De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Denken over levenseinde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Denken over levenseinde

Tijden van onwetendheid in ons land

7 minuten leestijd

'Denkend aan de dood kan ik niet slapen, En niet slapend denk ik aan de dood' – regels die behoren tot de bekendere uit de Nederlandse literatuur. In het nieuwste EO-programma toert een verslaggever met een doodskist op zijn gele Fiat door het land, in gesprek over de dood. Hoeveel Nederlanders denken wel eens aan hun levenseinde?

Een sportverslaggever van een landelijke krant zat nog niet zo lang geleden onder het gehoor van een van de predikanten uit de Gereformeerde Bond. Niet op zondag, maar doordeweeks, vanwege een rouwdienst. Behalve de dominee sprak een in Europa bekende sporter. ‘Hebt ú wel eens nagedacht over uw levenseinde?’ Toen de dominee dit vroeg, liep de verslaggever weg – en de een dacht dat de ander zich irriteerde aan zijn vraag. Later hoorde hij echter dat dit woord de journalist juist geraakt had, dat hij geëmotioneerd was. Nooit eerder was hem gezegd dat zijn leven eindig is en dat het evangelie tegen die achtergrond een blijde boodschap is.

Areopagus
In de wereld lijkt geen einde te komen aan grote rampen, zoals vorige week de aardbeving in Indonesië. In ons land vallen er dagelijks slachtoffers, in het verkeer en door geweld en doodslag. En om ons heen – of in het eigen lichaam – zijn er aangrijpende ziekten en ervaren we de kwetsbaarheid van ons leven, de afbraak van ons ‘aardse huis’. Je kunt je daarom niet voorstellen dat zoveel medelanders nooit denken aan hun laatste levensuur.
Als een altijddurend leven na ons sterven uit het blikveld is, kijkt een mens inderdaad anders tegen de dood aan. Dan is Gods gericht over ons leven evenmin in het vizier. Paulus had het daar wel over in het publieke debat met andersdenkenden, op de Areopagus. 'God verkondigt – en Hij gaat daarmee voorbij aan de tijden van onwetendheid (Hand. 17:30) – alle mensen dat ze zich bekeren moeten, omdat Hij een dag bepaald heeft waarop Hij door een Man de wereld rechtvaardig oordelen zal. Dood en oordeel of vrijspraak, voor Gods Woord horen deze bijeen.

France Telecom
Zou het gedicht van J.C. Bloem (1887-1966) over zijn slapeloosheid nog gelden voor mensen van nu: ‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen’? Heel veel mensen in onze cultuur kunnen niet slapen als ze aan het léven denken. Een medewerker van France Telecom benam zich vorige week het leven, blijkens zijn afscheidsbrief omdat de atmosfeer in het telecombedrijf niet goed was. Als gevolg van reorganisaties zouden dit jaar al 24 Telecom-werknemers tot een zelfmoord gekomen zijn. Denkend aan hun werk, aan vastgelopen relaties, aan een toekomst zonder uitzicht, kunnen mensen niet meer slapen en willen ze eigenlijk ook niet leven.
In een cultuur die invloeden van het christendom van zich afschudt, hebben we te maken met een andere houding ten aanzien van de dood. Ik hoorde van iemand dat haar collega voor over tien (!) dagen een vrije dag opnam, omdat zijn moeder dan begraven zou worden – want de datum voor de euthanasie stond vast. Of je komt even gedag zeggen bij de buren, omdat jezelf voor volgende week je sterfdatum prikte.
Dit is ons leefklimaat en daarom raakt het iedereen. Gaat hierin het oordeel van God niet over ons land, over de kerk ook? De liefde van velen verkoelt (Matth.24:12), omdat de wetteloosheid toeneemt. En Paulus typeert in 2 Timotheüs 3 de laatste dagen niet als ‘zware tijden’ vanwege vervolging van de christenen, maar omdat de mensen egoïstisch zijn, geldzuchtig, grootsprekers en lasteraars, ondankbaar en onheilig. Waar de aanwezigheid van de Heere niet meer gezocht en opgemerkt wordt, trekt Hij Zich terug en wordt het dagelijkse bestaan zwaar.

