De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het nieuwe lezen is een feit

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het nieuwe lezen is een feit

Christendom en beeldcultuur [1]

8 minuten leestijd

Het nieuwe lezen is een feit: het beeld wint het van de letter, de muis van het leeslint. Als de beeldcultuur bepalend is, wat zijn dan de kansen van het christendom – toch een godsdienst van het Boek? Vandaag: de geschiedenis van de kerk.

God heeft Zijn Woord gegeven. In Zijn bijzondere zorg voor de zaligheid van mensen heeft Hij Zijn geopenbaarde Woord op schrift laten stellen (NGB 3). De Heilige Schrift is overgeleverd in boekvorm. De predikant is dienaar van het Woord, bestudeert de inhoud van de bijbelboeken en draagt die over.
In onze tijd is het boek niet meer de belangrijkste vorm van informatieoverdracht. Er is een nieuw patroon van luister- en leesgedrag ontstaan. De boodschap van de Bijbel is tot behoud en moet mensen bereiken. Hoe draag je de boodschap van het Boek nu over?

Analfabeet
De kerkgeschiedenis geeft aan dat er niet altijd een leescultuur is geweest in ons land. Hoe verspreidde het christendom zich vóór de boekdrukkunst, vooral in de beginperiode, toen de heidense bewoners nog analfabeten waren? Zendelingen als Willibrord en Bonifatius (eind zevende, achtste eeuw) wilden de mensen vertrouwd maken met het Woord van de waarheid. Hun prediking bleef niet zonder resultaat. Een leerling van Bonifatius schreef over diens preekwerk in Friesland: ‘De pijl van het Woord des Heren heeft niet alleen de uitwendige, lichamelijke oren geraakt, maar ook de inwendige oren van het hart waarachtig doorboord en verlicht.’
Zendelingen kwamen met overtuigende prediking, maar gebruikten ook uiterlijk vertoon om de aandacht van de hoorder te trekken. Ze maakten gebruik van kostbare liturgische voorwerpen en fraai geïllustreerde boeken. Willibrord bijvoorbeeld droeg een gouden kruis mee en Bonifatius gebruikte een groot handgeschreven boekwerk met brieven van Paulus in imponerende, gouden letters. Daarnaast werd de christelijke boodschap onderstreept met acties tegen de inheemse goden, zoals de verwoesting van hun heiligdommen en godenbeelden. Zendelingen sloten daarmee op het denken van de heidenen aan, door hen te laten zien dat Christus de sterkere Koning is. Er werden geen lange redevoeringen gehouden, maar de kracht van de God van de Bijbel werd onderstreept en de zwakheid van de heidense afgoden aangetoond.

Voorbeeld
De zendelingen legden de basisbeginselen van het christelijk geloof op concrete manier uit en spoorden aan tot een christelijk leven. De overgedragen boodschap was gemakkelijk te volgen, zonder abstracte begrippen, met verhalen over personen en feiten. Bewaard gebleven catechetisch materiaal uit de tijd van de kerstening van Nederland geeft een eenvoudige uiteenzetting van het christelijk geloof te zien. Het onderwijs betrof elementaire geloofspunten: de Twaalf Artikelen, het Onze Vader, de Tien Geboden en daaruit afgeleide richtlijnen voor het christelijk leven. Behalve duidelijke, overtuigende prediking en elementaire uitleg van de geloofsleer was ook het voorbeeld van de voorganger belangrijk. De heidenen die niet konden lezen, werden mee overtuigd door de levensstijl van de prediker. Oprecht geleefd geloof kreeg uitstraling en werkte inspirerend.

Volkstaalbijbel
Al spoedig had de zendingspost Utrecht een schrijfkamer (scriptorium) en kloosterbibliotheek. Er ontstond in het bisdom Utrecht een inheemse christelijke schriftcultuur. Van Bonifatius bijvoorbeeld is bekend dat hij een grammatica heeft geschreven. Het onderwijs was een kerkelijke aangelegenheid.
De middeleeuwse geschiedenis van gekerstend Nederland is de geschiedenis van een christelijke samenleving en boekcultuur. De hoogste trap van studie bestond steeds uit de bestudering van de Heilige Schrift, de Bijbel. Aan de Utrechtse domschool werd ook het Enchiridion van kerkvader Augustinus (vierde eeuw) gelezen, een handboek dat een commentaar op de Twaalf Artikelen bevat. De Latijnse Vulgaatvertaling kreeg kerkelijk het meeste gezag. Er ontstond groeiende behoefte aan de Heilige Schrift in de volkstaal, want het kerkvolk kende geen Latijn.
Een Noord-Nederlandse volkstaalbijbel kwam een stuk dichterbij door de vertaalarbeid van de Moderne Devotie. Deze godsdienstige vernieuwingsbeweging, in de late Middeleeuwen onder leiding van Geert Grote in de IJsselstreek ontstaan, vroeg aandacht voor verdiepte geloofsbeleving onder het brede kerkvolk. Dat doel werd gediend door prediking en bijbellectuur in de volkstaal. Thomas à Kempis, een bekend vertegenwoordiger van de Moderne Devotie schreef De navolging van Christus (1441), op de Bijbel na het meest gelezen boek ter wereld.
Tijdens zijn verblijf in het klooster was Thomas zeer met Gods Woord vertrouwd geraakt. Niet alleen door het overschrijven van de Schrift, maar ook door persoonlijke bijbellezing, door de Schriftlezingen tijdens de gezamenlijke maaltijden en door het lezen van rapiaria, een soort geestelijke dagboekjes dat typerend was voor de boekcultuur van de Moderne Devotie.
Een andere vrucht van de Moderne Devotie was de collatio, een soort leergesprek op basis van de Schrift, een vorm die kan worden vergeleken met de huidige bijbelstudie. Schriftelijke verslagen van collaties fungeerden voor Thomas, met de andere genoemde vormen van bijbels materiaalverwerking, als hoofdbron voor zijn veel gelezen boek.

