geen kunst, maar van een kerk in diep verval te blijven houden, is een roeping, die gestalte krijgt met het zicht op de overste Leidsman en Voleinder van het geloof.’
Wie zo 175 jaar na het wegvloeien van veel gereformeerd bloed uit de Hervormde Kerk in haar midden blijft staan, zal de pijn vanwege de ontzonkenheid aan de belijdenis in het spreken van de kerk ervaren, zal zich niet neerleggen bij de pluraliteit. Dat kan in de plaatselijke gemeente heel concreet worden, zoals me dezer dagen opnieuw bleek uit woorden van een broeder die ‘na vijf jaren de strijd moe was’: ‘Onze kerkenraad geeft steeds meer ruimte aan esoterisch gedachtegoed, aan geloven van binnenuit, zonder vaststaande dogma’s.’ Aangrijpend zo de teloorgang van een (wijk)gemeente in confessionele zin zich te zien voltrekken.
Dan is er naar kinderen van de Afscheiding toe niet veel om je in kerkelijke zin op te beroemen. In discussies lijkt de ander sterker te staan. Niettemin, wij geloven de kerk, de ene, heilige, algemene kerk. En we zien hier en daar het wonder van de kerk dat waar mensen, soms jarenlang, biddend en getuigend op hun post bleven, er een herleving kwam, een nieuw vragen naar de verkondiging van Christus. Waarom? Omdat Christus niet geweken is met Zijn Woord en Geest uit de Protestantse Kerk in Nederland en niemand daarom de vrijbrief heeft wel met haar te breken. Geen ander medicijn dan te blijven staan op het fundament dat God zelf aan Zijn gemeente gaf, Jezus Christus.

Uit de praktijk
Als de vrouw in het ambt in onze kerken aanvaard zou worden, zou ik niet meer kunnen functioneren, zei een christelijke gereformeerde broeder onlangs. Immers, dan is het gezag van de Schrift in het geding. Dat is zo, maar hebben we dan juíst niet de roeping de gemeenten terug te roepen tot gehoorzaamheid aan Gods geboden. Een hervormde predikant stond niet zo lang geleden aan het graf, toen hij de vader van een in Europa bekende voetballer begroef. Onder zijn gehoor alle spelers van Feyenoord en andere clubs. Een gelegenheid om met de ernst en de ruimte van het evangelie de schare te bereiken. ‘Nu weet ik weer waarom ik hervormd (gebleven) ben’, zei hij na de rouwdienst.
Onze jongeren (alleen zij? ) zoeken een gemeente die bij hen past, waar het fijn is. De herdenking van de Afscheiding wijst ons opnieuw op onze roeping ín de kerk. Opdat we ons bekeren van de zonde van de verdeeldheid en van de zonde van de dwaalleer. Van allebei.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Begin van de verbrokkeling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's