De kist
Tegen deze achtergrond is de vertoning van de huidige EO-televisieserie De kist verklaarbaar. Een verslaggever gaat met een bekende Nederlander in gesprek over zijn dood en daarmee ook over zijn visie op het (eeuwige) leven. Opdat mensen in de huiskamer over meer dingen denken dan de bestemming voor de aanstaande herfstvakantie.
Na het afblazen van het EO-programma waarin cabaretiers zich over Jezus mochten uitlaten en het vertrek van de provocerende Arie Boomsma naar de KRO, heb ik geen zin op deze plaats weer de staf te breken over de grenzen die de EO in haar missionaire profilering opzoekt. Ook dat krijgt iets vermoeiends. Ondanks support voor de intenties van de omroep moet ook nu klinken: dit kan niet. Veel vrolijkheid rondom een doodskist – zeker als de geïnterviewde een niet-christen is –, er al eventjes in gaan liggen, grappen over het meenemen van een mobieltje in de kist, zó communiceren we het evangelie niet.

Verveelde mensen
Ik begrijp dat de dood als straf op de zonde, voor een christen de dood als de laatste vijand en als de doorgang naar het eeuwige leven in deze tv-context niet aan de orde kunnen komen, zoals in een gesprek onder vier ogen, maar deze programmareeks doet de werkelijkheid van het leven tekort. Is dat het verschil tussen staan op het kerkplein en staan op het marktplein van het leven waar er alles aan gedaan wordt om in de taal van de ander God ter sprake te brengen? Nee. In een artikel in het Christelijk weekblad wees dr. A. Noordegraaf er onlangs terecht op dat hier geen wrijving zit tussen de EO-missie en haar achterban, maar tussen missie en entertainment. Dat is verhelderend. Want die achterban bestaat niet uit naar binnen gekeerde mensen die geen woord voor de wereld hebben, die geen oog hebben voor de context van de publieke omroep. Die achterban beseft dat met de heiligheid van het evangelie geen ‘ludieke’ programma’s gemaakt kunnen worden, die verveelde Nederlanders zouden moeten interesseren.

Taak van de kerk
Belangrijker dan het gesprek over de EO is allereerst wat ‘de tijden van onwetendheid’ voor christenen vandaag betekenen. Miljoenen Nederlanders weten echt niets van God, van Jezus af. Ze kennen geen Schepper noch Verlosser. Neem het hen eens kwalijk als ze slechts iets over de kerk in hun dagblad lezen als de evangelische voorganger Gertjan Goldschmeding ervoor pleit kinderen in de opvoeding indien nodig een forse tik te geven.
De verkondiging van het evangelie, namelijk dat we ons bekeren moeten omdat God een dag gesteld heeft om de wereld te oordelen, is dé taak van de kerk, van elke christen. Komen we daarmee niet in elke huiskamer? Als onze predikanten sportverslaggevers van landelijke kranten bereiken, hoeven we niet te twijfelen aan de mogelijkheden die God geeft.

Dagelijks leven
Belangrijker dan het gesprek over de EO is ten tweede hoe wij nadenken over ons sterven, hoe ons naderende levenseinde een plaats heeft in ons dagelijks bestaan. De vraag daarbij is welke waarde Christus heeft in ons leven. Wat zou de EO voor opnamen krijgen als de omroep hervormde gemeenteleden, hervormde ambtsdragers zou vragen voor een gesprek over dood en leven?
Ernstige ziekte kan er zomaar zijn in jouw leven, in jouw gezin, terwijl er soms niet eens tijd is voor een afscheid van elkaar. Hoe kan het dat echtgenoten of kinderen ten aanzien van ouders van elkaar niet weten op welke wijze de laatste dingen van het leven geregeld moeten worden? De openheid van een tv-programma is dan een aansporing om in de kring van gezin en familie bekend te maken hoe u later door geliefden herinnerd wilt worden, hoe de nagedachtenis aan elkaar mag zijn.

Lijden en onrecht
God weet heel goed hoe wij van nature geneigd zijn tot een ‘beestachtige liefde’ voor deze wereld, schrijft Calvijn in de Institutie in het hoofdstuk over de noodzakelijke overdenking van het toekomende leven. Lijden en onrechtvaardige behandeling moeten ons leren om verder te kijken dan dit leven, waarin we ‘nooit volkomen gelukkig kunnen zijn’. Dat zegt Calvijn. En daarom bidden we dit lied van Luther:

O Geest, Die onze Trooster zijt
Geef dat Uw volk één Heer belijdt,
Wees bij ons in de laatste nood
Leid ons ten leven uit de dood.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Denken over levenseinde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's