Direct taalgebruik
Met de boekdrukkunst kwamen er ook gedrukte bijbels in de volkstaal in omloop. Kerkhervormer Luther schreef zijn Duitse volkstaalbijbel. Voor zijn teksten stelde Luther vragen aan de moeders thuis, aan de kinderen op straat, aan de gewone man op de markt. Hij lette erop hoe ze spraken, om op die manier te vertalen. Luther gebruikte bekende voorbeelden uit het dagelijkse leven, koos termen die het hart van de zaak en de mensen raakten. Zijn taalgebruik was direct, op de man af, om Gods waarheid zo goed mogelijk dichtbij te brengen.
Het ging Luther in de Schriftwoorden om de boodschap. De Bijbel is geen dode letter, maar een levend Boek, het Woord van de levende God. ‘Het is de kribbe waarin Christus ligt’, ‘het is de mond van Christus’. Willen mensen God en Christus leren kennen, dan kunnen ze niet heen om Gods Boek en Gods Geest. De boodschap van de Schrift verstaan mensen pas door de Heilige Geest. Hij maakt het geschreven Woord in een mensenleven levend en actueel.

Nieuwe leescultuur
Van de zeventiende tot de twintigste eeuw is het christelijke boek ten opzichte van andere boeken steeds verder teruggedrongen. Een uitzondering vormen de vele bijbeldrukken, inmiddels in meer dan vijftienhonderd talen. Ondertussen zijn nieuwe informatiedragers ontwikkeld, waardoor het boek niet meer de belangrijkste vorm van informatieoverdracht is. Er wordt vooral gelezen met de muisknop en afstandsbediening in de hand, zappend, met het tv-scherm en computerscherm als steeds wisselend venster naar de wereld.
Vooral jongeren halen hun informatie digitaal, het boek is voor hen niet meer dé vorm van informatieoverdracht. Ze zijn ook minder tekstueel ingesteld. Ze surfen door plaatjes en zijn gewend aan kadertekstjes, geserveerd op het scherm. Hun leescultuur combineert woordtaal met beeldtaal.
Gods Woord is van alle tijden, maar het Boek en boeken diepgaand en in zijn geheel lezen, is niet vanzelfsprekend meer. We kunnen in de geloofsoverdracht niet heen om dit nieuwe leesgedrag. Het ‘nieuwe lezen’ is een onomkeerbaar gegeven van onze tijd.
Met de komst van de nieuwe media vermindert het fundamentele belang van de Bijbel echter niet. Het Boek is resultaat van Gods bijzondere zorg. Het biedt voor alle tijden informatie van levensbelang: de boodschap van zaligheid door het geloof in Christus Jezus, Bevrijder van zonden en Verlosser tot eeuwig leven.
Die boodschap toegankelijk maken is een taak voor huisgezin, christelijk onderwijs en kerkelijke catechese. Ook de dienaar van het Woord zal er alles aan doen om duidelijk te maken dat Gods Woord een werkelijk unieke boodschap van heil bevat.

Gereduceerd bestaan
Een valkuil zou zijn de nieuwe informatiedragers af te wijzen. Ze bieden prachtige mogelijkheden. De catechese kan zinvol gebruikmaken van digitaal beeldmateriaal, kadertekstjes, leerzame illustraties en websites. Wel zullen de zwakke kanten van het digitale lezen open moeten worden gecommuniceerd. Wie informatie eenzijdig uit de computerkast trekt, verarmt voor zichzelf het werkelijke leven. Het virtuele leven is een gereduceerd bestaan. Leven volgens doorkliksysteem is vluchtig. Het is niet het echte leven dat God heeft bedoeld. De reformator Luther, moderne devoten en zendelingen als Willibrord en Bonifatius, sloten in de vormgeving van de christelijke boodschap op hun doelgroep aan. Vandaag bestaat die uit mensen die deels nog het ‘oude lezen’ gewend zijn, en uit (vaak jonge) mensen die de oude manier van lezen en luisteren ontwend zijn. De laatsten staan in het digitale tijdperk en zijn gewend aan het ‘nieuwe lezen’.
God Zelf gebruikt al eeuwen de tekenen van doop en avondmaal, beeldtaal. Hij ondersteunt daarmee zwakke mensen in het geloof. Hij schiep mensen met oren en ogen, tastzin en smaak. Hij schonk hen een lichaam, aangelegd op beeldtaal.
Theologisch gezien is er nog nauwelijks over multimediale praktijk in de eredienst nagedacht. Belangrijke vragen komen op: wat en wie worden er afgebeeld? Welke functie heeft het digitale beeld? Welke gevoelens roept het afgebeelde op? Digitale beeldtaal, zeker in de eredienst, luistert nauw en vraagt om theologische reflectie. Beeldpraktijk kan gaan woekeren en de verkondiging blokkeren.
Overtuigend verkondigen, het is de kerntaak van de dienaar van het Woord. Onder zijn gehoor bevinden zich ‘oude lezers’ en ‘nieuwe lezers’. Met beiden dient hij rekening te houden.
Voor iedereen in de eredienst geldt: het zien met de ogen, het horen met het oor, beide vragen om het werk van Gods Geest. Zonder Hem blijven we in de uiterlijkheid van woord en beeldtaal steken. Tenslotte is het niet onze aansprekende vormgeving die het Woord verder brengt. God Zelf zet het hart van mensen om (Dordtse Leerregels, III/IV, art.11 en 12).

Volgende week: N.A. de Waal over hedendaags leesgedrag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het nieuwe lezen is een feit

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's